Overslaan en naar de inhoud gaan

1. Hoogst haalbare taalniveau en afschalen

1.2 Afschalen: uitdagingen en oplossingen

Afschalen in het kader van inburgeringstrajecten betekent dat een inburgeraar die de B1 route volgt naar taalniveau A2 overstapt. Dit kan nodig zijn wanneer blijkt dat het oorspronkelijke streefniveau niet haalbaar is, bijvoorbeeld omdat de leerprogressie achterblijft of omdat een inburgeraar specifieke vaardigheden moeilijker ontwikkelt dan verwacht. Uiteraard komt het omgekeerde ook voor en zou opschalen naar een hoger niveau gepast zijn. Het bepalen van wanneer en hoe af- of opschaling plaatsvindt, is een terugkerend probleem binnen de inkoop en uitvoering van inburgeringstrajecten. Deze paragraaf belicht hoe gemeenten hiermee kunnen omgaan, welke problemen zich in contracten voordeden en welke concrete afspraken hierover met taalaanbieders gemaakt kunnen worden.

Afschalen in de praktijk

Afschalen is een noodzakelijk mechanisme om maatwerk te bieden binnen taalonderwijs. Hoewel de Wet inburgering 2021 een hoger streefniveau voorschrijft dan eerdere inburgeringswetten (B1 in plaats van A2), blijkt dat sommige mensen dit niveau niet of niet op alle onderdelen kunnen behalen. Afschalen is dan een manier om ervoor te zorgen dat een inburgeraar ook met (een aantal) taalexamens op taalniveau A2 kan voldoen aan de inburgeringsplicht. Het spreekt voor zich dat afschalen zorgvuldig moet worden toegepast en niet mag leiden tot een te vroege of onnodige afwaardering van de leerambities.

Een veelvoorkomende praktijk is dat cursisten in eerste instantie voor een B1-traject worden ingeschreven en er na een bepaalde periode (minimaal 600 lesuren) wordt beoordeeld of dit realistisch is. Zo nee, dan wordt afgeschaald naar A2. Andere gemeenten kiezen ervoor te focussen op zoveel mogelijk taal leren als er nog voortgang is. Het doel is dan niet per se meer het behalen van het B1 niveau, maar wel om nog zoveel mogelijk boven A2 niveau te leren. Eventueel afschalen doen zij op een later moment.

Knelpunten in bestaande contracten tussen gemeenten en taalaanbieders

Bij eerdere aanbestedingen hebben veel gemeenten en taalaanbieders onvoldoende expliciete afspraken gemaakt over afschalen. Dit heeft geleid tot verschillende knelpunten:

  1. Onduidelijkheid over de voorwaarden voor afschalen: In veel contracten was niet vastgelegd na hoeveel lesuren, op welk moment in het inburgeringsproces of op basis van welke criteria een cursist mocht worden afgeschaald. Hierdoor ontstonden discussies tussen gemeenten en taalaanbieders. Bijvoorbeeld over de situatie waarin er (te) veel tijd tussen het moment zit waarop taalaanbieders na 600 uur een verzoek tot afschalen indienen en de gemeente deze afhandelt. Pas na toekenning kunnen de A2-examens worden aangevraagd. Hierdoor moeten extra lesuren worden verzorgd om het niveau van de inburgeraar op peil te houden tot het moment dat het examen plaatsvindt.
  2. Financiële consequenties: Afschalen kan – afhankelijk van contractuele afspraken – tot financiële tegen- of meevallers leiden voor gemeente en/of taalaanbieders.
  3. Verschillen tussen gemeenten: Omdat er geen landelijke richtlijnen waren, ontstonden regionale verschillen in hoe afschalen werd toegepast. Dit zorgde voor onduidelijkheid bij zowel inburgeraars als taalaanbieders.
  4. Gebrek aan monitoring en evaluatie: In sommige gevallen werd te laat vastgesteld dat een cursist het beoogde niveau niet zou halen, waardoor waardevolle tijd verloren ging.

