Overslaan en naar de inhoud gaan

Eenvoud in complexiteit

Laatste update:

Ronald Derks • directeur: ‘We moeten accepteren dat het systeem niet perfect is’

Op jonge leeftijd leerde Ronald Derks, directeur Samenleving & Veiligheid bij de gemeente Delft, al dat het leven soms anders loopt dan gehoopt. Dat vormde hem. Met een sterk relativeringsvermogen en een voorliefde voor maatschappelijke vraagstukken als resultaat.

Wat wilde je vroeger worden?

‘Toen ik een jaar of veertien was, wilde ik bij het Korps Mariniers. Dat leek me wel stoer, tot ik me bedacht dat je dan oorlog gaat voeren, op mensen moet schieten. Toen ik ouder werd, groeide de interesse in de moeilijke kant van de samenleving. Ik ben zelf opgegroeid in een volksbuurt in Utrecht. Dat heeft me zeker gevormd. Ik voel me overal thuis, of ik nu in een boardroom zit of met een jongere op straat praat. Dat is heel handig, ook in mijn huidige werk. 

Ik geloof heel erg in eigen verantwoordelijkheid en eigen keuzes maken. Maar ik weet ook dat sommige mensen die vrijheid helemaal niet ervaren; ze hebben voor hun gevoel geen andere keuze. Ultieme vrijheid is voor mij de mogelijkheid hebben om te kunnen kiezen.

Ik heb er zelf voor gekozen om strafrecht te gaan studeren. Waarom doen mensen de dingen die ze doen? Goed en kwaad, dat vond ik super interessant. Na een paar jaar rechten miste ik toch de menskant. Toen heb ik nog een jaartje pedagogiek gestudeerd. Heb tegelijkertijd ook een bijbaantje gevonden bij een kinderdagverblijf, daar heb ik twee jaar gewerkt. Fantastisch, ik zou het zo weer willen doen.

Ik ben uiteindelijk toch teruggegaan naar rechten en heb voor mijn eindscriptie onderzoek gedaan naar de leefwereld van Somalische jongeren in Tilburg. Ik ben in die tijd ook begonnen als basketbalcoach en ik merkte toen al dat ik het heel leuk vind om mensen te begeleiden, verder te brengen.’

Je bent nu directeur Samenleving & Veiligheid bij de gemeente Delft. Hier komt veel samen? 

‘Klopt. Ik ben heel toevallig bij de gemeente terechtgekomen en heel bewust gebleven. Na mijn studie begon ik als klantmanager bij de gemeente Rotterdam. Ik heb in mijn werk – in Rotterdam en hier in Delft – altijd heel veel ruimte gevoeld om het werk naar eigen inzicht te doen. Natuurlijk heb je ook te maken met bureaucratische regels, natuurlijk moet je soms door een hoepeltje springen, maar dat hoort erbij. Als dat nodig is om een groter doel te bereiken.’

Ik zit hier echt niet om ervoor te zorgen dat de wethouder op z’n plek blijft.

‘Ik heb in Rotterdam van alles gedaan, van uitvoering tot beleid. Ik ben ook nog twee jaar gedetacheerd geweest bij de VN in Genève, daar heb ik een stedennetwerk gecoördineerd waarbij Rotterdam ook in de stuurgroep zat. Die ervaringen neem je natuurlijk allemaal mee. Dat is goud. Ik snap in ieder geval wel in welke context mensen werken. Ik ben nu drie jaar directeur en inhoudelijk verantwoordelijk voor samenleving en veiligheid. Dat past. Ik zit dicht op het bestuur, heb daar ook een beetje invloed. En ik heb contact met de partners in de stad en mag ook nog iets vinden van hoe wij het als ambtenaar doen.’

Wat maakt je blij in je werk?

‘Uiteindelijk gaat het bij mij altijd om de vraag: wat heeft de stad hieraan? Wat levert het op voor Delft? Ik wil verschil maken, dat is echt mijn drijfveer. Ik heb daar weleens discussie over: jij werkt voor het college, zeggen mensen dan. Maar zo zie ik dat niet, ik werk voor de stad. Natuurlijk, het college is het dagelijks bestuur van de stad en een relevante factor, maar ik zit hier echt niet om ervoor te zorgen dat de wethouder op z’n plek blijft. Wij zitten er om het bestuur goed te adviseren, om te vertellen wat ze moeten horen. Hoe pakken zaken uit voor de stad?

