Overslaan en naar de inhoud gaan

Eenvoud in complexiteit

Laatste update:

Hennie van Deijck en Hidde Brink • Divosa: ‘We leggen complexiteit nu bij inwoners neer’

Ze vullen elkaar naadloos aan. Hennie van Deijck beschouwt en reflecteert, Hidde Brink deelt ervaringen en verbindt. Honderd gesprekken per jaar voerden ze, misschien wel meer. Maar de eerste vraag aan al die managers in het sociaal domein bleef al die tijd dezelfde. Hoe gaat het met je?

Een bijzondere opdracht is het. In gesprek gaan met de leden van Divosa. Met al die verschillende leiders in het sociaal domein. Kriskras door het hele land. ‘Hoe gaat het met jou en hoe gaat het met de organisatie?’ Dat was de insteek, vertelt Van Deijck. ‘Niet over een specifiek onderwerp of probleem, maar juist een open gesprek. Wat drijft en beweegt organisaties? Gaandeweg zijn we dat bij Divosa ‘de honderd gesprekken’ gaan noemen.’

‘Een nauw contact met de leden is essentieel voor Divosa', zegt Van Deijck. ‘We zijn immers al bijna 90 jaar een vereniging van leidinggevenden. Waar zijn zij mee bezig? Wat leeft onder hen? Dat betekent goed luisteren. Wat horen we vaak terugkomen? Zijn er patronen die opvallen, thema’s waar we inhoudelijk vanuit het verenigingsbureau meer aandacht aan kunnen besteden?’

Open en eerlijk

‘De gesprekken hebben veel opgeleverd', vult Brink aan. ‘Heel bijzonder vind ik de open sfeer tijdens onze gesprekken. Mensen vinden het vaak heel fijn om met ons de diepte in te duiken, even reflecteren. Hun betrokkenheid raakte me echt.’

Ik hoor toch ook nog veel strategisch geklets.

Na de gesprekken - die ze overigens blijven voeren - concludeerden Van Deijck en Brink dat veel leidinggevenden een complexiteitsovervloed ervaren. Dat gaat over de dagelijkse complexiteit - waarbij managers te maken hebben met een tekort aan personeel, met crisissen zoals corona en energie, de opvang van Oekraïense ontheemden en statushouders en dat alles binnen de hectiek van een politiek-bestuurlijke organisatie. Zie het als het eerste niveau van complexiteit.

Brink: ‘Leidinggevenden worden hierin meegezogen en hebben daar ook echt last van. Een voorbeeld is een medewerker die op een dag een inwoner - een oudere dame - moest vertellen dat ze niet in aanmerking kwam voor de energietoeslag omdat ze 5 euro te veel verdiende. Dat was niet de eerste die dag. Wat vraag ik van mijn mensen? hoorde ik dan soms terug van leidinggevenden.’

Het tweede niveau van complexiteit gaat meer over doen wat nodig is, vervolgt Van Deijck. Hoe kunnen we mensen in een kwetsbare positie echt zien én helpen? Wat hebben mijn mensen daarvoor nodig? ‘De opgave van de transitie eigenlijk. Dichter bij huis, dichter bij de inwoner. Ik zie echt dat de blik van veel leidinggevenden gericht is op de inwoners. Dat vind ik heel positief.’

Het moet niet zo zijn dat jouw medewerkers last krijgen van jouw gebruiksaanwijzing omdat je eigenlijk overloopt.

Bureaucratische gevechten

Collega Brink is het daar niet helemaal mee eens. ‘Dit geldt inderdaad voor veel gemeenten, ik zie directeuren en managers die hier echt in geloven. Maar er zijn ook gemeenten waar leidinggevenden alleen maar bureaucratische gevechten aan het voeren zijn. Ik hoor toch ook nog veel strategisch geklets. Of er worden casustafels georganiseerd waar voornamelijk beleidsmensen aanschuiven, ook dat vind ik een veeg teken.’

