Vrouwelijke inburgeraars en de kracht van een netwerk
Laatste update: 18 mei 20263. Samen werken aan vertrouwen
3.2 Tips voor een effectieve samenwerking
- Zoek rolmodellen voor vrouwen die inburgeren, bijvoorbeeld bij maatschappelijke organisaties, moskeeën of andere religieuze instellingen.
- Inventariseer wat er al in de wijk gebeurt. Ook lokale ondernemers kunnen bijdragen aan een duurzaam vrouwennetwerk.
- Bij Inclusia wordt vrouwen die inburgeren ook geleerd hoe ze zelf een aanvraag voor financiering van een bewonersinitiatief kunnen indienen. Zo kunnen vrouwen zelfstandig activiteiten opzetten.
- Bij het verwijzen naar activiteiten kan het drempelverlagend werken als de locatie in de buurt is van een school. Daar komen vrouwen vaak toch al en ontmoeten ze elkaar ook.
- Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Zorg dat binnen organisaties waarmee wordt samengewerkt iedereen overtuigd is van het belang van veiligheid.
- Gemeenten kunnen financieel bijdragen, maar ook op andere manieren ondersteunen, bijvoorbeeld door ruimte beschikbaar te stellen of deskundigen in te zetten voor voorlichting.
- Samenwerking tussen vrouwen wordt makkelijker door appgroepen op te zetten. Zo kunnen zij elkaar eenvoudig helpen en berichten laten vertalen naar hun moedertaal.
Inhoud
-
-
1. Waarom een netwerk verschil maakt
Vrouwelijke inburgeraars en de kracht van een netwerk
Laatste update: 18 mei 2026Inleiding
Het is belangrijk om specifiek aandacht te besteden aan vrouwelijke inburgeraars. Vergeleken met mannen participeren zij minder op de arbeidsmarkt. Naast uitdagingen die elke inburgeraar ondervindt bij het opbouwen van een nieuw leven en de weg naar (arbeids)participatie, komen vrouwelijke inburgeraars nog meer drempels tegen: economische afhankelijkheid van de partner en het ontbreken van een sociaal netwerk. Ze zijn vaak in meerdere opzichten afhankelijk van hun partner. Niet alleen financieel, maar ook omdat de partner om allerlei redenen beter of sneller de weg weet te vinden in de Nederlandse samenleving. Deze sterke afhankelijkheid van de partner, belemmert niet alleen de integratiekansen van vrouwen, maar brengt ook (veiligheids)risico’s met zich mee. Vrouwen lopen een groter risico om slachtoffer te worden van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld.
Netwerken van én voor vrouwen met een inburgeringsplicht kunnen verschil maken. Het zijn plekken waar vrouwen elkaar ontmoeten, ervaringen delen en stap voor stap hun weg vinden in de Nederlandse samenleving. Deze vaak informele netwerken vergroten de zelfredzaamheid, maken vrouwen minder afhankelijk van hun partner en vergroten ook de kansen van hun kinderen.
De Wet inburgering 2021 (Wi2021) stelt gemeenten niet verplicht om in de inburgering rekening te houden met genderverschillen, maar biedt gemeenten wel ruimte en kansen om beter aan te sluiten bij de behoeften van vrouwen met een inburgeringsplicht. Deze publicatie biedt gemeenten en partners inzicht en inspiratie hoe die ondersteuning in de praktijk vorm kan krijgen.
De inzichten in deze publicatie zijn gebaseerd op onderzoek en op de ervaringen uit het werkatelier van Divosa, met daarin gemeente Amsterdam, Orionis Walcheren, Lekstroom, Inova, Senzer en LEVgroep. Zij wisselden ervaringen uit en reflecteerden op wat werkt, waar knelpunten zitten en gingen met elkaar in gesprek over manieren om netwerken voor vrouwelijke inburgeraars duurzaam te ondersteunen en bestendigen, tijdens én na de inburgering.
1. Waarom een netwerk verschil maakt
1.1 De positie van vrouwelijke inburgeraars
Wat weten we uit onderzoek over de positie van vrouwelijke inburgeraars in Nederland? Uit verschillende onderzoeken komt een helder beeld naar voren. Hoewel vrouwen relatief vaak onderwijs volgen en gemiddeld genomen niet lager zijn opgeleid dan mannen, blijven vrouwen duidelijk achter als het gaat om arbeidsparticipatie en financiële zelfstandigheid. Bekende obstakels zoals een gebrek aan kinderopvang, traditionele rolpatronen én een gebrek aan netwerk staan participatie vaak in de weg. Onderzoek laat zien dat deze verschillen niet vanzelf verdwijnen. Ook jaren na aankomst in Nederland is de kloof tussen mannen en vrouwen groot.
Een aantal belangrijke cijfers op een rij.
- Op 1 mei 2025 zijn er in totaal 66.220 statushouders die inburgeren onder de Wet inburgering 2021. Daarvan is 38 procent vrouw (25.164).
- Bijna de helft van de vrouwelijke statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kreeg, heeft een partner en kinderen. Een kwart is alleenstaande ouder.
- Vrouwelijke statushouders stromen minder snel uit naar werk. 66 Procent van de mannen die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, is na negen jaar aan het werk. Bij vrouwen is dit 33 procent.
- Van de gezinsmigranten en overige migranten (imams, rabbijnen, kloosterlingen en vreemdelingen met een niet-tijdelijke humanitaire status) die vanaf 2022 inburgeringsplichtig zijn of zijn geweest onder de Wi2021 werkt eind 2024 49,7 procent. De arbeidsparticipatie onder vrouwelijke gezinsmigranten en overige migranten blijft achter ten opzichte van die van mannelijke gezinsmigranten en overige migranten.
Inburgering
Binnen de Wet inburgering 2021 worden inburgeraars verdeeld over drie leerroutes: de B1-route, de onderwijsroute en de zelfredzaamheidsroute (Z-route). De meeste statushouders, zowel mannen als vrouwen, volgen de B1-route (57,8 procent), gevolgd door de Z-route (29 procent) en de onderwijsroute (13,2 procent). Vrouwen volgen vaker de Z-route dan mannen.
Ook de meeste gezinsmigranten en overige migranten worden in de B1-route geplaatst (93 procent) en 7 procent volgt de Z-route.
Uit de KIS-monitor 2025 blijkt dat het gebrek aan kinderopvang en het afstemmen van tijden van onderwijs en kinderopvang de grootste obstakels zijn in de begeleiding van vrouwen met jonge kinderen. De B1-route is volgens gemeenten eenvoudiger te combineren met een gezin. De Z-route, met 800 verplichte lesuren en voor statushouders eveneens verplichte 800 participatie-uren, is voor ouders moeilijk vol te houden.
(Bronnen: Divosa Benchmark Statushouders & Inburgering, Divosa Jaarrapportage gezinsmigranten en overige migranten 2024, CBS Dashboard Asiel en Integratie, KISMonitor 2025)
1.2 Zonder netwerk
Een van de grote belemmeringen voor vrouwelijke inburgeraars is het gebrek aan een eigen sociaal netwerk. Ze zijn daardoor sneller aangewezen op formele organisaties, zoals gemeenten of andere instanties. De drempel om hulp te vragen is echter hoog. Taalbarrières, onbekendheid met het systeem en onzekerheid over regels en rechten maken dat vrouwen niet altijd de weg weten te vinden of terughoudend zijn om ondersteuning te zoeken. Ook vertrouwen speelt een belangrijke rol. Informele contacten zijn vaak veiliger en toegankelijker. Het ontbreken van zo’n netwerk betekent dat vrouwen minder snel informatie of hulp krijgen en minder voorbeelden zien van hoe anderen hun weg in Nederland vinden.
