Overslaan en naar de inhoud gaan

5. Waar kan je vandaag al mee beginnen?

Het opzetten van een gestructureerde lerende praktijk, zoals in deze methodiek is beschreven, is soms niet direct mogelijk. Toch kun je vandaag al met deze manier van werken aan de slag. 

Met kleine aanpassingen in je dagelijkse werk kun je domeinoverstijgende samenwerking en lerend vermogen nu al versterken:

1. Verken het vraagstuk vanuit de praktijk

Begin niet met beleid, maar betrek de uitvoering.

  • Ga in gesprek met een uitvoerend professional en vraag:
    • Waar loop jij tegenaan in de samenwerking met andere partijen?
    • Wanneer gaat het goed en wanneer niet?
  • Vraag door op concrete situaties: wat gebeurde er precies? Wat maakt dat samenwerking wel of niet goed gaat? 

Dit helpt om het vraagstuk te verbinden aan de dagelijkse praktijk, in plaats van abstract te blijven.

2. Kijk over je eigen beleidsdomein heen

Veel vraagstukken spelen zich af over de grenzen van afdelingen heen.

  • Breng in kaart met welke andere afdelingen jouw werk raakvlakken heeft.
  • Ga met een collega uit een ander domein in gesprek:
    • Wat verwachten jullie van elkaar?
    • Waar sluiten jullie werkwijzen wel of juist niet op elkaar aan?

Dit helpt om verschillen in perspectief zichtbaar te maken: een eerste stap richting betere samenwerking!

3. Stel het inwonersperspectief centraal

Ga na wat het vraagstuk betekent voor inwoners.

  • Stel jezelf vragen als:
    • Hoe ervaart een inwoner de dienstverlening over onze afdelingen heen?
    • Wat wordt er van deze inwoner gevraagd door verschillende partijen?
  • Gebruik waar mogelijk concrete casussen of voorbeelden.

Dit helpt om focus en urgentie aan te brengen en voorkomt dat het gesprek intern blijft.

4. Onderzoek samen welke aannames een rol spelen

Veel knelpunten ontstaan doordat mensen vanuit verschillende aannames werken.

  • Bespreek met collega’s:
    • Wat nemen wij als organisatie als ‘gegeven’ aan?
    • Waar twijfelen we over (bijvoorbeeld: over wat wel en niet mag)?
  • Leg dit naast elkaar.

Dit helpt om misverstanden en schijnbare belemmeringen boven tafel te krijgen.

5. Experimenteer in het klein

Je hoeft niet meteen grote veranderingen door te voeren.

  • Spreek met betrokkenen één concrete aanpassing af, bijvoorbeeld:
    • een andere manier van afstemmen rond een casus
    • een duidelijkere regieafspraak
  • Probeer dit uit in de praktijk en bespreek samen: werkt dit beter?

Dit sluit aan bij de kern van de lerende praktijk: leren door te doen.

6. Zoek actief verbinding in de organisatie

Verandering vindt niet alleen plaats in formele overleggen.

  • Deel inzichten met collega’s, managers of beleidsadviseurs.
  • Gebruik informele momenten om het gesprek te voeren.
  • Zoek mensen op die invloed hebben (sleutelfiguren).

Dit helpt om draagvlak te creëren en om beweging breder in de organisatie te brengen.

7. Houd een vinger aan de pols

Reflecteer regelmatig op de voortgang.

  • Wat hebben we geleerd?
  • Wat doen we nu anders dan voorheen?
  • Wat vraagt dit van onze volgende stap?

Dit hoeft niet ingewikkeld te zijn of lang te duren: korte gesprekken of reflectiemomenten volstaan ook.

Conclusie

Door deze kleine stappen te zetten, werk je al volgens de principes van een lerende praktijk: samen begrijpen, uitproberen en bijstellen. Het helpt om beter zicht te krijgen op wat er in de praktijk speelt, en het is vaak het begin van een bredere beweging richting domeinoverstijgend werken. Tegelijk kunnen deze eerste stappen ook dienen als opmaat naar een meer gestructureerde lerende praktijk, zoals beschreven in deze methodiek. 

De inzichten en ervaringen die je opdoet, helpen om het vraagstuk scherper te formuleren, betrokkenen aan te haken en gezamenlijk eigenaarschap te ontwikkelen. Daarmee leg je een basis voor de eerste stap: het toewerken naar een gedeelde ambitie en een scherpe probleemanalyse.