Afspraken die gemeenten kunnen maken met taalaanbieders

Om deze knelpunten te voorkomen, kunnen gemeenten en taalaanbieders heldere afspraken maken over afschalen. Dit kan onder meer door:

  • Duidelijke afschalingscriteria vast te leggen: Gemeenten zien erop toe dat een cursist pas mag worden afgeschaald na het wettelijk vastgelegde aantal lesuren (ten minste 600 uur). Ook is het belangrijk af te spreken op welk punt in de inburgeringstermijn afschaling een optie is en hoe een (vroegtijdig) advies van de taalschool hierin wordt meegenomen.
  • Afspraak over deelafschaling per vaardigheid: Sommige cursisten kunnen bijvoorbeeld op B1 blijven voor spreken en luisteren, maar op A2 examen doen voor lezen en schrijven. Dit biedt meer flexibiliteit en voorkomt dat een cursist volledig wordt teruggezet naar een lager niveau.
  • Financiële compensatie voor taalaanbieders: Gemeenten kunnen in contracten opnemen dat taalaanbieders niet financieel benadeeld worden door afschaling, bijvoorbeeld door een vaste vergoeding per cursist ongeacht het uiteindelijke niveau. Afschalen is alleen toegestaan als B1 niet haalbaar blijkt, waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteiten van de inburgeraar en de gestelde termijn.
  • Regelmatige evaluatiemomenten in te bouwen: Door na bijvoorbeeld 300 en 600 lesuren een evaluatiemoment in te bouwen, kunnen cursisten tijdig worden begeleid naar een haalbaar niveau.
  • Inzet van onafhankelijke toetsing: Gemeenten kunnen samenwerken met onafhankelijke toetsingscentra om objectief vast te stellen of een cursist daadwerkelijk het gestelde niveau kan halen, voordat wordt besloten om af te schalen.

Afschalen is een noodzakelijk instrument om inburgeraars zo goed mogelijk te begeleiden binnen hun leervermogen, maar moet zorgvuldig en transparant worden toegepast. Door duidelijke contractuele afspraken te maken, monitoring te verbeteren en financiële prikkels slim in te zetten, kunnen gemeenten en taalaanbieders samenwerken aan een effectieve en eerlijke toepassing van afschaling binnen inburgeringstrajecten.

‘Brugklas geeft goed beeld van taalniveau en leerbaarheid’

In een gesprek met beleidsmedewerkers inburgering Tine Smits (IJmond) en Romany Beentjes (Haarlem en Zandvoort) komt het afschalen als een duidelijk knelpunt naar voren. Eén van de oplossingen die hiervoor in het kader van de aanbesteding zijn ontwikkeld, is de invoering van een ‘brugklas’ van zes weken aan het begin van het traject.

Romany Beentjes: ‘De docenten geven aan het einde van de zes weken een advies over welke leerroute gevolgd kan worden. Dat blijkt wel goed ingeschat te worden. Je hebt na zes weken een redelijk goed beeld van iemands taalniveau en er wordt een leerbaarheidstoets afgenomen.’ ‘Wat wel fijn is, is dat we dus inderdaad bij één en dezelfde taalschool zowel de Z-route als de B1-route hebben ingekocht, waardoor het wisselen van de routes en afschalen wel wat makkelijker is dan wanneer iemand naar een andere taalschool moet.’

Meer informatie

Een startklas voor inburgeraars: ‘Je kunt leren leren’ (Divosa • september 2023)

Afschalen in 3 aandachtspunten

  • Duidelijke criteria en afspraken: Gemeenten en taalaanbieders moeten samen expliciete afspraken maken over wanneer en hoe afschaling mag plaatsvinden. Hierbij kan bijvoorbeeld worden vastgelegd na hoeveel lesuren een cursist afgeschaald kan worden (rekening houdend met het wettelijke minimum van 600 uur), of welke vaardigheden afzonderlijk beoordeeld kunnen worden op verschillende niveaus (bijvoorbeeld B1 voor spreken en A2 voor schrijven).
  • Financiële consequenties en compensatie: Afschaling kan financiële gevolgen hebben voor gemeenten en taalaanbieders, wat in sommige gevallen kan leiden tot onwenselijke keuzes vanuit financieel oogpunt in plaats van didactische overwegingen. Om dit te voorkomen, zouden gemeenten de financieringssystematiek hierop kunnen inrichten of financiële compensaties kunnen overwegen, zoals een vaste vergoeding per cursist, ongeacht het uiteindelijk behaalde niveau.
  • Monitoring en onafhankelijke evaluatie: Tijdige en regelmatige evaluaties zijn essentieel om tijdverlies te voorkomen en cursisten adequaat te begeleiden naar een haalbaar taalniveau. Daarnaast kan overwogen worden om gebruik te maken van onafhankelijke toetsingscentra om het proces transparanter, objectiever en eerlijker te maken.