Overslaan en naar de inhoud gaan

Eenvoud in complexiteit

Laatste update:

Jan-Kees Helderman • expert: ‘Benoem de olifant in de kamer’

‘Het sociaal domein beschikt over ontzettend veel kennis’, zegt Jan-Kees Helderman, hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit. ‘Maar al die kennis wordt nog te weinig bij elkaar gebracht. We missen ook kennis uit de dagelijkse praktijk. Als professionals elkaar niet opzoeken, is er nog steeds een kloof.’

‘In het sociaal domein manifesteren zich verschillende vormen van complexiteit.’ We duiken bij de start van het interview meteen de diepte in. Helderman licht een specifieke vorm van complexiteit uit waarmee we in het sociaal domein moeten zien om te gaan: dynamische complexiteit. ‘Daarbij is sprake van fundamentele onzekerheid, het verloop van het proces is grillig en de omstandigheden veranderen omdat de omgeving steeds anders reageert.’

Dynamische complexiteit

Hij geeft een voorbeeld. ‘Ouders kloppen samen met hun kind aan bij jeugdzorg, het kind heeft hulp nodig. Omdat het om een meervoudig probleem gaat, zijn er meer professionals bij betrokken. Het probleem kan zich verergeren of juist verminderen, hoe dan ook: het ontwikkelt zich.’ En die dynamische complexiteit raakt zowel de direct betrokken, in dit geval het kind en diens ouders, als de professionals in het sociaal domein. ‘De hele transitie is sowieso dynamisch en complex. Wat daarin gebeurt, druist in tegen wat we eigenlijk het liefste willen: eenduidige en pasklare oplossingen voor problemen.’

Pragmatische reveille

In zijn oratie als hoogleraar hield Helderman een pleidooi voor een pragmatisch reveille in het sociaal domein. Daarbij vormde het pragmatisme een belangrijk uitgangspunt: een filosofische stroming die de focus legt op het verbinden van praktijk en theorie.

Pragmatisme helpt ons uit te vinden wat oorzaken van mogelijke problemen zijn.

Helderman: ‘Pragmatisme helpt ons uit te vinden wat oorzaken van mogelijke problemen zijn. Het leert ons hoe wij de ongrijpbare, dynamische, complexe wereld kunnen begrijpen. Neem begrippen als zelfredzaamheid of eigen kracht. Niemand weet precies wat we eronder verstaan. En sommigen hebben er grote argwaan over, anderen zien het als iets noodzakelijks. Het zijn zowel cognitief als normatief onbekende en betwiste begrippen. Het pragmatisme helpt ons om met elkaar uit te zoeken wat we ermee bedoelen, wat we ervan moeten vinden, welke waarden we aan deze begrippen willen toekennen.’

Maar dan kan er begripsverwarring ontstaan. Bijvoorbeeld bij bestuurders en beleidsprofessionals …

‘Dat is ook lastig. Maar die begripsverwarring is nu eenmaal een gegeven. Als het waar is dat dit een kritieke transformatie is dan is het een illusie om te denken dat we het van tevoren allemaal zouden moeten weten. Er is geen oplossing op voorhand. Die moet je samen zien te ontdekken. De politiek heeft die kennis niet in pacht. Er staat niet voor niets in de Algemene wet bestuursrecht dat de overheid deskundigheid moet inwinnen bij alles wat ze doet. Een beginsel dat overigens vaak met voeten wordt getreden.’

Schrijnend voorbeeld

De Nijmeegse hoogleraar roept, als onderdeel van zijn pragmatisch reveille, bestuurders, beleidsprofessionals en uitvoerenden in het sociaal domein op iedere oplossing ter discussie te durven stellen. Het vergt volgens hem van iedereen een nieuwe manier van opereren, een nieuwe wijze van omgaan en samenwerking met elkaar.

Helderman zet deze beoogde werkwijze af tegen New Public Management, in zijn ogen tot voor kort de dominante manier van werken. De relatie tussen overheid en burger is daarbij een te afstandelijke geworden, vindt hij. Met alle negatieve gevolgen van dien, het toeslagenschandaal als een van de meest schrijnende voorbeelden ervan.

Begripsverwarring is nu eenmaal een gegeven.

Kun je iedere oplossing ter discussie in de politiek-bestuurlijke context waarin professionals in het sociaal domein opereren?

‘Je hebt in elk geval een minimale vorm van bereidheid en vertrouwen in elkaar nodig om zo te kunnen werken. En een zekere wederkerigheid. In een situatie waarin je volledig voor je eigen belangen gaat, zal dat inderdaad niet werken.

Een voorbeeld: stel je bent fundamenteel tegen het betrekken van private partijen in het sociaal domein. Dan ben je een slechte gesprekspartner voor degenen die dat wel willen. En andersom natuurlijk. Stel dat je absoluut vasthoudt aan open house inkoop van zorg omdat je gelooft in de liberale uitgangspunten die daaronder ten grondslag liggen. En dat je niet bereid bent om te luisteren naar anderen die zeggen: er zitten ook nadelen aan deze vorm van inkoop. Bij zo’n grondhouding is er weinig voedingsbodem voor samenwerking. Je zult bereid moeten zijn om te zien dat ieder voordeel een nadeel heeft. Samenwerking is het sleutelwoord.’

Dat klinkt als het poldermodel …

‘Ja, maar wel op het scherpst van de snede. Ik denk dat je het gedisciplineerd en systematisch moet doen met elkaar. Met open vizier argumenten en de voors en tegens uitwisselen bij onderwerpen die op tafel komen. Dat gebeurt jammer genoeg niet altijd. Ik kom in veel gemeenten en daarbij zie ik nogal eens een olifant in de kamer staan waar niet over wordt gepraat.’