Onbedoeld grote gevolgen
Wanneer vrouwen minder goed in beeld zijn, kan dat grote gevolgen hebben. Niet alleen voor hun kansen op participatie en werk, maar ook voor hun zelfredzaamheid en veiligheid. Een gebrek aan netwerk kan leiden tot isolement en een grotere afhankelijkheid van de partner. Deze vrouwen lopen een groter risico om slachtoffer te worden van huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, achterlating, misbruik en uitbuiting, waarschuwen onderzoekers. Vrouwelijke nareizigers en gezinsmigranten krijgen in de eerste jaren in Nederland vaak een verblijfsvergunning die is gekoppeld aan die van hun partner. Dat betekent dat hun verblijfspositie in deze periode in belangrijke mate afhankelijk is van de partner, al zijn er in sommige situaties mogelijkheden om een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen. Ook deze onzekerheid over het verblijfsrecht maakt ze terughoudend in het vragen van hulp.
Een gebrek aan netwerk kan leiden tot isolement en een grotere afhankelijkheid van de partner.
1.3 Behoefte aan contact
Netwerken kunnen voor vrouwelijke inburgeraars veel betekenen. Juist voor de vrouwen die een geïsoleerd bestaan leiden, kan een netwerk een eerste stap zijn naar meer contact, vertrouwen en participatie. Uit de derde rapportage van het onderzoek Perspectief van Inburgeraars 2024-2025 van Regioplan blijkt dat vrouwen die inburgeren ook behoefte hebben aan contact met andere vrouwen die net als zij bezig zijn om hun leven in Nederland op te bouwen. Zij zoeken plekken waar zij elkaar kunnen ontmoeten, ervaringen kunnen delen en op laagdrempelige manier de taal kunnen oefenen. Sommige vrouwen geven aan dat zij actief op zoek zijn naar verbinding, maar dat passende plekken of ondersteuning ontbreken.
Sommige deelnemers vinden het lastig om hun sociale netwerken te vergroten. Dat komt soms door verlegenheid of onzekerheid over hun taalniveau. Er zijn ook obstakels voor mensen die werken, bijvoorbeeld wanneer sociale ruimten alleen overdag open zijn. Sommige vrouwen geven aan behoefte te hebben aan ontmoetingsplekken en activiteiten die specifiek gericht zijn op vrouwen. Ook zien deelnemers graag meer mogelijkheden om leeftijdsgenoten te ontmoeten.
Grote waarde
Uit de verkenning De kracht van informele netwerken van Kennisplatform Inclusief Samenleven (2023) blijkt dat informele netwerken van grote waarde zijn voor mensen die de weg naar instanties niet weten te vinden of deze juist mijden. Ze bieden praktische en emotionele steun en versterken ook participatie, sociale samenhang en veerkracht.
‘Als je onderdeel bent van een netwerk, dan kun je een beroep doen op anderen. Je bent niet alleen, je hoort hoe anderen het aanpakken en kunt daar een voorbeeld aan nemen’, zegt Marjan de Gruijter, senior onderzoeker bij Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). Ze doet al jaren onderzoek naar de positie van statushouders en stond in 2016 aan de wieg van de KIS-monitor Arbeidstoeleiding & Inburgering.
Netwerken dragen ook bij aan de sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid in de wijk, concluderen de onderzoekers in het rapport: ‘Zij verbinden (groepen) mensen die niet vanzelf met elkaar in contact zijn. Ze dragen bij aan het dichten van kloven tussen groepen mensen en het voorkomen van sociale isolatie. Daarnaast bevorderen informele netwerken leefbare en veilige buurten.’
Meerwaarde van informele netwerken
Informele netwerken zijn laagdrempelig en hebben een vertrouwensband opgebouwd met de mensen die zij ondersteunen (KIS, 2023). Informele netwerken kunnen bijdragen aan:
- (arbeids)participatie;
- vroegtijdige signalering van problematiek zoals armoede en opvoedingsproblemen;
- het bereiken van mensen die buiten beeld zijn bij formele instanties;
- het begeleiden van mensen naar reguliere hulpverlening en instanties;
- individuele en collectieve veerkracht;
- gemoedelijk samenleven;
- het terugdringen van sociale isolatie;
- vertrouwen in (formele) ondersteuning.
Weinig benut sociaal domein
De onderzoekers constateren dat deze informele netwerken nog onvoldoende worden benut in het sociaal domein, terwijl zij juist een sleutelrol kunnen spelen in het bereiken van moeilijk bereikbare groepen en het verbinden van inwoners met formele voorzieningen. Voor vrouwelijke inburgeraars, die vaak een klein of nauwelijks bestaand netwerk hebben, is dit extra relevant. KIS-onderzoeker Marjan de Gruijter: ‘Na de inburgering vallen vrouwen soms in een gat. Ze raken hun contactpersoon van VluchtelingenWerk of de gemeente kwijt en dan kan het ontzettend helpen als je een netwerk hebt om op terug te vallen.’
Foto door Lize Kraan
Aanbod beter afstemmen
De informele netwerken zijn niet alleen waardevol voor de deelnemers, maar ook voor gemeente en formele organisaties die vaak moeite hebben bepaalde doelgroepen ‘achter de voordeur’ te bereiken. Daar slagen informele netwerken vaak veel beter in.
Door samen te werken met informele netwerken kunnen gemeenten en maatschappelijke organisaties hun aanbod beter afstemmen op de behoefte van mensen in een kwetsbare positie die nog weinig gebruik maken van de bestaande voorzieningen. Netwerken kunnen op die manier een brug slaan tussen de deelnemers en bepaalde voorzieningen in de gemeente. Ook signaleren deze netwerken eerder wat er allemaal in het leven van de vrouwen speelt en waar zij tegenaan lopen. Met name voor vrouwen die een erg geïsoleerd leven leiden, kan het netwerk de enige vertrouwde plek zijn waar ze om advies of hulp vragen.
Juist de combinatie van nabijheid, vertrouwen en kennis van hun cultuur en achtergrond maakt dat informele netwerken een belangrijke aanvulling vormen op het werk van gemeenten en welzijnsorganisaties.
Ruimte binnen inburgering
De Wet inburgering 2021 biedt gemeenten ruimte om het aanbod af te stemmen op de situatie van nieuwkomers, onder meer via maatwerk en aandacht voor participatie. In de praktijk ontstaan vaak al goede contacten tussen vrouwen tijdens taallessen of andere activiteiten binnen de inburgering. Dat biedt gemeenten en welzijnsorganisaties de kans om een nieuw netwerk te stimuleren of mensen te laten aansluiten bij bestaande netwerken. De KIS-monitor laat zien dat die ruimte die de wet biedt nog beperkt wordt benut. In de praktijk ligt de nadruk vaak op het voldoen aan wettelijke verplichtingen van de inburgering.
1.4 Gemotiveerde vrouwen
Gemeenten proberen, in het kader van de Participatiewet, nieuwkomers zo snel mogelijk aan het werk te krijgen en richten zich in de praktijk vaak op de man, die als kansrijker wordt bestempeld. Wanneer de man eenmaal aan het werk is, verdwijnt de vrouw soms uit beeld.
