Vrouwelijke inburgeraars en de kracht van een netwerk
Laatste update: 18 mei 20263. Samen werken aan vertrouwen
3.1 Het recept van Vlaardingen en Schiedam
Veel vrouwelijke statushouders zijn het vertrouwen in zichzelf kwijtgeraakt, weet Souad Achour, medeoprichter van Inclusia. De stichting begeleidt samen met Stroomopwaarts statushouders in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in hun nieuwe gemeente. ‘We helpen bijvoorbeeld veel nareizigers. De partner is al verder in het inburgeringstraject, maar zelf kunnen ze de weg in de gemeente moeilijk vinden.’ Daarom is een van de belangrijkste ingrediënten in de werkwijze van zowel Inclusia als Stroomopwaarts het werken met rolmodellen. Vrouwen worden gekoppeld aan iemand die dezelfde taal spreekt en zelf al is ingeburgerd. En dat werkt heel goed, zegt Achour. ‘Iemand die vertelt waar ze bijvoorbeeld bepaalde kruiden kunnen kopen, die soms meegaat naar de winkel of die een brief van de gemeente kan vertalen en vertelt waar sociale activiteiten georganiseerd worden. Een goed voorbeeld inspireert én geeft kracht. ‘Als zij het kan, dan kan ik het ook.’
Souad Achour en Irene de Vink. Foto’s door Lize Kraan
Inclusia investeert veel tijd in het vinden van deze rolmodellen. Zij hebben ook een signalerende rol. Als ze bijvoorbeeld horen dat er in een gezin een kindje geboren is, proberen ze na te gaan of het gezin voldoende kleding heeft. Zo niet, dan gaan ze mee naar de kledingbank. Ook inventariseren ze behoeften en knelpunten in de gemeenschap. Vijftig van de rolmodellen, ook wel sleutelpersonen genoemd, zijn ook voorlichter. Zij zijn getraind om informatie te geven over uiteenlopende onderwerpen. Van afval scheiden tot de rol van het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Intensieve samenwerking
Stroomopwaarts voert de wet inburgering uit in de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis. Statushouders krijgen een casemanager en een coach.
De casemanager houdt de regie, bijvoorbeeld in de contacten met de taalschool, en zorgt ervoor dat de statushouder geen vertraging oploopt. De coach komt vaak uit hetzelfde land als de statushouder. In ieder geval spreekt hij of zij dezelfde taal. De coach ondersteunt de statushouder vooral in het vinden van participatie-activiteiten. Daarvoor werkt Stroomopwaarts bijvoorbeeld samen met de welzijnsorganisaties in de regio.
Een waardevolle partnerorganisatie voor Stroomopwaarts is Inclusia. Deze stichting begeleidt statushouders in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de eerste 12 maanden in hun nieuwe gemeente. Naast begeleiding bij huisvesting regelt Stichting Inclusia samen met de inburgeraar alle praktische zaken. Bijvoorbeeld bij de kennismaking met de buurt en de stad en bij het ontwikkelen van zelfredzaamheid.
Er is een intensieve samenwerking met Team Inburgering van Stroomopwaarts. In de gemeenten heeft Inclusia zelf meerdere vrouwennetwerken opgebouwd. Er zijn diverse Trefpunten: ontmoetingsplekken voor vragen over wonen, inburgering, en het bespreken van zorgen. Ook zijn vrouwennetwerken actief op basisscholen en in buurthuizen, zoals in wijkcentrum Het Buurtpunt in Vlaardingen.
Veiligheid en vertrouwen
Voor het slagen van inburgeringstrajecten is die investering in rolmodellen cruciaal, zien ze ook bij Stroomopwaarts. Teammanager Inburgering Irene de Vink benadrukt het belang van het bieden van veiligheid en vertrouwen. ‘Natuurlijk is het uiteindelijke doel participatie en werk, of vrijwilligerswerk als dat het hoogst haalbare is. Maar deze vrouwen moeten eerst het vertrouwen in zichzelf terugkrijgen.’ ‘Een veilige plek waar ze zelfstandig mogen uitzoeken hoe alles werkt, voegt Achour toe. ‘Dat ze dus niet dom zijn als ze niet meteen weten in welke bak het afval moet. Ook daarom is het zo fijn dat rolmodellen dit soort zaken kunnen uitleggen. Ook zij waren zoekende, maar het is hen wel gelukt.’
Deze vrouwen moeten eerst vertrouwen in zichzelf terugkrijgen.
Ook bij het zoeken naar samenwerking is het belangrijk om veiligheid en vertrouwen als uitgangspunt te nemen, benadrukken Achour en De Vink. Ze willen bijvoorbeeld weten dat een welzijnsorganisatie deze vrouwen ook echt een veilige plek kan bieden. Achour: ‘In een pand worden hele waardevolle activiteiten georganiseerd, denk bijvoorbeeld aan fietslessen. Maar als de vrijwilliger achter de balie de vrouwen nooit gedag zegt, kan dat hen toch afschrikken.’
