Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Debiteuren

Laatste update:

2 Aflossing van vorderingen

2.2 Aflossende debiteuren

Een belangrijk onderdeel van de incasso is wat we in de volgende grafiek zien. Het is de bedoeling dat elke debiteur aflost. Sommigen debiteuren hebben meerdere vorderingen. Dan is het veelal bij gemeenten zo geregeld dat de ontvangsten worden geboekt op een van de vorderingen. Er zijn ook beleidsregels waarbij vorderingen als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht als eerste moeten worden afgelost, vervolgens de boetes en vervolgens onverschuldigde betalingen, bijzondere bijstand en andere zaken. De volgorde kan ook anders zijn, dit is afhankelijk van de situatie. 

In de voorgaande grafiek zien we dat er in de afgelopen jaren een stijging is geweest van 38% naar 45%. Dat is positief, want er zijn meer betalende debiteuren. Dit kan een gunstig effect hebben op de incassoquote, mits het saldo aan vorderingen niet te veel toeneemt en mits de bedragen van de betalende debiteuren niet afnemen. Maar we zien in een eerdere grafiek (Incassoquote) dat de incasso eigenlijk niet toeneemt. Dat duidt erop dat er weliswaar meer debiteuren aflossen, maar voor een geringer bedrag, waardoor het totaalbedrag aan incasso feitelijk niet veel stijgt. De uitdaging zit er nu in om meer debiteuren te laten aflossen én voor een hoger bedrag.

Incasso door de jaren heen

Sinds 2011 is de omvang van de baten gedaald, zowel in absolute als relatieve zin. Duidelijk is dat de omvang van de geïncasseerde bedragen terugloopt. De oorzaak hiervan is aan de hand van de momenteel beschikbare cijfers niet direct te achterhalen, maar aangenomen mag worden dat dit samenhangt met, onder andere, de invoering van de mogelijkheid tot het kwijtschelden van vorderingen en verhoging van de beslagvrije voet. Deze maatregelen troffen gemeenten en Rijk om de incasso minder belastend te laten zijn voor de inwoner.

  budget excl. uitname vangnet baten baten als % budget excl. uitname vangnet
2011 € 4.041.287.774 € 150.102.176 3,7%
2012 € 4.855.063.547 € 135.560.371 2,8%
2013 € 5.495.221.221 € 134.853.365 2,5%
2014 € 5.709.539.698 € 150.041.974 2,6%
2015 € 5.599.179.960 € 147.926.831 2,6%
2016 € 5.630.229.125 € 136.953.695 2,4%
2017 € 5.819.059.957 € 133.761.517 2,3%
2018 € 6.078.117.019 € 132.732.405 2,2%
2019 € 5.964.787.902 € 131.975.183 2,2%
2020 € 6.333.790.889 € 127.632.377 2,0%
2021 € 6.383.462.600 € 127.706.442 2,0%

Bron: Overzicht van budgetten en lasten vanaf 2004, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Terugvordering en de menselijke maat

Bij het vaststellen van het bedrag dat maandelijks kan worden teruggevorderd, moet rekening worden gehouden met de inkomsten van de debiteur. Op het moment dat iemand nog een bijstandsuitkering ontvangt − of anderszins een minimum inkomen heeft − is de afloscapaciteit beperkt. Zoals te zien is in deze factsheet, zijn de gemiddelde bedragen van vorderingen soms best hoog. Dit betekent dat aflossing soms wel jaren kan duren. In de uitkomsten van de beleidsanalyse van het ministerie van SZW ‘Participatiewet in balans’, wordt geconcludeerd dat gemeenten de ruimte missen om de hoogte van de vordering meer op de situatie van de debiteur af te stemmen. Immers, het toepassen van de wet als het gaat om de vorderingen, kan haaks staan op de opdracht om te zorgen voor een bestaansminimum voor inwoners.

In spoor 1 van de herziening van de P-wet worden verschillende beleidsopties genoemd, die kunnen bijdragen aan een handhavingsinstrumentarium met oog voor de menselijke maat en ruimte voor maatwerk:

  • Terugvorderingsplicht bij overtreding van de inlichtingenplicht aanpassen naar ‘terugvorderen, tenzij dit tot onredelijke situaties leidt’.
  • Meer ruimte voor individuele afwegingen door middel van waarschuwingen.
  • Verkenning mogelijkheden aanpassen debiteurenbeleid bij onverschuldigde betalingen.
  • Begrenzing tot hoe ver men terug kan gaan bij herziening/intrekking recht op bijstand.