Onderzoeker De Gruijter wijst erop dat verreweg de meeste gemeenten (83 procent) in hun inburgeringsbeleid geen expliciete aandacht besteden aan vrouwen. ‘Iedereen wordt gelijk behandeld, is het uitgangspunt van gemeenten. Maar dat betekent niet dat beide groepen in gelijke mate kunnen profiteren van het aanbod. Zonder oog te hebben voor de ongelijke positie van vrouwen, kan dit beleid onbedoeld negatieve effecten hebben en genderongelijkheid juist versterken.’
Doordat de aandacht in het begeleiden naar werk vanuit de Participatiwet in de praktijk vooral naar mannen uitgaat, lijkt het soms of vrouwen geen belangstelling hebben om mee te doen. ‘Dat is een vertekend beeld. Veel vrouwen zijn juist erg gemotiveerd om mee te doen, het is de Nederlandse context die het moeilijk maakt. Daarom is het zo belangrijk om goed te kijken wat vrouwen nodig hebben om die stap naar participatie echt te maken.’
Zonder oog te hebben voor de ongelijke positie van vrouwen kan dit beleid onbedoeld verschillende effecten hebben en genderongelijkheid juist versterken.
Foto door Lize Kraan
Ze pleit ervoor dat gemeenten veel meer met een genderbril naar de inburgering gaan kijken. ‘Bereiken we alle inburgeraars, mannen en vrouwen? Hoe pakt ons beleid eigenlijk uit? Vergeet ook niet om de inburgeraars zelf te bevragen, dat schiet er nog weleens bij in. Als je dat goed in beeld hebt, dan kunnen gemeenten samen met taalaanbieders en welzijnsorganisaties kijken wat er echt nodig is. Waar zit de behoefte?’
De kracht van het informele contact
Het ondersteunen en stimuleren van informele netwerken komt tegemoet aan de behoefte van vrouwelijke inburgeraars. De Gruijter: ‘We weten uit onderzoek dat vrouwen de inburgering vaak moeilijker vinden dan mannen en behoefte hebben aan meer informeel taalcontact, aan laagdrempelige inloopplekken en activiteiten zodat ze andere vrouwen kunnen ontmoeten.’
Die ondersteuning van de netwerken vanuit formele organisaties moet volgens haar zorgvuldig gebeuren. ‘Dit betekent niet dat gemeenten activiteiten voor deze vrouwen moeten gaan bedenken. Daar is op zich niets mis mee, maar dat is vaak een tijdelijk project. De kracht zit ‘m toch in het informele, laagdrempelige en duurzame karakter.’
Een andere optie is dat deze vrouwen na afronding van de inburgering kunnen aansluiten bij al bestaande informele netwerken in de gemeente. De Gruijter: ‘Dat is helemaal mooi. De inburgering is toch vaak een wat beschermde omgeving, de gemeente of welzijnsorganisaties die bij de inburgering van de vrouwen betrokken zijn, kunnen dan voor een warme overdracht zorgen.’
‘Ik ben zoveel veranderd’
Esraa Karaish (40 jaar, leerkracht in Syrië, begeleider vrouwennetwerk Z-route, LEVgroep)
‘Verlegen en stil komen ze die eerste bijeenkomst binnen. Bang om iets verkeerds te zeggen, bang om fouten te maken. “Dat kan ik niet”, horen we heel vaak. Veel vrouwen zijn helemaal niet gewend om voor zichzelf iets te doen. Ze zijn altijd bezig met hun gezin, met de kinderen, met het huishouden. Zo was ik ook, altijd thuis. Als alleenstaande moeder was het soms erg moeilijk, vooral in coronatijd, omdat ik weinig mensen om mij heen had.
‘Na de inburgering vond ik mijn Nederlands nog niet goed genoeg. Daarom ben ik toen een cursus gaan volgen. Dat heeft heel veel veranderd, ik leerde andere vrouwen kennen, ik leerde over mijn talenten, vaardigheden en ervaringen, zo groeide mijn netwerk. Door het contact met anderen kreeg ik nieuwe ideeën, steun en voelde ik me niet meer alleen. Ik vond het eerst lastig om anderen te vertrouwen, maar ook dat veranderde. Ik zie die verandering nu ook bij andere vrouwen. Ze worden actiever, doen vrijwilligerswerk. Er worden vriendschappen gesloten. We bespreken van alles, over het Nederlandse systeem, over de opvoeding, over onze rechten en plichten.
Ik wil niet altijd vrijwilligerswerk blijven doen, ik wil een betaalde baan vinden. Ik heb mbo-niveau 2 afgerond, ben in februari begonnen met mbo-niveau 3. Ik zit nu met jonge studenten in de klas, maar dat maakt me niet uit. Ook de vrouwen in het netwerk probeer ik te stimuleren. “Ja, ik weet dat je vier kinderen hebt, maar ook met kinderen kun je leren en vooruitgaan. Deel je tijd goed in en vraag ook hulp aan je kinderen. Laat je leeftijd je niet tegenhouden.” Ik ben niet meer in Syrië, ik leef in Nederland en bouw hier aan mijn toekomst.’
Foto door Merhawi Haghos Fisha
2. Bouwen aan een netwerk
Vrouwelijke inburgeraars geven zelf aan behoefte te hebben aan ontmoeting, aan contact met andere vrouwen die ook hun weg in Nederland zoeken of al gevonden hebben. De meerwaarde van informele netwerken voor de vrouwen, hun gezin én omgeving, is groot. Deze netwerken bieden extra ondersteuning aan de veerkracht van deelnemers en zijn aanvullend op het aanbod van welzijns- en zorgorganisaties.
Gemeenten, formele en informele organisaties kunnen veel van elkaar leren. Uit het KIS-onderzoek naar de kracht van informele netwerken blijkt dat deze netwerken een belangrijke rol spelen bij het versterken van deelnemers én het aanpakken van maatschappelijke problemen. Om deze samenwerking te bevorderen, is volgens onderzoekers behoefte aan onderling contact en vertrouwen, een gedeelde visie, duidelijke afspraken én financiële ondersteuning.
2.1 In beeld en in contact
Een belangrijke eerste stap is dat gemeenten weten welke netwerken er al zijn. Er zijn vaak veel informele initiatieven die onder de radar blijven. De kunst is om deze, samen met welzijns- en vrijwilligersorganisaties, in kaart te brengen en in contact te komen met de kartrekkers van deze netwerken.
Dat vraagt tijd en investering in relaties. Informele netwerken laten zich niet altijd gemakkelijk vinden en er kan sprake zijn van terughoudendheid richting overheid of andere formele organisaties. Juist daarom is het belangrijk om vanuit gelijkwaardigheid contact te leggen. Dat betekent luisteren, aansluiten en ruimte laten voor wat er al is. Zoals de KIS-onderzoekers benadrukken: ‘Het is belangrijk dat formele partijen informele netwerken niet overnemen, maar ondersteunen en ruimte laten voor eigen initiatief.’
Dat kan bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bestaande activiteiten, sleutelfiguren te benaderen of samen te werken met organisaties die al een ingang hebben in de gemeenschap. Wanneer dat contact eenmaal is gelegd, kunnen later ook andere inwoners, zoals vrouwelijke inburgeraars worden doorverwezen naar deze al bestaande netwerken.
