Overslaan en naar de inhoud gaan

Loonkostensubsidie

Stijgende trend inzet loonkostensubsidie zet sterk door

Mensen met een arbeidsbeperking kunnen via hun gemeente een beroep doen op ondersteuning om aan het werk te gaan. Voor diegenen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen, zetten gemeenten loonkostensubsidie  in. (1) Het percentage personen met loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is in 2024 13%. (2) Ten opzichte van 2023 is dit een sterke stijging van 4 procentpunt. Het percentage loonkostensubsidies is een verhoudingsgetal dat de omvang van het aantal voorzieningen loonkostensubsidie afzet tegen het volume BUIG. (3)

Vanaf 2022 wordt een loonkostensubsidie als apart budgetaandeel opgenomen in het budget dat gemeenten krijgen voor de uitvoering van de Participatiewet. (4) Dit gebeurt op basis van realisatie. Waarschijnlijk heeft deze wijze van financieren bijgedragen aan de stijgende lijn in de inzet van loonkostensubsidie.

Definitieve BUIG-budgetten in mld €

Definitief budget BUIG totaal LKS Aandeel LKS
2022 6,021 0,319 5,30%
2023 6,658 0,415 6,23%
2024 7,340 0,515 7,02%

Deelbudget

"De middelen voor loonkostensubsidie die voorheen via het verdeelmodel bijstand beschikbaar gesteld werden, worden vanaf 2022 verdeeld op basis van de laatst bekende realisaties. Hiertoe wordt een apart deelbudget geraamd, op basis van een zo goed mogelijke inschatting van de te verwachten uitgaven aan loonkostensubsidie van alle gemeenten gezamenlijk." (5)

In gemeenten tot 100.000 inwoners ligt het percentage loonkostensubsidies ten opzichte van het volume BUIG hoger. In gemeenten tot 50.000 ligt het percentage op 18% en in gemeenten van 50.000 tot 100.000 ligt dit op 14,7%. Mensen met een loonkostensubsidie worden niet tot het bijstandsbestand gerekend, tenzij ze parttime werken en minder dan de bijstandsnorm verdienen. Onder personen met een loonkostensubsidie vallen ook mensen die beschut aan het werk zijn.

De ontwikkeling van het percentage loonkostensubsidies vertoont een stijgende trend van 0,4% in 2015, naar 7% in 2022, 9% in 2023 en 12,9% in 2024. Dit komt in september 2024 neer op ruim 36.490   mensen die aan het werk zijn met loonkostensubsidie. (6)

Grafiek: Loonkostensubsidie t.o.v. BUIG. De toelichting op deze grafiek staat op deze pagina.
Grafiek: Loonkostensubsidie t.o.v. BUIG. De toelichting op deze grafiek staat op deze pagina.

Belemmeringen

"Coachingsgesprekken, scholing en vrijwilligerswerk worden door een kwart van de klantmanagers minder vaak ingezet dan men zou willen. Eén op de vijf klantmanagers ervaart belemmeringen bij de inzet van Participatieplaatsen en Beschut werk. 

Bij welke specifieke voorzieningen belemmeringen ervaren worden, varieert sterk tussen klantmanagers. Maar duidelijk is dat de meerderheid van de klantmanagers beperkingen ervaart bij de inzet van voorzieningen: zeven van de tien klantmanagers geven namelijk aan op z’n minst één van de beschikbare voorzieningen voor de doelgroep van de Participatiewet minder vaak in te zetten dan door henzelf nodig wordt geacht." (7)

Voetnoten

  1. Loonkostensubsidie compenseert de werkgever bij verminderde productiviteit van een werknemer. De loonkostensubsidie die een werkgever van de gemeente krijgt, is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde van de werknemer.
  2. Deze betalen gemeenten uit het bijstandsbudget. Forfaitaire loonkostensubsidie (ook betaald uit het bijstandsbudget) en tijdelijke loonkostensubsidie (betaald uit het participatiebudget), zijn in dit cijfer niet meegenomen.
  3. Volume BUIG bestaat uit betalingen van uitkeringen algemene bijstand, bbz levensonderhoud, IOAZ, IOAW.
  4. Factsheet Bijstandsbudget 2021 (Divosa, 2022)
  5. Besluit Participatiewet in verband met de financiering van de loonkostensubsidies (Overheid.nl, september 2021)
  6. Re-integratie-/participatievoorzieningen; type, status voorziening en regio (CBS, maart 2025)
  7. Re-integratiedienstverlening in het kader van de Participatiewet (pdf, Nederlandse Arbeidsinspectie, juli 2024)

Inhoud