Overslaan en naar de inhoud gaan

6. Verdieping en achtergrond

6.2 Veranderperspectief

Als kader werkt een lerende praktijk met het ‘viervenstermodel’ (Binkhorst et al. 2019). Dit model onderscheidt vier perspectieven:

  1. De inwoner en zijn leefwereld
  2. De uitvoerende professional
  3. De organisatie-inrichting
  4. De rol van beleid en bestuur

Vanuit ieder perspectief kijk je naar de maatschappelijke opgave die voorligt. Deze perspectieven sluiten niet vanzelfsprekend op elkaar aan. Integendeel: vaak schuren ze. Het toepassen van het viervenstermodel helpt je om goed te reflecteren op de verschillende factoren die de kwaliteit van de samenwerking beïnvloeden. Dit heet ook wel ‘boundary crossing’ (Akkerman & Bakker 2017).

Boundary crossing verwijst naar het overbruggen van grenzen tussen verschillende professionele disciplines, tussen professionals en inwoners, geledingen binnen een organisatie of beleidsdomeinen.

Het viervenstermodel

De inwoner in diens leefomgeving
  • Persoonsgerichte, holistische ondersteuning die het individu als geheel erkent
  • Ondersteuning die behoeften op verschillende levensdomeinen adresseert
  • Autonomie: keuzevrijheid en regie over de ontvangen ondersteuning
  • Actieve betrokkenheid bij het samen creëren van oplossingen
  • Versterking (empowerment): aandacht voor persoonlijke krachtbronnen en het sociale netwerk
De uitvoerend professional
  • Inzicht in de rollen en expertise van andere professionals
  • Verbinden en respecteren van professionele kennis en expertise over domeinen heen
  • Integreren van verschillende professionele disciplines
  • Samenwerken op basis van een gedeelde visie en wederzijds vertrouwen

... uitgangspunt: de leefwereld van de inwoner

De organisatie & processen
  • Zorgen voor heldere werkprocessen
  • Bieden van toegankelijke ingangen tot zorg en ondersteuning
  • Professionals faciliteren met tijd, continuïteit en coördinatie
  • Werken met projectmatig leiderschap
Beleid en bestuur (lokaal)
  • Een integrale visie en strategie over sociale domeinen heen
  • Duidelijke mandaten en ondersteuning voor professionele handelingsruimte
  • Focus op lange termijn
  • Helderheid over financiële kaders en gemeentelijke verordeningen
  • Flexibiliteit in de toepassing van wet- en regelgeving op lokale behoefte