Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Debiteuren

Laatste update:

1 Beeld van debiteuren

1.1 Landelijk beeld sinds 2013

Er zijn verschillende redenen waarom een gemeente geld kan terugvorderen van een inwoner in het kader van de P-Wet, Bbz, IOAW en IOAZ. In de volgende grafiek zijn deze redenen, zoals geregistreerd in de Bijstandsdebiteuren en bijstandsfraudestatistieken, weergegeven over de periode van januari 2013 tot juli 2022. Vorderingen van vóór 2015 hebben betrekking op de voorloper van de PW, de Wet werk en bijstand (WWB). Vorderingen − zeker als het gaat om hoge bedragen − kunnen vele jaren open blijven staan.

In voorgaande grafiek zien we een verdeling van de verschillende soorten vorderingen en de bedragen die met elk type vordering zijn gemoeid. Opvallend hierbij is de groei van het aantal overige vorderingen. Dit zijn vooral vorderingen als gevolg van onverschuldigde betaling, boetevorderingen wegens overtreding van de inlichtingenplicht zonder benadelingsbedrag, vorderingen in verband met rente en incassokosten. Verderop in deze factsheet wordt hierbij expliciet stilgestaan. Het effect van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) op leningen en overige vorderingen in 2020 is duidelijk zichtbaar.

Verder valt de daling van de vorderingen vanwege verwijtbaarheid van vóór 2013 op. Dit laatste kan worden verklaard door tijdsverloop: veel vorderingen zullen inmiddels zijn afgelost en er komen geen nieuwe vorderingen bij. Daarnaast schonen gemeenten hun debiteurenbestand regelmatig op en worden oninbare vorderingen afgeboekt. Ook kunnen deze vorderingen tegen finale kwijting zijn afgewikkeld in een sanering. Dit is duidelijk zichtbaar in januari 2017 en januari 2020. Opgeteld is in juli 2022 het aantal verwijtbare vorderingen (van vóór 2013) en vorderingen inlichtingenplicht vergelijkbaar met het aantal vorderingen (van vóór 2013) in januari 2013.

De volgende grafiek geeft het bovenstaande weer, maar dan in procenten.

De verdeling van de openstaande vorderingen naar type vordering ziet er weer anders uit wanneer wordt gekeken naar het openstaande bedrag.

Hoewel de geldleningen in juli 2022 43% van het totaal bedrag aan openstaande vorderingen uitmaakt, wordt dit in deze factsheet verder buiten beschouwing gelaten. In deze factsheet gaan we nader in op vorderingen inlichtingenplicht en boetevorderingen, onverschuldigde betalingen (onderdeel van overige vorderingen) en verhaal. Dit zijn de vorderingen die onder de BUIG-gelden vallen, en die van invloed kunnen zijn op het budgetresultaat BUIG.

Hierna bespreken we kort het type vorderingen zoals te zien is in voorgaande grafieken, maar die verder buiten beschouwing worden gelaten in deze factsheet.

Gekeken naar de gemiddelde hoogte van de vorderingen naar ontstaansgrond, valt onmiddellijk op dat de verwijtbare vordering van vóór 2013 om een relatief klein aantal vorderingen gaat, maar wel met de hoogste bedragen. Gemiddeld over de hele periode van januari 2013 tot en met juli 2022 gaat het om een bedrag van € 6.049 per vordering. Dit is aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bedrag van vorderingen vanwege overtreding van de inlichtingenplicht na 2013, namelijk € 2.948,00. Redenen hiervoor zouden kunnen zijn:

  • Gemeenten zijn na 2013 actiever gaan handhaven, waardoor overtredingen van de inlichtingenplicht eerder worden ontdekt en de terug te vorderen bedragen lager zijn;
  • Gemeenten zijn niet minder of actiever gaan handhaven, maar zijn praktischer gaan werken: niet minutieus uitzoeken over welke periode nu exact sprake was van schending van de inlichtingenplicht, maar over een kortere periode uitkeringen herzien.
  • Vorderingen van vóór 2013 zijn hoog en er wordt niet of nauwelijks op afgelost.