Maar waar ik echt blij van word? Wat me meteen te binnenschiet is de borrel die we hebben georganiseerd voor alle mensen binnen onze organisatie die zo hard hebben gewerkt om de opvang van Oekraïense vluchtelingen mogelijk te maken. De snelheid, zonder gedoe, hóe gaan we het doen was meteen de vraag. Daar word ik ontzettend blij van.’

Divosa heeft vorig jaar honderd gesprekken gevoerd met leidinggevenden in het sociaal domein. Zij komen tot de conclusie dat er sprake is van complexiteitsovervloed, herken je dat?

‘Hm, als je niet van complexiteit houdt, moet je niet bij de overheid gaan werken. Ik ben nogal optimistisch van aard en stel mezelf vaak de vraag: kan ik er wat aan doen? Kan ik het beïnvloeden? Nee? Dan moet ik me daar niet druk over maken.’

Het is te gemakkelijk om te roepen: je moet lef tonen, ruimte nemen, buiten de lijntjes kleuren.

‘Weet je, mijn vader is op jonge leeftijd overleden. Ik was elf. Als ik dat met een vingerknip had kunnen veranderen, zou ik dat natuurlijk hebben gedaan. Maar ik heb als kind al heel snel geleerd dat dingen soms zijn zoals ze zijn. De vraag is: hoe ga je daarop reageren? Word ik slachtoffer van zaken die me overkomen, of ga ik kijken wat ik zelf kan doen?

Natuurlijk is dit werk complex. We hebben te maken met maatschappelijke vraagstukken, de rol van de overheid, het feit dat we een politiek bestuurlijke organisatie zijn, dat er schaarste aan middelen is. Elke keer benoemen dat het ingewikkeld is, helpt niet. 

Je moet het klein maken. Wat is nu echt het probleem hier? Waar zitten de mogelijkheden om invloed uit te oefenen? Ik hoor regelmatig terug dat ik goed ben in dingen eenvoudig maken, dat vind ik ook belangrijk. Dat doe ik ook als basketbalcoach. Ik coach jongens die best op hoog, landelijk niveau spelen. Als ik een time-out neem, ben ik altijd heel specifiek in wat ik van ze vraag.’

Wat vind je lastig in je werk?

‘Ik heb een allergie voor mensen die denken dat als je zaken structureert en protocolleert dat je het dan geregeld hebt. Denk aan mensen die zeggen: maar zo staat het niet in de regel of procedure. Als ik één ding geleerd heb bij rechten is dat je de memorie van toelichting moet lezen  om een wettekst écht te begrijpen. Daar staat de context, de overwegingen. We proberen in wetten en regels in taal de complexe werkelijkheid te vatten, en als die context verandert dan moet je die tekst dus ook anders lezen.’

Tekst gaat door na de foto.

Daarom het boek De Ideale Ambtenaar dat je samen met Bas van Leeuwen, wethouder in Haarlem hebt geschreven? Jullie zagen te weinig ideale ambtenaren?

‘Bas en ik hebben samen het Metropooltraject aan de NSOB gevolgd. Bestuurskunde met een focus op grootstedelijkheid. We wilden dat niet afsluiten met een mooi onderzoek dat in de la belandt, maar met iets praktisch. Iets wat ambtelijke professionals helpt. Juist omdat we het ambtelijk vakmanschap zo waarderen. We zijn met allerlei mensen gaan praten. En we kwamen er al snel achter dat iedereen een ander beeld heeft over wat een goede – of ideale – ambtenaar is.

We hebben toen ook naar de bestuurskundige geschiedenis gekeken en hebben dit vertaald naar een model met drie typen: de bureaucraat, de ondernemer en de verbinder. Daarover zijn we workshops gaan geven. Hoe zie je zelf die rol, hoe kun je deze rollen herkennen bij anderen? Daar is dit boekje uitgerold.’

Wat merk je tijdens die workshops? Worstelen ambtenaren met die complexiteit van het werk?

