Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Debiteuren

Laatste update:

3 Preventie

3.1 Nieuwe vorderingen

Maandelijks zien we dat er 2% tot 3% nieuwe vorderingen vanwege onverschuldigde betalingen ontstaan, ten opzichte van het volume-BUIG. Dit betekent dat er fouten zijn gemaakt door de gemeenten in de betalingen. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om verrekeningen van inkomsten uit parttime werk. Zie ook de opsomming in Hoofdstuk 1.2 onder het kopje 'Onverschuldigde betalingen'. 

Zoals ook in de eerdere grafiek ten aanzien van de lopende vorderingen te zien was, ligt bij de nieuwe vorderingen het percentage vorderingen vanwege de inlichtingenplicht hoger dan het percentage boetes. Dit duidt erop dat niet bij elke vaststelling van een overtreding van de inlichtingenplicht ook een boete wordt opgelegd. Dit komt overeen met de cijfers uit het Factsheet overtredingen inlichtingenplicht uit 2021. Hieruit bleek dat bij ongeveer de helft van de overtredingen een bestuurlijke boete werd opgelegd.

In de grafiek 'Gemiddelde hoogte openstaande vorderingen per debiteur', zagen we dat de gemiddelde bedragen per type vordering een stuk hoger lagen. Die bedragen hadden ook betrekking op (langer) lopende vorderingen. Hier gaat het om de gemiddelde hoogte bij nieuwe vorderingen. 

Wat zien we? Blijkbaar zijn gemeenten meer fraude-alert ofwel adequater gaan handhaven. Daardoor zijn ook de boetebedragen lager. Mogelijk dat er efficiënter wordt gewerkt nu de bedragen van onverschuldigde betalingen lager zijn. 

Voorzichtig kan worden gesteld dat, hoe lager het bedrag aan vorderingen is vanwege overtreding van de inlichtingenplicht, des te alerter de gemeente is op het handhaven van verplichtingen. Immers, als er een overtreding wordt vastgesteld en het terug te vorderen bedrag is laag, dan heeft dat vaak te maken met een korte periode van terugvorderen. Bijstandsgerechtigden hebben dan meestal geen mogelijkheden gehad om gedurende langere tijd de inlichtingenplicht te schenden. Adequaat handhaven lijkt daarmee aangewezen.

Verder is het zo dat, hoe lager het bedrag van vorderen, des te groter de kans dat het bedrag ook zal worden betaald. Hoge vorderingen hebben het veelal in zich dat deze, na een bepaalde periode van aflossing, voor het restant worden afgeboekt.