Illustratie gemaakt door Jorno Design, jornodesign.nl
2.2 Inclusie ontstaat niet vanzelf
Uit het onderzoek De Kracht van Samen naar gemeenschapsgerichte aanpakken van het Verwey-Jonker Instituut en het lectoraat Versterken van Sociale Kwaliteit van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) blijkt dat inclusie niet vanzelf ontstaat. Ook wanneer initiatieven uitgaan van het principe dat iedereen welkom is, blijkt dat in de praktijk niet voldoende om echt inclusief te worden. De onderzoekers zetten het dilemma helder neer:
‘Bestaande gemeenschappen sluiten soms onbewust mensen uit, of bewoners hebben drempelvrees om zich aan te sluiten. Iedereen is welkom staat soms op gespannen voet met activiteiten die voor bepaalde groepen bewoners, bijvoorbeeld jonge moeders of bepaalde gemeenschappen, georganiseerd worden. Er lijkt ook sprake van handelingsverlegenheid bij community builders over het inclusief vormgeven van activiteiten.
‘Activiteiten trekken in de meeste buurten dezelfde, relatief zichtbare groepen bewoners. Culturele diversiteit krijgt relatief veel aandacht, maar andere vormen van diversiteit (leeftijd, beperking, sociaaleconomische positie, meningen) zijn onderbelicht, ervaren de community builders ook zelf. In de buurten is er aandacht voor het benaderen van groepen bewoners die minder vaak meedoen en betrokken zijn (verbinden). Maar werken aan sociale inclusie vraagt ook een strategie om de bestaande bewonersinitiatieven toegankelijk te maken, zodat alle bewoners zich welkom voelen en mee kunnen doen op een manier die hun past (ruimte maken). Het bereiken van mensen met een afstand tot bestaande netwerken en instanties blijft een hardnekkige uitdaging.’
Dit vraagt van gemeenten en organisaties dat zij niet alleen nieuwe netwerken opzetten, maar ook kijken hoe bestaande initiatieven inclusiever kunnen worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor taal, culturele verschillen en sociale veiligheid, en door actief bruggen te slaan tussen verschillende groepen. Juist gemengde netwerken dragen bij aan ontmoeting, wederzijds begrip en participatie. Daarmee versterken zij niet alleen de positie van de deelnemers, maar ook de sociale samenhang in de wijk.
2.3 Aanpak LEVgroep in Helmond: ‘De kracht zit ‘m in de groep’
Ze ziet de deelnemers van de vrouwengroep veranderen. Ze stellen meer vragen, bespreken lastige onderwerpen en sluiten nieuwe vriendschappen. Yentl de Bree is coördinator vluchtelingenwerk bij de LEVgroep, een welzijnsorganisatie in Helmond. In 2024 kwam voor het eerst een groep vrouwelijke statushouders in de Z-route bijeen. Een pilot die nu is uitgegroeid tot een vast programma, de vierde groep is begin 2026 begonnen.
‘We merkten met de komst van de Wet inburgering 2021 dat mannen heel snel aan het werk waren en actief werden. Maar de vrouwen in de Z-route bleven achter. De drempel om naar buiten te gaan, om dingen te ondernemen is hoog. Samen met Esraa Karaish, een van onze Syrische sleutelpersonen, heb ik toen een programma van zes maanden gemaakt. Dit kon met subsidie van de gemeente Helmond in het kader van de inburgering.
Gezin centraal
‘Veel van deze vrouwen zijn alleen maar bezig met hun gezin, met de kinderen, met het huishouden. Ruimte voor zichzelf is er niet. Wie ben ik? Wat is mijn droom? Dit soort vragen worden nooit gesteld. We zijn daarom begonnen met het maken van moodboards. Grote vellen papier, met plaatjes en teksten. Waar komen ze precies vandaan? Uit welke regio komen ze, zijn ze naar school gegaan? Wat willen ze in Nederland bereiken? Ze gaan dit vervolgens presenteren aan elkaar. Heel spannend natuurlijk, maar het bleek dé manier om elkaar te leren kennen en tegelijkertijd zijn ze met de taal bezig.’
Probeer als begeleider documentaires te kijken en boeken te lezen over de landen waar vrouwen vandaan komen, zodat je meer inzicht krijgt in hun culturele achtergrond.
Kennis in huis
‘We leerden als begeleiders ondertussen heel veel over de deelnemers. Het maakt uit of je uit een klein dorp komt, uit de hoofdstad Damascus of uit Raqaa, waar IS heerste en waar vrouwen nauwelijks naar buiten mochten. Het is belangrijk dat je deze kennis in huis hebt. Probeer als begeleider documentaires te kijken en boeken te lezen over de landen waar vrouwen vandaan komen, zodat je meer inzicht krijgt in hun culturele achtergrond. Ik probeer ook het nieuws goed te volgen zodat ik weet waar deze vrouwen zich zorgen over maken. Ik heb zelf lang bij de IND gewerkt en Esraa komt zelf uit Syrië, en dat hielp echt.’
‘Na een paar weken zagen we al dat de vrouwen steeds meer zelfvertrouwen kregen. In het begin hoorden we vaak: “Ik kan het niet, mijn taal is niet goed genoeg.” Maar na verloop van tijd begonnen ze zich open te stellen, actiever te worden. Het is eigenlijk een soort coaching, maar dan in groepsvorm.’
Sommige vrouwen trekken anderen mee die eerst helemaal niet in beweging kwamen.
‘De kracht zit ‘m echt in de groep. De vrouwen vertrouwen en ondersteunen elkaar. Er ontstaan hechte vriendschappen. Sommige vrouwen trekken anderen mee die eerst helemaal niet in beweging kwamen. Je ziet dat ze elkaar helpen, elkaar adviseren en samen stappen zetten. Veel deelnemers zijn vrijwilligerswerk gaan doen, niet alleen om aan de verplichte participatie-uren te voldoen, maar ook daarna. Ze blijven actief. Sommigen werken nu in het sociaal restaurant of in de strijkkamer van het Stadsleerbedrijf van de LEVgroep. We werken steeds vaker met sleutelpersonen, zodat we vrouwen beter kunnen bereiken en betrekken.’
Inburgeren in Nederland
‘We zijn vanaf het begin ook heel duidelijk. Wat houdt inburgeren in Nederland in? Wat moet je doen in die drie jaar? Hoeveel uur heb je? Wat wordt er van je verwacht? We leggen ook uit wat de gevolgen zijn als je het niet haalt.’
‘Je ziet soms dat vrouwen eerst schrikken, maar die duidelijkheid zorgt wel voor beweging. We zien dat vrouwen daarna stappen gaan zetten. Bijvoorbeeld dat ze examens aanvragen of actiever worden.’
Niet dichttimmeren
‘We bespreken allerlei thema’s; van gezondheid, opvoeding tot vrouwenrechten en democratie. Het programma is bewust niet dichtgetimmerd; het is belangrijk om voortdurend aan te sluiten bij de behoeftes uit de groep. Zo bleek een zoontje van de deelnemers op school gepest te worden, dus ook daar hebben we over gesproken. Wat kun je doen als dat gebeurt?’
‘Ik was als coördinator in het eerste jaar nauw betrokken bij de bijeenkomsten om zelf te beoordelen of het programma het gewenste effect had. Mijn tip: kijk goed naar de dynamiek in de groep. Wij hebben bijvoorbeeld koppeltjes gemaakt: een actieve vrouw koppelen aan iemand die minder gemotiveerd is. Dat werkt heel goed. Net zoals de combinatie van Esraa en mij, zij is iemand die de taal en cultuur heel goed kent.’
Informele ontmoeting is in onze ogen een krachtige ingang naar bredere participatie en zelfontwikkeling.