‘Ik denk dat er een paar dingen zijn die zij lastig vinden. Dat gaat over de verhouding met het bestuur, hoe doe je dat nu goed? Of hoe doen we dat nu met de inwoner, met maatschappelijke organisaties. Hoe betrekken we hen er goed bij? Het laatste is het duiden van de maatschappelijke opgaven waar we voor staan.’

Ambtenaren hebben behoefte aan een nieuw verhaal, een visie op de samenleving, hoor je vaak. Hoe zie jij dat?

‘Ik denk dat er geen gebrek is aan verhalen, het gaat over betekenis geven aan die verhalen. Wat moet de rol van de overheid zijn, hebben we daar wel hetzelfde beeld van? Anders blijft het allemaal heel ongrijpbaar, abstract. Kijk naar alle coalitieakkoorden, ze lijken allemaal op elkaar. Iedereen moet meedoen, daar is natuurlijk niemand op tegen. Totdat het asielzoekerscentrum bij jou in de buurt komt.

Het gaat volgens mij veel meer over het expliciet benoemen van de belangrijke waarden. Hoe geef je die vorm? Dat proberen we in Delft nu ook echt te doen en uiteraard heeft het bestuur daar een belangrijke rol in. Wat vinden zij bestuurlijk belangrijk? Dan kunnen wij daar vanuit onze inhoudelijke expertise verder invulling aan geven en vertalen naar concrete acties.’

We zijn Toyota niet. Een samenleving is een grote dynamiek tussen mensen die niet volledig voorspelbaar of beïnvloedbaar is.

Wat zie jij zelf bij mensen in de frontlinie in de praktijk gebeuren? 

‘Ik zie veel betrokkenheid, veel passie. Ze hebben geen boodschap aan nieuwe regels, procedures, ze willen doen wat nodig is. Het is te gemakkelijk om te roepen: je moet lef tonen, ruimte nemen, buiten de lijntjes kleuren. Die verantwoordelijkheid moet je niet alleen bij individuen neerleggen. Als bepaalde zaken niet werken, dan moeten we de kaders aanpassen.

Wat wij als overheid eigenlijk doen is dat we met al onze systemen, regels en procedures proberen te reageren op die buitenwereld. Maar we zijn Toyota niet. Een samenleving is een grote dynamiek tussen mensen die niet volledig voorspelbaar of beïnvloedbaar is. Er zijn zoveel factoren die de levens van mensen bepalen. Die levens kun je niet zomaar in een systeem duwen. Maar we moeten wel proberen een systeem zo te organiseren dat het voor de meeste mensen werkt. En verder moet je het feit accepteren dat dat systeem niet perfect is.’

Welke verandering zou je zelf in gang willen zetten?

‘We moeten dilemma’s omarmen. Dat gaat ook over de complexiteit. Als je met een bril van innovatie kijkt naar de energietransitie of je doet dat vanuit kansenongelijkheid, dan kom je tot hele andere oplossingen. Die zijn soms verenigbaar, soms niet.

Wat we nog té veel doen binnen de overheid is anderen proberen te overtuigen. Ik ben er voorstander van om in gesprek te gaan. Maar lukt het niet om elkaar te vinden, accepteer dat dan. Hier hebben we verschillende perspectieven. Dat levert een dilemma op, dat vraagt om een keuze in plaats van een strijd. Dat hoort erbij. Zoals Nietzsche zegt: amor fati. Omarm het lot.’

Over Ronald Derks

Ronald Derks is leidinggevende in het sociaal domein.  Hij begon met de poten in de klei als klantmanager in de meest uitgedaagde Rotterdamse wijken. Daarna leerde hij manoeuvreren en tot resultaten komen in de soms ingewikkelde structuren van de EU, leidinggeven aan een team op een werkplein en stimuleren van innovatie en samenwerking tussen steden en de private sector vanuit de VN. Ruim vier jaar geleden stapte hij van Rotterdam over naar de gemeente Delft, waar hij directeur Samenleving & Veiligheid is. 

Derks schreef samen met Bas van Leeuwen, wethouder in Haarlem, het boek De Ideale Ambtenaar. Utrechter Derks geeft workshops en lezingen en is naast zijn werk fanatiek basketbal coach.