Samenwerking opbouwen
Achour en De Vink hebben door zorgvuldige inventarisaties in de verschillende wijken een goed beeld van wat organisaties kunnen bieden. Bij het inburgeringstraject zijn taalscholen en bibliotheken logische partners. Maar er zijn natuurlijk veel andere (maatschappelijke) organisaties die kunnen aansluiten bij de behoeften van vrouwen. Daar kom je pas echt achter als je tijd investeert in contact, benadrukt Achour. ‘Ga een paar keer langs bij de moskee zodat mensen daar je leren kennen. En zo kun je beter inschatten wat de mogelijkheden zijn. Als je elkaar eenmaal kent, is later vaak één telefoontje genoeg om iets te regelen.’
Neem tijd voor contact met nieuwe partijen.
Ze verwijst vrouwen vaak naar een buurthuis dichtbij huis. Dat is vaak toch een herkenbare plek: de vrouw komt er misschien wel dagelijks langs. Achour stimuleert vrouwen vaak daar eens een kop koffie te gaan drinken. ‘Kijk of het iets voor je is. En laat ons weten of je daar vindt wat je zoekt.’ Bijna altijd kan een vrouw uit het netwerk, die al verder is in haar inburgeringstraject, met haar mee gaan.’ Een andere tip: blijf de ontwikkelingen in de wijken goed volgen, in korte tijd kan er veel veranderen.
Achour gaat zelf vaak eerst langs bij een activiteit om kennis te maken. Een mooi voorbeeld vindt ze de Kansenfabriek in Schiedam, een plek waar bewoners kunnen ontdekken waar hun talenten liggen, met begeleiding van vrijwilligers. Achour: ‘In de Kansenfabriek voelt iedereen zich veilig. Je moet daar niks, maar je mag er altijd bij horen. Bij de koffiecorner hoor je daar de meest fantastische gesprekken tussen vrouwen die inburgeren. Hoe trakteren op school werkt bijvoorbeeld.’
Netwerken verbinden
Teammanager De Vink spreekt regelmatig met alle bij het inburgeringstraject betrokken partners. Drie of vier keer per jaar is er een vast overleg met onder andere Inclusia, welzijnsorganisaties, taalscholen en vrijwilligersorganisaties. Gezamenlijk wordt gekeken wat goed gaat en waar nieuwe behoeften liggen.
‘Voor ons als Team Inburgering is het heel belangrijk om alle netwerken in die drie gemeenten goed in beeld te houden’, zegt De Vink. ‘Wie doet wat, wie kan iets betekenen in de inburgering. Fietslessen zijn heel belangrijk, sport is belangrijk. De casemanager en de coach gaan samen de hort op om kennis te maken met mensen die daarin misschien iets kunnen betekenen. Verbinden is daarbij het uitgangspunt. Als een organisatie zegt: wij willen deze activiteit gaan organiseren maar we hebben vrijwilligers nodig, dan kijken wij meteen of we daarin kunnen ondersteunen.’
Goede onderlinge communicatie is daarbij essentieel. Zowel Stroomopwaarts als Inclusia bieden vrouwen de mogelijkheid om deel te nemen aan WhatsAppgroepen. ‘Vrouwen kunnen elkaar ook een privébericht sturen als ze een vraag hebben. Ook dat helpt bij het opbouwen van vertrouwen’, zegt De Vink. Daarnaast kunnen vrouwen berichten eenvoudig laten vertalen naar hun moedertaal.
Duurzame empowerment
In Schiedam en Vlaardingen zijn al veel duurzame vrouwennetwerken opgebouwd. In Maassluis gebeurt ook al heel wat. Zo is daar de Voedselbank actief, ook voor vrouwen, met een naaiclub bijvoorbeeld. Er kan echter nog zeker meer georganiseerd worden in de wijken. Daarom delen Achour en De Vink samen met partners hun ervaringen in Maassluis. Ze starten bijvoorbeeld met ‘koken met cultuur’. Tijdens deze avonden koken vrouwelijke statushouders voor wijkbewoners. Er is muziek, er zijn ontmoetingen en mensen uit verschillende culturen leren elkaar kennen. Dat is waardevol voor de wijk, waar nieuwe buren worden verwelkomd, én voor de vrouwen zelf. Zij ervaren dat ze iets te bieden hebben. Een krachtig voorbeeld van empowerment.
Die empowerment is cruciaal om een netwerk duurzaam te maken, benadrukken Achour en De Vink. ‘Het helpt vrouwen niet als ze het gevoel krijgen dat ze er alleen maar zijn om te leren. Ik heb veel vrouwen ontmoet die zelf ook ontzettend veel te bieden hebben. Ze hebben alleen, zeker in het begin, hulp nodig bij praktische zaken. Ze moeten het vertrouwen in zichzelf terugkrijgen’, zegt De Vink.
Veel van deze vrouwen hebben ontzettend veel te bieden.
Achour vult aan: ‘Ik zeg altijd tegen deze vrouwen: ik vind mezelf krachtig, want ik moest ook ooit inburgeren toen ik uit Marokko kwam en dat is me goed gelukt, maar zo krachtig als jullie kan ik nooit zijn. Ik kwam veilig met het vliegtuig. Deze vrouwen hebben mensen verloren, thuis of op de vlucht. Ze hebben oorlogen meegemaakt en nu zijn ze in een vreemd land, maar ze knokken. En ze kunnen heel veel bereiken in Nederland als wij ze die veiligheid kunnen bieden.’