Overslaan en naar de inhoud gaan

In- en uitstroom in de bijstand

Snelle uitstroom stijgt

Een groot deel van de mensen die uit een uitkering stromen, heeft die uitkering relatief kort gehad. Het kan hier gaan om alle soorten uitstroomredenen: van ‘pensioen’ en ‘verhuizing’ tot ‘werk’. 

In 2024 heeft 44% van de beëindigde uitkeringen één jaar of korter geduurd. In 2023 stroomden 42% van de mensen binnen een jaar uit. 24% van de mensen had een uitkering die tussen de 1 en 3 jaar duurde. 33% heeft meer dan 3 jaar een uitkering gehad. 

Sinds 2014 is er een dalende trend zichtbaar geweest van het aandeel dat binnen 1 jaar uitstroomt. In de coronajaren (2020 en 2021) is de uitstroom na kort verblijf in de uitkering toegenomen. Sinds 2022 is het aandeel van de mensen dat binnen een jaar uitstroomt uit de bijstand weer lager dan voor de coronajaren.

Grafiek: Uitstroom naar verblijfsduur. De toelichting bij deze grafiek staat op deze pagina.

De uitstroom naar verblijfsduur hangt samen met de samenstelling van het bijstandsbestand. Naarmate iemand langer in de uitkering verblijft, wordt de kans op uitstroom steeds lager. En juist het aandeel bijstandsgerechtigden dat langdurig in de bijstand zit, is sinds 2015 steeds verder toegenomen. Ook is het bij het duiden van de verblijfsduur in relatie tot de uitstroom zinvol om naar de instroom te kijken. In de jaren met een hogere instroom, zoals 2015, 2016 en 2020, zien we ook een relatief groot aandeel uitstroom binnen 1 jaar.

Een uitgebreidere analyse van uitstroom in relatie tot verblijfsduur lees je in de analyse ‘In-, uit- en herinstroom bijstand 2016 - 2021’. Over die periode was uitstroom van mensen langer dan 60 maanden in de bijstand 0,6%, tegenover 5,6% voor mensen die 0-3 maanden in de bijstand verbleven.

Grafiek: Uitstroom naar verblijfsduur. De toelichting bij deze grafiek staat op deze pagina.

Inhoud