Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Debiteuren

Laatste update:

2 Aflossing van vorderingen

2.3 Verhaal

Incasso van verhaal onderscheidt zich van de andere vorderingen, omdat de debiteur niet de (ex)-bijstandsgerechtigde is, maar een derde. Niet alle gemeenten kiezen ervoor om verhaal in te stellen. Zoals eerder is vermeld, is verhaal instellen een bevoegdheid, geen verplichting van gemeenten. Wel zijn inkomsten uit verhaal van belang gezien het feit dat het tot de baten wordt gerekend, en het daarmee dus een rol speelt in het budgetresultaat en in de prijs van de uitkering.

We zien dat de incassoquote voor verhaal schommelt tussen de 2,5 en 3,5%. Deze ligt hiermee hoger dan de totale incassoquote. Reden daarvoor kan zijn gelegen in de betalingsbereidheid van de onderhoudsplichtige. Het gaat bij verhaal veelal toch om onderhoudsplicht voor kinderen en daar willen onderhoudsplichtigen wel voor betalen.

Redenen dat een gemeente toch kiest voor het niet-verhalen op (ex-)partners van bijstandsgerechtigden:

  • Uitvoeringskosten ten opzichte van de ontvangsten zijn (te) hoog;
  • Er wordt meer ingezet op het laten ontvangen van alimentatie door middel van een uitspraak van de rechtbank.

Bij 48 van de 161 gemeenten (= 30%) uit de Divosa Benchmark Werk & Inkomen die zijn meegenomen in de analyse van verhaal, is er geen openstaande vordering verhaal. Als er geen openstaande vorderingen verhaal zijn, kan dit verschillende dingen betekenen: 

  • Dit kunnen ook gemeenten zijn die geen vorderingen verhaal hebben, maar wel alimentatie hebben waarbij iedereen betaalt;
  • Het kan zijn dat een gemeente wel gebruikmaakt van de bevoegdheid, maar dat er geen openstaande vorderingen zijn omdat de berekende verhaalsbijdrage nihil is. Periodiek wordt de draagkracht onderzocht;
  • Onderhoudsplichtigen betalen volgens schema, goede betaalmoraal en/of efficiënte incasso.

Overigens komt het ook voor dat er vorderingen verhaal zijn met een hoogte van nul euro. Dit kan komen doordat de draagkracht van de persoon waarop wordt verhaald nihil is.

Relatie verhaal en alimentatie

De bedragen aan alimentatie en verhaal zijn op zich dezelfde. De berekeningssystematiek voor beide is geënt op de zogenaamde Tremanormen, de normen van rechtbanken.

Alimentatie zal door een rechtbank worden vastgesteld. De beschikking van de rechtbank is ook afdwingbaar. Mocht dus een (ex-)partner niet betalen, dan kan de alimentatiegerechtigde een procedure starten om alsnog de alimentatie te ontvangen. Veelal wordt het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO) daarvoor ingeschakeld.

Voordeel van alimentatie ten opzichte van verhaal door de gemeente, is dat alimentatie door de bijstandsgerechtigde wordt ontvangen. Het maakt niet uit of iemand bijstandsgerechtigd is of niet. Verhaalsbijdragen worden door de gemeente ontvangen en alleen voor zolang er sprake is van bijstandsverstrekking. Een inwoner is zodoende op lange termijn meer geholpen bij het goed regelen van alimentatie.

Alimentatie kan worden gezien als een voorliggende voorziening. Een ander voordeel van het ontvangen van alimentatie is dat het een vaste inkomenscomponent is, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor de gemeente geldt dat bij deze bijstandsgerechtigden er minder aan andere inkomsten, bijvoorbeeld uit deeltijdwerk, hoeft te worden ontvangen om te komen tot uitstroom uit de uitkering. Laatste voordeel lijkt dat de gemeente er verder geen werk aan heeft, namelijk alleen de bedragen in mindering brengen op de uitkering en dit jaarlijks indexeren.

Interessant vanuit de benchmark is dan ook om eens te kijken naar het aantal alleenstaande ouders in de bijstand in relatie tot inkomsten uit alimentatie. Ontvangt iedere alleenstaande ouder wel alimentatie en zo niet, wat is daarvan de reden?

De afgelopen jaren is het percentage alleenstaande ouders landelijk ongeveer gelijk gebleven met circa 15% van totaal bijstandsgerechtigden. Van deze 15% is het aandeel alleenstaande ouders met kinderalimentatie tussen de 12-13%. Zoals in voorgaande grafiek te zien is, varieert dit percentage per gemeente. 

Theoretisch is het zo dat 100% van de alleenstaande ouders kinderalimentatie zou moeten ontvangen. Redenen dat er geen kinderalimentatie is, zouden kunnen zijn:

  • er is geen onderhoudsplichtige (onbekende verblijfplaats/vader onbekend/overleden);
  • de onderhoudsplichtige heeft geen draagkracht;
  • de kinderen zijn niet uit huwelijk geboren of zijn niet erkend door de vader. (1)

Echter, uit de cijfers kan worden geconcludeerd dat rond de 85% van de alleenstaande ouders geen kinderalimentatie ontvangt. De vraag voor gemeenten is of dit percentage klopt. Of zijn alle alleenstaande ouders wellicht niet goed in beeld gebracht ten aanzien van de alimentatie? Is het een en ander wel goed onderzocht (voorliggende voorziening)?

Voetnoten

  1. Niet erkennen hoeft geen reden te zijn om niet te verhalen. Maar veel gemeenten gaan hier wel vanuit.