Toekomstplannen
‘We zijn inmiddels gestart met een vierde groep en hebben grote plannen voor de toekomst. Samen met collega’s van vluchtelingenwerk, het Stadsleerbedrijf en Buurwerk werken we aan de opzet van een intercultureel vrouwencentrum in Helmond. We merken dat er een brede behoefte is aan een plek voor vrouwen, niet alleen voor inburgeraars, maar voor alle vrouwen in Helmond.’
‘Ons doel is daarmee om alle vrouwen in Helmond te bereiken, een inclusieve plek waar vrouwen zich welkom en gezien voelen, ongeacht achtergrond, taal, opleidingsniveau of levensfase. Door aan te sluiten bij de leefwereld van verschillende groepen vrouwen en samen te werken met sleutelpersonen, zorgen we ervoor dat het aanbod toegankelijk en herkenbaar is voor iedereen.’
‘Informele ontmoeting is in onze ogen een krachtige ingang naar bredere participatie en zelfontwikkeling. Zo’n plek kan helpen bij zelfontwikkeling en persoonlijke groei, onder meer door het versterken van zelfvertrouwen en het bieden van lotgenotencontact. Daarnaast kan het bijdragen aan het verminderen van eenzaamheid, het vergroten van participatie en het bevorderen van veiligheid, bijvoorbeeld rondom huiselijk geweld. Het is bovendien een belangrijke vindplek voor signalen. We proberen nu actief contact te leggen met initiatieven die er al in Helmond zijn. Het idee is dat dit centrum in de toekomst vooral voor en door vrouwen zelf wordt gedragen.’
Foto’s: Merhawi Haghos Fisha
Yentl de Bree (links), coördinator vluchtelingenwerk, en Esraa Karaish, sleutelpersoon, werken beiden bij de LEVgroep. Zij gingen samen met vrouwelijke statushouders die deelnemen aan de Z-route op excursie naar de tentoonstelling van de World Press Photo.
Er waren foto's te zien van het openen van gevangenissen in Syrië net na de val van al-Assad en ook waren er beelden van drones boven Libanon. Alle deelnemende vrouwen komen uit Syrië. Velen hebben familieleden die in deze gevangenissen hebben gezeten en anderen hebben tijdelijk in Libanon gewoond, waardoor zij veel van de beelden herkenden. De excursie was daardoor extra betekenisvol.
2.4 Aanpak Pennywafelhuis in Middelburg: ‘Creativiteit brengt mensen bij elkaar’
In een flat aan de Meanderlaan in Middelburg zit al ruim 10 jaar het sociaal-artistiek project Pennywafelhuis. Schilder Marlou Pluijmaekers en fotografen Anda van Riet en Marlies Lageweg leiden het Pennywafelhuis, dat met kunst een verschil wil maken. Het is een plek voor ontmoeting, talentontwikkeling en gemeenschapszin voor alle wijkbewoners, óók voor vrouwen in een inburgeringstraject.
Anda van Riet en Marlou Pluijmaekers: ‘Wij geloven in wederkerigheid. We zitten hier in de wijk Dauwendaele, een wijk met meer dan 20 culturen. Wij willen iedereen, ongeacht cultuur en opvattingen, de mogelijkheid geven zijn of haar talenten te ontwikkelen. Zwart, wit, heteroseksueel, homoseksueel, queer, iedereen kan zich hier veilig voelen. Iedere bezoeker van het Pennywafelhuis levert een bijdrage aan de gemeenschap.’
Tijdens een buurtfeest. Foto door: Fotografie andavanriet
Geboortegrond borduren
‘Een goed voorbeeld: kunstenaar Rianne de Witte heeft naar aanleiding van het project DARN in het Zeeuws Museum in het Pennywafelhuis de workshops ‘Earthcloths’ gegeven. Deelnemers gingen in gesprek over hun geboortegrond, het stuk aarde dat ze hebben achtergelaten en de nieuwe grond waarop ze leven. Ze borduurden dit verhaal op een klein stuk textiel. Rianne wilde daarmee bijdragen aan reflectie en aan een gevoel van troost. Dat waar we ons ook bevinden, we een deel van de aarde zijn en de aarde een deel van ons. En de verbondenheid zag je in de praktijk ook echt ontstaan: mensen deelden ingrijpende ervaringen met elkaar.’
‘Mensen deelden ingrijpende ervaringen met elkaar’.
Tegelmuur
‘Zo proberen we bij elke activiteit in het Pennywafelhuis die gemeenschapszin te versterken. Of dat nu is in het naaiatelier, het mama-atelier waar moeders met jonge kinderen en zwangere vrouwen elkaar tips geven over gezondheid, bij het organiseren van fietslessen of bij de taalcursussen. Een ander mooi voorbeeld: de tegelmuur in onze gang. 10 meter lang, 2,6 meter hoog, bestaande uit ruim 2000 tegels van 10x10 centimeter. Dat was een project in samenwerking met Vleeshal, het centrum voor hedendaagse kunst in Middelburg. Kunstenaar Zahar Bondar uit Letland heeft samen met meer dan 50 bezoekers van het Pennywafelhuis deze tegelwand gemaakt. Hij werd geïnspireerd door een monumentale muur in Andalusië. Vijf maanden lang gaf Bondar elke week een workshop waarin hij met de bezoekers de tegels maakte. Terwijl ze aan het werk waren, ontstonden er mooie gesprekken over allerlei verschillende culturen.’
Mensen bloeien op
‘Meedoen aan dit soort projecten en aan de vaste ateliers laat mensen opbloeien. Neem Ilona. Zij is geboren in Georgië en is nu in transitie om vrouw te worden. Zij kwam vanuit het azc bij ons terecht. Ze begon heel voorzichtig met kleine tekeningen maar heeft in de loop der tijd haar kunstenaarschap kunnen ontwikkelen. Nu gaat ze ook een deel van onze tuin opnieuw ontwerpen.
Zo zijn er veel meer mensen hier, vrouwen én mannen, die met behulp van kunst en andere activiteiten steeds meer zelfvertrouwen krijgen. Fatima woont hier in de flat, zij is geboren in Syrië, ze doet mee aan alle textielworkshops en laat prachtige dingen zien. Ook komen veel statushouders hier vrijwilligerswerk doen. Hand- en spandiensten, helpen koken, helpen in de tuin. Het is een samenleving in het klein.’
Nieuwkomers tijdens verkeersles. Foto door: Fotografie andavanriet
Communicatie
‘De communicatie is nooit een probleem. Met handen en voeten kom je heel ver en Google Translate helpt ook. Wel proberen we met iedereen zoveel mogelijk Nederlands te praten. We behandelen iedereen hier gelijk en proberen ervoor te zorgen dat alle bezoekers zich hier veilig voelen. En dezelfde houding verwachten we ook terug: respect voor elkaar, dankbaar voor wat een ander voor jou doet.’
Toegankelijke plek
‘Belangrijk in onze aanpak: we nodigen kunstenaars uit die graag hun kunstenaarschap willen delen met de bezoekers, bijvoorbeeld in de vorm van een workshop. We worden financieel gesteund door de gemeente Middelburg maar zijn geen buurthuis. Bovendien krijgen we financiële steun van de woningcorporatie die onze atelierruimtes faciliteert. We zijn een toegankelijke en bruisende plek in het hart van een wijk met allerlei culturen. Een mooi voorbeeld van de kracht van het informele circuit: creativiteit leidt tot verbinding en als we een nieuw idee hebben gaan we dat gewoon doen.’
