Samenloop Participatiewet en Wet inburgering 2021
Laatste update: 23 maart 2026Kiezen tussen de Wet inburgering en de Participatiewet: welke gaat voor?
Op papier lijkt het simpel: een klantmanager inburgering begeleidt inwoners met een inburgeringstraject en een klantmanager participatie ondersteunt de route richting werk. En toch lijken de Participatiewet en Wet inburgering 2021 elkaar in de weg te zitten. Het is voor medewerkers vaak niet duidelijk welke wet voorrang heeft.
Want wat doe je als iemand verplicht is de taal te leren op B1-niveau maar ook zo snel mogelijk uit de uitkering moet? Zet je dan eerst in op taal zodat diegene daarna een baan op niveau kan bemachtigen? Of moet diegene zo snel mogelijk aan het werk en maar tussendoor de taal een beetje leren? Of kan het toch allebei tegelijk? De uitvoering zoekt antwoorden hoe om te gaan met dit soort casussen.
Gemeenschappelijk doel: uitstroom naar (liefst) betaald werk
Het doel van de Wet inburgering 2021 (Wi2021) is: alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee aan de Nederlandse samenleving, liefst door middel van betaald werk. Bovendien wordt de Wi2021 gekenmerkt door een duaal karakter - focus op taal én participatie.
Het doel van de Participatiewet (Pwet) is: zoveel mogelijk mensen, inclusief mensen met een arbeidsbeperking, aan het werk krijgen. Het is belangrijk om inburgeringstrajecten zo in te richten dat bijstandsgerechtigde inburgeraars kunnen voldoen aan verplichtingen uit de Wi2021 én de Pwet.
Het kabinet heeft het voornemen om de samenloop tussen deze twee wetten makkelijker te maken. Divosa volgt deze ontwikkelingen.
Standpunt nodig over samenloop
In theorie kunnen de wetten naast elkaar uitgevoerd worden. De ene wet heeft geen voorrang op de andere wet. Het is aan de gemeente zelf om te bepalen in welke situaties zij de voorkeur geeft aan welke wet. Daarom is een standpunt van de gemeente nodig hoe zij de samenloop ziet. Als dat duidelijk is, weet de uitvoering wat zij moet doen. Voordat de Wet inburgering 2021 in werking trad, heeft de VNG een handreiking gemaakt over de wisselwerking tussen de twee wetten. De gemeente heeft drie opties. Zij kunnen een beleidsvisie, beleidsregels of een verordening opstellen om een duidelijker handelingsperspectief te bieden aan de uitvoerders van de wetten.
Wetten verbinden met werkprocessen
Divosa ziet dat gemeenten de wetten in de uitvoering vaak op een van de volgende twee manieren met elkaar verbinden:
- Ofwel er is een (team) medewerkers dat beide wetten uitvoert. Dit is overzichtelijk voor de inburgeraar maar heeft een keerzijde voor de professional. Zowel de Pwet als de Wi2021 zijn in ontwikkeling waardoor veel kennis van actualiteiten en aanpassingsvermogen vraagt van de medewerkers.
- Ofwel de uitvoering van de wetten is belegd bij afzonderlijke teams met een werkproces dat de wetten verbindt.Werkprocessen kunnen de werkzaamheden van de klantmanager inburgering en de klantmanager participatie verbinden met een stappenplan wie wat doet op welk moment. Daarmee blijven twee bestaande werkwijzen vaak intact maar samengevoegd. Dit is duidelijk voor medewerkers, maar voor inwoners betekent dit twee contactpersonen die vaak nog vanuit een eigen opdracht werken aan een traject gericht op (betaald) werk. Daarbinnen is nog de variant dat gemeenten afspraken vastleggen in twee verschillende of één samenhangende beschikking. Het vergt veel afstemming, soms gaan dingen dubbelop en voor de inwoner is het niet altijd duidelijk hoe de afspraken met elkaar samenhangen.
Het Plan Inburgering en Participatie beter benutten
Divosa adviseert om het Plan Inburgering en Participatie (PIP) beter te benutten om interne werkafspraken te maken tussen de verschillende verantwoordelijkheden. Onder andere Dienst Dommelvallei heeft het werkatelier aangepakt om de samenwerking tussen inburgering, werk én inkomen te versterken met een gezamenlijk voortgangsdocument waarin de afspraken uit beide wetten voor iedere inburgeraar staan. Daarnaast organiseren zij collegiale ontmoetingen tussen de medewerkers waardoor gezamenlijke besluiten worden genomen in een casus.
Geïntegreerde werkprocessen zijn niet hetzelfde als een integrale uitvoering
Dat er goede werkprocessen tussen de verschillende teams zijn, wil niet zeggen dat de inburgering ook integraal wordt uitgevoerd. Daar is nog een stap extra voor nodig. Uitvoeringsorganisatie Laborijn heeft al wel beide wetten vanuit bedrijfsvoering en beleid samengesmolten tot een volledig integrale werkwijze.
Voorbeelden van voorrang aan inburgering of werk
In de eindrapportage van het kwalitatief onderzoek Tweede fase Wet inburgering 2021 zijn beschrijvingen opgenomen van zeven gemeenten waarin staat of zij voorrang geven aan het inburgeringstraject of werk. In Den Haag heeft bijvoorbeeld het inburgeringstraject voorrang op werk. In de samenwerkingsafspraken tussen de verschillende afdelingen is expliciet opgenomen dat inburgeraars die werken hun werkrooster moeten aanpassen op de inburgeringsactiviteiten. In Eindhoven is het andersom, daar gaan werk en participatie voor op de andere onderdelen van de inburgering. De taallessen moeten aangepast kunnen worden op het werkrooster.
Welke wet heeft voorrang in jouw gemeente?
Gemeenten lijken terughoudend in het uitspreken welke wet voorrang heeft. Divosa ziet dat duidelijkheid hierover zowel de uitvoering als inwoners rust biedt. Wat er nodig is zijn gesprekken tussen beleid en uitvoering van de teams Pwet en Wi2021 om duidelijk te krijgen in welke situaties het daadwerkelijk vastloopt. Daaropvolgend kan de gemeente een visie op papier zetten met een uitspraak over welke wet voorrang heeft. Of beschrijf situaties waarin je als gemeente duidelijk maakt wanneer er afgeweken kan worden van de bestaande of leidende visie. Tot slot is het nodig om de werkprocessen hierop aan te laten sluiten waardoor het nog concreter wordt voor de uitvoering.