Tekst gaat door onder de foto.

Zoals?

‘Bijvoorbeeld de vraag over de aanbestedingen bij de bekostiging van de zorg, ik noemde het net al. Je ziet nu beetje bij beetje en tussen de regels door in nota’s staan dat open house niet de meest geschikte contractmethode blijkt te zijn om tot een transformatie te komen.’

Heldermans appel aan onderhandelende partijen in gemeenten: durf zo’n onderwerp op tafel te leggen, ter discussie te stellen en het er open over te hebben. ‘Het geldt eigenlijk voor alle onderwerpen', voegt hij eraan toe. ‘Het zou ontzettend helpen als we steeds met elkaar durven zeggen dat dit een hele fundamentele en kritieke transformatie is. Het gaat namelijk niet alleen over een andere aanpak van maatschappelijke problemen die begint bij wat mensen tegenkomen in het dagelijks bestaan. Het gaat ook over ingrijpende interbestuurlijke hervormingen tussen Rijk en de gemeenten met daartussenin de regio’s. Het gaat over een fundamenteel andere manier van nadenken over wat rechtmatig en wat rechtvaardig is.’

Moeten we veel meer durven toegeven dat het een complex vraagstuk is waar we ons voor gesteld zien?

‘Ja, ik denk dat dit goed zou zijn. In mijn vakgebied bestuurskunde hebben we het vaak over wicked problems. De ingewikkelde problemen waarvan we cognitief, normatief en institutioneel niet zo goed weten wat we ermee moeten. Tegelijkertijd moet die wickedness niet een excuus zijn om dan niet te weten willen komen hoe zaken in elkaar zitten.’

Er is geen oplossing op voorhand. Die moet je samen zien te ontdekken.

Je houdt een pleidooi voor het ontwikkelen van een lerend stelsel in het sociaal domein. Wat bedoel je daarmee?

‘Het leren waar ik op doel, over zich ontwikkelende praktijken en ervaringen en die zo systematisch mogelijk met elkaar in verband brengen, met elkaar vergelijken en met elkaar bespreken.’

Gebeurt dat nu nog niet dan?

‘Te weinig. Ik denk dat we ontzettend veel kennis hebben. Maar die kennis is te gefragmenteerd aanwezig, en wordt te weinig bij elkaar gebracht. Bovendien missen we kennis uit de alledaagse praktijk.’

Het is ironisch, stelt Helderman. Met de decentralisaties dachten we beleid en uitvoering dichter bij elkaar gebracht te hebben. De gemeente zit immers dichter bij de vraagstukken van mensen dan het Rijk. ‘Maar wat gebeurde, is dat je bij gemeenten dezelfde splitsing tussen beleid en uitvoering zag ontstaan. De frontlinieprofessionals bevinden zich in de wijk en het beleid wordt op het stadskantoor gemaakt. Als die professionals elkaar niet opzoeken, is er nog steeds een kloof.’

Ook bínnen het ambtelijk apparaat bestaat die scheiding in nogal wat gemeenten, vervolgt Helderman. ‘Als Wonen een andere afdeling is dan Werk & Inkomen, Jeugd en Onderwijs, dan heb je daar ook verkokering.’ Hij heeft dat op genoeg plekken gezien. ‘Er wordt door de gemeenten bij de transformatie vooral gestuurd in opdrachtgeverschap aan private partijen. Maar als je contractmanagement op een andere afdeling zit dan waar beleid zit, kun je dat niet sturen.’

Je zult bereid moeten zijn om te zien dat ieder voordeel een nadeel heeft. Samenwerking is het sleutelwoord.

Het kan anders. Helderman deed drie jaar geleden onderzoek* in de gemeente Utrecht. ‘Wat ik daar fascinerend vond: iedere beleidsambtenaar is daar tegelijkertijd accounthouder, dus onderhoudt alle contacten met de partijen die de transformatie moeten realiseren.’

Ook de manier waarop ze in Utrecht casuïstiekbesprekingen voeren en de betrokken professionals ervan leren, strekt tot voorbeeld van andere gemeenten, vindt Helderman. In de besprekingen schoof iedereen aan, van gemeenteambtenaar, een vertegenwoordiger van de woningcorporatie tot gezinswerker en specialistische jeugdzorgprofessional uit de ggz. ‘Het bijzondere was dat er niet alleen naar oplossingen voor individuele problemen werd gezocht. Die individuele gevallen leerden ook wat structurele problemen waren. Tien incidenten vormen immers een patroon.’

Elegante simpelheid

Helderman heeft aan het einde van het gesprek nog een nabrander. De praktijk leert dat complexiteit ons niet altijd in de weg hoeft te zitten, stelt hij. De hoogleraar wijst daarbij op het werk van het Instituut voor Publieke Waarden. ‘Als je ziet wat die aan oplossingen weten te vinden, aan geitenpaadjes binnen de huidige wet- en regelgeving, dan is het soms helemaal niet complex. Als ik dat zie ben ik positief verbijsterd over de elegante simpelheid in de redenering bij hun oplossingen.’

Over Jan-Kees Helderman

Jan-Kees Helderman is hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit. Helderman is gespecialiseerd in bestuur en beleid van sociaal beleid, in het bijzonder de jeugdzorg, gezondheidszorg, sturing en innovatie in maatschappelijke dienstverlening. Sinds oktober 2020 is hij ook vice-decaan onderzoek van de Faculteit der Managementwetenschappen. Helderman is associate editor van Health Economics Policy and Law (Cambridge University Press) en hoofdredacteur van het tijdschrift Bestuurskunde van de Vereniging voor Bestuurskunde.