Nieuwkomers bezig met het maken van banners. Foto door: Fotografie andavanriet
2.5 Vijf tips uit de praktijk om een netwerk op te bouwen
- Begin klein en veilig
Start met een setting waarin vrouwen zich veilig voelen, bijvoorbeeld in een vrouwengroep. Dat helpt om vertrouwen op te bouwen en drempels te verlagen. - Werk met sleutelpersonen
Vrouwen die de taal en cultuur kennen en zelf stappen hebben gezet, kunnen anderen meenemen en inspireren. - Sluit aan bij wat er leeft
Werk niet met een vast programma, maar speel in op vragen en situaties uit de groep. Dat maakt het netwerk relevant en betekenisvol. - Stimuleer onderlinge verbinding
De kracht zit in de groep. Door deelnemers met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld in duo’s, ontstaan steun, vriendschappen en beweging. - Maak netwerken toegankelijk en inclusief
Sluit waar mogelijk aan bij bestaande netwerken en zorg dat deze toegankelijk zijn voor vrouwelijke inburgeraars. Let op taal, sociale veiligheid en herkenning. Door verschillende groepen vrouwen met elkaar te verbinden, voorkom je dat vrouwen in aparte structuren blijven en versterk je de samenhang in de wijk.
3. Samen werken aan vertrouwen
In Schiedam en Vlaardingen zijn de afgelopen jaren stevige netwerken ontstaan van vrouwen die inburgeren. Vrouwen die eerst zoekende waren, zijn nu zelf een voorbeeld voor anderen. Belangrijke ervaring en inzichten uit Zuid-Holland.
3.1 Het recept van Vlaardingen en Schiedam
Veel vrouwelijke statushouders zijn het vertrouwen in zichzelf kwijtgeraakt, weet Souad Achour, medeoprichter van Inclusia. De stichting begeleidt samen met Stroomopwaarts statushouders in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in hun nieuwe gemeente. ‘We helpen bijvoorbeeld veel nareizigers. De partner is al verder in het inburgeringstraject, maar zelf kunnen ze de weg in de gemeente moeilijk vinden.’ Daarom is een van de belangrijkste ingrediënten in de werkwijze van zowel Inclusia als Stroomopwaarts het werken met rolmodellen. Vrouwen worden gekoppeld aan iemand die dezelfde taal spreekt en zelf al is ingeburgerd. En dat werkt heel goed, zegt Achour. ‘Iemand die vertelt waar ze bijvoorbeeld bepaalde kruiden kunnen kopen, die soms meegaat naar de winkel of die een brief van de gemeente kan vertalen en vertelt waar sociale activiteiten georganiseerd worden. Een goed voorbeeld inspireert én geeft kracht. ‘Als zij het kan, dan kan ik het ook.’
Souad Achour en Irene de Vink. Foto’s door Lize Kraan
Inclusia investeert veel tijd in het vinden van deze rolmodellen. Zij hebben ook een signalerende rol. Als ze bijvoorbeeld horen dat er in een gezin een kindje geboren is, proberen ze na te gaan of het gezin voldoende kleding heeft. Zo niet, dan gaan ze mee naar de kledingbank. Ook inventariseren ze behoeften en knelpunten in de gemeenschap. Vijftig van de rolmodellen, ook wel sleutelpersonen genoemd, zijn ook voorlichter. Zij zijn getraind om informatie te geven over uiteenlopende onderwerpen. Van afval scheiden tot de rol van het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Intensieve samenwerking
Stroomopwaarts voert de wet inburgering uit in de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. Statushouders krijgen een casemanager en een coach.
De casemanager houdt de regie, bijvoorbeeld in de contacten met de taalschool, en zorgt ervoor dat de statushouder geen vertraging oploopt. De coach komt vaak uit hetzelfde land als de statushouder. In ieder geval spreekt hij of zij dezelfde taal. De coach ondersteunt de statushouder vooral in het vinden van participatie-activiteiten. Daarvoor werkt Stroomopwaarts bijvoorbeeld samen met de welzijnsorganisaties in de regio.
Een waardevolle partnerorganisatie voor Stroomopwaarts is Inclusia. Deze stichting begeleidt statushouders in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de eerste 12 maanden in hun nieuwe gemeente. Naast begeleiding bij huisvesting regelt Stichting Inclusia samen met de inburgeraar alle praktische zaken. Bijvoorbeeld bij de kennismaking met de buurt en de stad en bij het ontwikkelen van zelfredzaamheid.
Er is een intensieve samenwerking met Team Inburgering van Stroomopwaarts. In de gemeenten heeft Inclusia zelf meerdere vrouwennetwerken opgebouwd. Er zijn diverse Trefpunten: ontmoetingsplekken voor vragen over wonen, inburgering, en het bespreken van zorgen. Ook zijn vrouwennetwerken actief op basisscholen en in buurthuizen, zoals in wijkcentrum Het Buurtpunt in Vlaardingen.
Veiligheid en vertrouwen
Voor het slagen van inburgeringstrajecten is die investering in rolmodellen cruciaal, zien ze ook bij Stroomopwaarts. Teammanager Inburgering Irene de Vink benadrukt het belang van het bieden van veiligheid en vertrouwen. ‘Natuurlijk is het uiteindelijke doel participatie en werk, of vrijwilligerswerk als dat het hoogst haalbare is. Maar deze vrouwen moeten eerst het vertrouwen in zichzelf terugkrijgen.’ ‘Een veilige plek waar ze zelfstandig mogen uitzoeken hoe alles werkt, voegt Achour toe. ‘Dat ze dus niet dom zijn als ze niet meteen weten in welke bak het afval moet. Ook daarom is het zo fijn dat rolmodellen dit soort zaken kunnen uitleggen. Ook zij waren zoekende, maar het is hen wel gelukt.’
Deze vrouwen moeten eerst vertrouwen in zichzelf terugkrijgen.
Ook bij het zoeken naar samenwerking is het belangrijk om veiligheid en vertrouwen als uitgangspunt te nemen, benadrukken Achour en De Vink. Ze willen bijvoorbeeld weten dat een welzijnsorganisatie deze vrouwen ook echt een veilige plek kan bieden. Achour: ‘In een pand worden hele waardevolle activiteiten georganiseerd, denk bijvoorbeeld aan fietslessen. Maar als de vrijwilliger achter de balie de vrouwen nooit gedag zegt, kan dat hen toch afschrikken.’
Samenwerking opbouwen
Achour en De Vink hebben door zorgvuldige inventarisaties in de verschillende wijken een goed beeld van wat organisaties kunnen bieden. Bij het inburgeringstraject zijn taalscholen en bibliotheken logische partners. Maar er zijn natuurlijk veel andere (maatschappelijke) organisaties die kunnen aansluiten bij de behoeften van vrouwen. Daar kom je pas echt achter als je tijd investeert in contact, benadrukt Achour. ‘Ga een paar keer langs bij de moskee zodat mensen daar je leren kennen. En zo kun je beter inschatten wat de mogelijkheden zijn. Als je elkaar eenmaal kent, is later vaak één telefoontje genoeg om iets te regelen.’
Neem tijd voor contact met nieuwe partijen.