Het derde niveau dat Brink en Van Deijck onderscheiden is het gebrek aan een geloofwaardig verhaal. Brink: ‘De bekende stip op de horizon. Onze samenleving staat voor grote maatschappelijke opgaven, waar het einddoel nog niet eens zo duidelijk is. We zitten toch met z’n allen eigenlijk in een chaotische tussenfase.’

Overvloed

Kortom, een overvloed aan complexe vraagstukken. Tel daar een gebrek aan tijd bij op - veel mensen met wie ze hebben gesproken missen de ruimte voor reflectie. Wat kan helpen om eenvoud te brengen in al die complexiteit?

Van Deijck: ‘We hebben natuurlijk ook niet de oplossing voor alle kwalen, maar Divosa is onder meer naar aanleiding van onze gesprekken gestart met reflectiesessie voor leidinggevenden,  juist om wat meer stil te staan bij de eigen rol en eigen waarden als leidinggevende.’

Tekst gaat door onder de foto.

Geen doel op zich

Reflectie moet geen doel op zichzelf zijn, benadrukt ze. ‘Zelfonderhoud doe je niet alleen voor jezelf, om het grote verhaal vast te houden, maar ook voor jouw omgeving. Het moet niet zo zijn dat jouw medewerkers last krijgen van jouw gebruiksaanwijzing omdat je eigenlijk overloopt.’

Een ander essentieel punt, benadrukt Van Deijck, is een goede bedrijfsvoering die ondersteunend is in plaats van belastend. ‘Een goed bedrijfsproces geeft orde en dat biedt ruimte. Ook hier geldt, dit is geen doel op zichzelf, maar een goed systeem waarop je kunt bouwen, dat zorgt voor minder bureaucratie en minder gezeur, waardoor er meer ruimte komt voor de inwoner.’

Van betekenis zijn

Brink: ‘Denk ook aan kwaliteit. Kwaliteit in het sociaal domein is lastig te meten. Je kunt niet zeggen, je hebt tien gesprekken gevoerd, dus je hebt het goed gedaan. Wanneer ben je daadwerkelijk van betekenis geweest? Wat wil je eigenlijk meten? Hoe kun je weten of bepaalde interventies effectief zijn?’

Brink adviseert gemeenten ook vaak om scherpere keuzes te maken. ‘Om een voorbeeld te geven: Bij welke regio-overleggen moet jij of de wethouder echt aanwezig zijn? Wees niet bang om je door een andere gemeente te laten vertegenwoordigen, anders kun je 27 keer aanschuiven.’

We zijn eigenlijk nog maar net begonnen.

Het is volgens de twee ervaren procesmanagers belangrijk om gesprekken te blijven voeren. Brink: ‘Ik hoop echt dat we onze leden helpen om hun werk behapbaar te maken. Ik maak me ook echt zorgen. Mensen zijn vaak zo betrokken, anders werk je meestal niet in het sociaal domein, en ik zie soms dat ze echt overspoeld raken. Meegezogen in de waan van de dag. Dat raakt me echt.’

Zoek het zelf maar uit

Van Deijck: ‘Mijn missie - en ik hoop daar met onze gesprekken aan bij te dragen - is om het beter te doen voor de inwoner. We doen het vaak niet goed genoeg en dat komt ook omdat we veel te veel complexiteit bij de inwoner neerleggen. De tekortkoming van het systeem leggen we daar neer: zoek het zelf maar uit.’

Toch is de moed hen niet in de schoenen gezakt, stelt Brink. ‘De betrokkenheid van de meeste leidinggevenden blijft me raken. De wens om te veranderen, om dichter bij de mensen te staan is vaak heel oprecht. Het gaat vaker over vertrouwen, over menselijke dienstverlening, over gezien en gehoord worden.’

Van Deijck: ‘En vergeet niet: grote transities zoals die in het sociaal domein  duren meer dan twintig jaar. We zijn eigenlijk nog maar net begonnen.’