Wat is de precieze oorzaak hiervan? Bedacht moet worden dat sinds de invoering van de Fraudewet in 2013 en de Participatiewet in 2015, de mogelijkheid bestaat om vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht, af te boeken na tien jaar. Daar moeten wel criteria voor zijn, zoals genoemd in artikel 58 lid 7 van de P-wet (en vergelijkbaar IOAW/IOAZ).

Vóór 2013 bestond deze mogelijkheid nog niet. Het stond gemeenten vrij om eigen beleid te hanteren ten aanzien van de kwijtschelding termijnen. Dit betekent dat vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht die betrekking hebben op een periode van vóór 2013, onder de oude wetgeving van de Wet werk en bijstand (WWB) vallen én het gemeentelijk debiteurenbeleid in die tijd. De WWB voorzag niet in termijnen of criteria voor het afboeken van vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht.

Welke mogelijkheden zou de gemeente hebben om toch iets aan deze oude vorderingen te doen? We kunnen hierbij denken het opnemen van voorwaarden in het gemeentelijk beleid, zoals:

  • belanghebbende betaalt niet binnen x-periode en de verwachting is ook niet dat hij zal gaan betalen;
  • belanghebbende heeft meer dan 50% van de vordering betaald en doet een verzoek om het restant kwijt te schelden.

Geldleningen

Als het gaat over geldleningen, dan betreft het situaties waarbij bijstandsgerechtigden geld krijgen, maar dat later moeten terugbetalen. Normaal gesproken is bijstand ‘om niet’, maar er kunnen situaties zijn om bijstand in de vorm van een lening te verstrekken. Denk aan:

  • Bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen of inrichtingskosten (bijvoorbeeld een koelkast of wasmachine).
  • Als iemand bijstand aanvraagt als gevolg van onverantwoordelijk gedrag. Er was bijvoorbeeld vermogen dat te snel is opgemaakt. Daardoor moet eerder een beroep worden gedaan op bijstand dan wanneer men zuiniger was geweest. 
  • Als bijstand wordt verleend voor de aflossing van een schuld.
  • Leningen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo).

In maart 2020 is de Tozo van toepassing geweest. Vanaf dan zien we een (tijdelijke) toename van vorderingen, met name geldleningen. In voorgaande grafieken is te zien dat, hoewel de overige vorderingen het grootste deel van het totaal aantal vorderingen uitmaken, geldleningen een groter deel uitmaken van het totaal openstaande bedrag.

Vorderingen bijzondere bijstand

In de voorgaande grafieken is niet zichtbaar wat er als lening aan bijzondere bijstand is verstrekt. Veel openstaande leningen zullen betrekking hebben op bijzondere bijstand, denk daarbij aan inrichtingskosten. Maar zoals eerder gezegd kunnen openstaande leningen ook betrekking hebben op de Tozo. Een uitsplitsing van bijzondere bijstand en Tozo is hier niet mogelijk, maar waarschijnlijk wel in de eigen debiteurenadministratie van elke gemeente. En dat is van belang, omdat eventuele betalingen in het kader van de Tozo, voorrang hebben op die van de bijzondere bijstand. Het valt namelijk onder de zogenaamde SiSa-regels (1) en verantwoording. Het innen en juist boeken, is hierbij van belang.

Overigens is de verwachting dat veel vorderingen bijzondere bijstand worden afgelost door middel van inhoudingen op lopende uitkeringen algemene bijstand. Dat zal in mindere mate gelden voor de Tozo, want die regeling is inmiddels per oktober 2022 beëindigd en ontvangers zullen veelal geen bijstandsuitkering ontvangen.

Overige vorderingen

Onder overige vorderingen vallen meerdere vorderingen, zoals:

  • vorderingen als gevolg van onverschuldigde betaling;
  • boetevorderingen wegens overtreding van de inlichtingenplicht zonder benadelingsbedrag;
  • vorderingen in verband met rente en incassokosten;
  • verstrekte voorschotten. 

In deze factsheet wordt vooral ingegaan op het deel onverschuldigde betalingen. Dit maakt het grootste deel uit van ‘overige vorderingen’ en zijn enigszins beïnvloedbaar of wel te voorkomen.

Voetnoten

  1. SiSa: single information, single audit = eenmalige informatieverstrekking, eenmalige accountantscontrole