Ze verwijst vrouwen vaak naar een buurthuis dichtbij huis. Dat is vaak toch een herkenbare plek: de vrouw komt er misschien wel dagelijks langs. Achour stimuleert vrouwen vaak daar eens een kop koffie te gaan drinken. ‘Kijk of het iets voor je is. En laat ons weten of je daar vindt wat je zoekt.’ Bijna altijd kan een vrouw uit het netwerk, die al verder is in haar inburgeringstraject, met haar mee gaan.’ Een andere tip: blijf de ontwikkelingen in de wijken goed volgen, in korte tijd kan er veel veranderen.
Achour gaat zelf vaak eerst langs bij een activiteit om kennis te maken. Een mooi voorbeeld vindt ze de Kansenfabriek in Schiedam, een plek waar bewoners kunnen ontdekken waar hun talenten liggen, met begeleiding van vrijwilligers. Achour: ‘In de Kansenfabriek voelt iedereen zich veilig. Je moet daar niks, maar je mag er altijd bij horen. Bij de koffiecorner hoor je daar de meest fantastische gesprekken tussen vrouwen die inburgeren. Hoe trakteren op school werkt bijvoorbeeld.’
Netwerken verbinden
Teammanager De Vink spreekt regelmatig met alle bij het inburgeringstraject betrokken partners. Drie of vier keer per jaar is er een vast overleg met onder andere Inclusia, welzijnsorganisaties, taalscholen en vrijwilligersorganisaties. Gezamenlijk wordt gekeken wat goed gaat en waar nieuwe behoeften liggen.
‘Voor ons als Team Inburgering is het heel belangrijk om alle netwerken in die drie gemeenten goed in beeld te houden’, zegt De Vink. ‘Wie doet wat, wie kan iets betekenen in de inburgering. Fietslessen zijn heel belangrijk, sport is belangrijk. De casemanager en de coach gaan samen de hort op om kennis te maken met mensen die daarin misschien iets kunnen betekenen. Verbinden is daarbij het uitgangspunt. Als een organisatie zegt: wij willen deze activiteit gaan organiseren maar we hebben vrijwilligers nodig, dan kijken wij meteen of we daarin kunnen ondersteunen.’
Goede onderlinge communicatie is daarbij essentieel. Zowel Stroomopwaarts als Inclusia bieden vrouwen de mogelijkheid om deel te nemen aan WhatsAppgroepen. ‘Vrouwen kunnen elkaar ook een privébericht sturen als ze een vraag hebben. Ook dat helpt bij het opbouwen van vertrouwen’, zegt De Vink. Daarnaast kunnen vrouwen berichten eenvoudig laten vertalen naar hun moedertaal.
Duurzame empowerment
In Schiedam en Vlaardingen zijn al veel duurzame vrouwennetwerken opgebouwd. In Maassluis gebeurt ook al heel wat. Zo is daar de Voedselbank actief, ook voor vrouwen, met een naaiclub bijvoorbeeld. Er kan echter nog zeker meer georganiseerd worden in de wijken. Daarom delen Achour en De Vink samen met partners hun ervaringen in Maassluis. Ze starten bijvoorbeeld met ‘koken met cultuur’. Tijdens deze avonden koken vrouwelijke statushouders voor wijkbewoners. Er is muziek, er zijn ontmoetingen en mensen uit verschillende culturen leren elkaar kennen. Dat is waardevol voor de wijk, waar nieuwe buren worden verwelkomd, én voor de vrouwen zelf. Zij ervaren dat ze iets te bieden hebben. Een krachtig voorbeeld van empowerment.
Die empowerment is cruciaal om een netwerk duurzaam te maken, benadrukken Achour en De Vink. ‘Het helpt vrouwen niet als ze het gevoel krijgen dat ze er alleen maar zijn om te leren. Ik heb veel vrouwen ontmoet die zelf ook ontzettend veel te bieden hebben. Ze hebben alleen, zeker in het begin, hulp nodig bij praktische zaken. Ze moeten het vertrouwen in zichzelf terugkrijgen’, zegt De Vink.
Veel van deze vrouwen hebben ontzettend veel te bieden.
Achour vult aan: ‘Ik zeg altijd tegen deze vrouwen: ik vind mezelf krachtig, want ik moest ook ooit inburgeren toen ik uit Marokko kwam en dat is me goed gelukt, maar zo krachtig als jullie kan ik nooit zijn. Ik kwam veilig met het vliegtuig. Deze vrouwen hebben mensen verloren, thuis of op de vlucht. Ze hebben oorlogen meegemaakt en nu zijn ze in een vreemd land, maar ze knokken. En ze kunnen heel veel bereiken in Nederland als wij ze die veiligheid kunnen bieden.’
3.2 Tips voor een effectieve samenwerking
- Zoek rolmodellen voor vrouwen die inburgeren, bijvoorbeeld bij maatschappelijke organisaties, moskeeën of andere religieuze instellingen.
- Inventariseer wat er al in de wijk gebeurt. Ook lokale ondernemers kunnen bijdragen aan een duurzaam vrouwennetwerk.
- Bij Inclusia wordt vrouwen die inburgeren ook geleerd hoe ze zelf een aanvraag voor financiering van een bewonersinitiatief kunnen indienen. Zo kunnen vrouwen zelfstandig activiteiten opzetten.
- Bij het verwijzen naar activiteiten kan het drempelverlagend werken als de locatie in de buurt is van een school. Daar komen vrouwen vaak toch al en ontmoeten ze elkaar ook.
- Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Zorg dat binnen organisaties waarmee wordt samengewerkt iedereen overtuigd is van het belang van veiligheid.
- Gemeenten kunnen financieel bijdragen, maar ook op andere manieren ondersteunen, bijvoorbeeld door ruimte beschikbaar te stellen of deskundigen in te zetten voor voorlichting.
- Samenwerking tussen vrouwen wordt makkelijker door appgroepen op te zetten. Zo kunnen zij elkaar eenvoudig helpen en berichten laten vertalen naar hun moedertaal.
4. Hoe netwerken blijven bestaan
Een netwerk voor vrouwelijke statushouders ontstaat niet vanzelf en blijft ook niet vanzelf bestaan. Kartrekkers zoeken soms een andere uitdaging waardoor anderen niet meer op hun kennis en expertise kunnen rekenen. Organisaties kunnen van structuur veranderen waardoor veel gaat schuiven. En geld kan natuurlijk ook een uitdaging worden, bijvoorbeeld als het netwerk het met minder subsidie moet doen. Hoe een netwerk te bestendigen zodat vrouwen niet later alsnog tussen wal en schip vallen?
In dit hoofdstuk vier adviezen om deze netwerken duurzaam te houden en ze zoveel mogelijk op eigen benen te laten staan.
4.1 Stimuleer en versterk
De ondersteuning van (informele) netwerken vraagt om een zorgvuldige rol van gemeenten. Ondersteunen, niet overnemen, maar faciliteren en verbinden. Met als doel om de invulling van het netwerk op termijn wel over te dragen aan de vrouwen zelf. Juist omdat gemeenten door de inburgeringstrajecten de vrouwen goed kennen en regelmatig spreken, kunnen zij de vrouwen op bestaande informele netwerken wijzen.
Ook bij ‘oudkomers’ is vaak behoefte aan meer informeel contact. Dat merkt ook Yentl de Bree van de LEVgroep in Helmond. ‘We kregen ook vragen van vrouwen die al langer in Nederland zijn: mogen wij ook meedoen?’
Het is daarom belangrijk dat gemeenten en welzijnspartijen goed in beeld hebben welke netwerken er zijn. Vervolgens kan er geïnvesteerd worden in duurzame relaties met deze netwerken. In het KIS-rapport worden wederkerigheid en ruimte voor eigen werkwijzen als belangrijke uitgangspunten genoemd. En net zo belangrijk: duidelijke communicatie naar de initiatiefnemers van de netwerken. Wat kunnen gemeenten en bijvoorbeeld welzijnspartijen voor hen betekenen? Financiële ondersteuning is misschien mogelijk, maar denk ook aan het beschikbaar stellen van locaties, workshops van deskundigen, toegang tot het netwerk van formele organisaties, en bijdragen aan professionalisering.
4.2 Benut de kracht van sleutelpersonen
In het bestendigen van netwerken spelen sleutelpersonen een belangrijke rol. Sleutelpersonen zorgen er vaak voor dat netwerken blijven functioneren en groeien. Zij leggen contact met nieuwe deelnemers, nemen hen mee en zorgen ervoor dat zij makkelijk aansluiten.
In Vlaardingen en Schiedam werken Souad Achour van Inclusia en Irene de Vink van Stroomopwaarts al jaren met rolmodellen/sleutelpersonen. ‘Het zijn vrouwen die de taal spreken van de vrouwelijke statushouders en gezinsmigranten. Ze kennen de cultuur, ze kennen de behoeften en ze zijn zelf ooit ingeburgerd. Ze fungeren als rolmodel: vrouwen zien aan hen dat het echt kan lukken om volwaardig mee te doen in de Nederlandse samenleving. Daardoor krijgen vrouwen die nog maar net beginnen meer vertrouwen in zichzelf.’ Ook binnen de vrouwengroepen in Helmond groeiden sommige vrouwen uit tot voortrekkers, ziet coördinator Yentl de Bree (LEVgroep).
Onze sleutelpersonen kennen de cultuur, ze kennen de behoeften en ze zijn zelf ooit ingeburgerd. Ze fungeren als rolmodel: vrouwen zien aan hen dat het echt kan lukken om volwaardig mee te doen in de Nederlandse samenleving.
Samenwerken met Sleutelpersonen Gezondheid
Pharos publiceerde een handreiking over sleutelpersonen in de gezondheidszorg. Voor iedereen die al samenwerkt of wil werken met Sleutelpersonen Gezondheid in zorg, welzijn of sociaal domein en op zoek is naar praktische informatie om deze samenwerking duurzaam vorm te geven.
4.3 Blijf aandacht geven
Het bestendigen van informele netwerken vraagt om structurele aandacht. In veel gemeenten zijn initiatieven tijdelijk of projectmatig georganiseerd, waardoor opgebouwde contacten weer verdwijnen zodra een traject stopt. Daarnaast blijkt uit het KIS-rapport dat informele netwerken het best functioneren wanneer zij ruimte krijgen om zich te ontwikkelen, met lichte ondersteuning van professionals.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het faciliteren van ontmoetingsplekken, het verbinden van initiatieven en het ondersteunen van sleutelfiguren binnen de groep. Ook het eigenaarschap van deelnemers zelf is een belangrijke factor. Netwerken worden duurzamer wanneer deelnemers elkaar actief ondersteunen en nieuwe deelnemers meenemen. Juist die onderlinge dynamiek maakt dat netwerken blijven bestaan, ook wanneer formele begeleiding afneemt.
Erkenning
Erkenning van gemeenten voor het werk van informele netwerken is essentieel. Netwerken geven aan dat zij zich soms vooral gezien voelen wanneer zij nodig zijn, bijvoorbeeld om een doelgroep te bereiken, maar minder als volwaardige partner. Die erkenning zit niet alleen in woorden, maar vooral in structurele samenwerking, betrokkenheid bij beleid en duurzame ondersteuning. Informele netwerken hebben zelf soms ook behoefte aan onderling contact. Door ervaringen, kennis en ideeën uit te wisselen kunnen zij elkaar versterken en samen bouwen aan duurzame netwerken.
Samenwerking tussen informele netwerken en systeemwereld
Er zijn vier samenwerkingsvormen te onderscheiden die de samenwerking tussen formele- en informele partijen kunnen versterken:
- Model 1 is de samenwerking tussen autonome partners. Informele en formele partijen krijgen individueel van elkaar financiële ondersteuning vanuit de gemeente. Dit model kan bijvoorbeeld van toepassing zijn op een samenwerking tussen wijkteams en een sociale onderneming.
- Model 2 is een model waarbij informele functies zijn geïntegreerd in een formele organisatie. De gemeente biedt de formele organisatie financiering en die creëert informele functies waar zowel vrijwilligers als betaalde krachten kunnen worden ingezet om mensen in een kwetsbare positie te bereiken. Een voorbeeld hiervan is een welzijnsorganisatie die vrijwilligers of een betaalde kracht inzet zodat zij contact kunnen leggen met hun netwerk.
- Model 3 is een model waarbij de formele organisatie financiering ontvangt vanuit de gemeente en een deel van het budget reserveert voor het inzetten van informele partijen. Informele partijen behouden hierbij hun autonomie en krijgen trainingen en vrijwilligersvergoeding. Zelforganisaties kunnen zelfstandig hun werkzaamheden uitvoeren en maken geen deel uit van de formele organisatie.
- Model 4 is een projectmatig samenwerkingsverband waarbij formele en informele organisaties samenwerken om een doel te behalen met behulp van gemeentelijke financiering. De samenwerking is tijdelijk van aard en beperkt tot een bepaald maatschappelijk vraagstuk.
4.4 Draag bij aan verdere professionalisering
Zoals de KIS-onderzoekers ook opmerken: informele netwerken onderbrengen in een formele organisatie is vaak niet de beste keuze. De kracht van informele netwerken is namelijk juist dat zij zo laagdrempelig mogelijk zijn. Bij het community art project Pennywafelhuis in Middelburg bijvoorbeeld werken de initiatiefnemers, drie kunstenaars, al jarenlang op hun eigen creatieve wijze. Natuurlijk werken ze samen met formele organisaties maar ze zoeken geen directe aansluiting bij een maatschappelijke organisatie. Zij noemen zelf als een van de succesfactoren dat ze zonder bureaucratie kunnen bijdragen aan verbinding, talentontwikkeling en gemeenschapszin.
Een bepaalde mate van professionaliteit, organisatiekracht en kennis over de systeemwereld (van formele organisaties) kan de (daad)kracht van informele netwerken wél versterken, schrijven de KIS-onderzoekers.
Informeren over indienen bewonersinitiatief
Bij Inclusia in Schiedam worden vrouwelijke statushouders geïnformeerd over hoe ze zelf een aanvraag voor een bewonersinitiatief kunnen opstellen en indienen. Hoe ze bijvoorbeeld in gesprek kunnen gaan met de coördinator van de gemeente over hun idee en over eventuele subsidiemogelijkheden. Ook dat draagt direct bij aan zelfstandigheid. Ze leren ook om aan te sluiten bij landelijke initiatieven, denk aan de Week van Eenzaamheid, waar soms ook tijdelijk extra geld kan worden vrijgemaakt.
Colofon
Divosa
Aïdadreef 8 | 3561 GE Utrecht
Postbus 9563 | 3506 GN Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
divosa.nl
Auteurs
Jessica Maas en Jeroen Wapenaar
(Eind)redactie
Jet van Mierlo en Iris Ruijs
Webredactie
Maria Krikken
Fotografie
Fotografie andavanriet, Lize Kraan en Merhawi Haghos Fisha
Beeld voorblad: Fotografie andavanriet
Infographic
Jorno Design, jornodesign.nl