Overslaan en naar de inhoud gaan

Intercollegiaal overleg: als wetten elkaar raken, moet je samen aan tafel

Dienst Dommelvallei: Kristina Boher, Veerle van der Leemputte en Nadine van de Griendt

Inburgeraars hebben tegelijk te maken met werk, inkomen en inburgering. Maar binnen gemeenten zijn die werelden vaak apart georganiseerd. Bij de Dienst Dommelvallei besloten professionals het anders te doen. Met maandelijkse collegiale ontmoetingen maken zij gezamenlijke afwegingen voordat ze besluiten nemen. Dat voorkomt dat inwoners klem komen te zitten tussen regels – en versterkt het vakmanschap van uitvoerders.

Bij de dienst Dommelvallei, het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel, werd die spanning vooral zichtbaar in concrete casussen. Professionals merkten dat zij ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid het juiste deden, maar dat de uitkomst voor de inwoner niet altijd samenhangend was. Wat binnen het ene domein logisch en rechtmatig was, kon in een ander traject juist vertraging of extra druk opleveren. Het probleem zat dus niet in onduidelijke regels, maar in het feit dat afwegingen afzonderlijk werden gemaakt. Juist daar ontstond de behoefte om structureel samen te kijken vóórdat er besluiten vielen.

Als meerdere wetten tegelijk spelen, gaat het erom hoe je ze toepast zonder dat iemand klem komt te zitten.

- Veerle van der Leemputte, beleidsadviseur inburgering Dienst Dommelvalei

Van vastlopende casussen naar gezamenlijk overleg

Versnippering leidde tot situaties waarin iedereen het juiste deed binnen het eigen domein, maar de inburgeraar toch vastliep. ‘De wetgeving kennen we allemaal’, zegt beleidsadviseur inburgering Veerle van der Leemputte. ‘Maar als meerdere wetten tegelijk spelen, gaat het erom hoe je ze toepast zonder dat iemand klem komt te zitten. Dat gesprek voerden we te weinig samen.’ Die constatering vormde het startpunt voor een andere manier van werken. Geen extra beleidslaag of nieuwe procedure, maar een vast moment waarop professionals elkaar ontmoeten om samen naar de praktijk te kijken: de collegiale ontmoetingen.

Eén casus, meerdere brillen

Eens per maand komen professionals uit werk, inkomen en inburgering bij elkaar om één concrete casus te bespreken. Het gaat altijd om een echte situatie die op dat moment speelt. Juist die actualiteit maakt het gesprek scherp. Tijdens de ontmoeting draait het niet om het verdedigen van standpunten, maar om het begrijpen van elkaars perspectief. Collega’s stellen vragen om helder te krijgen wat er speelt, waar het vastloopt en welke keuzes al zijn gemaakt. Vanuit hun eigen expertise brengen zij vervolgens mogelijke richtingen in. Dat maakt zichtbaar hoe verschillend dezelfde situatie kan worden bekeken – en waar de ruimte zit om samen verder te komen.

Integraal betekent: de afweging samen maken

Volgens hoofd Werk en Inkomen Nadine van de Griendt zit daar de kern van integraliteit. ‘Het verschil is dat we de afweging samen maken. Niet eerst inkomen, dan werk en daarna inburgering, maar alles tegelijk. Je hoort waarom iets voor de één logisch is en voor de ander schuurt. Dat verandert het gesprek.’ Integraal werken betekent hier dus niet dat afdelingen elkaar informeren over besluiten die al genomen zijn, maar dat de besluitvorming zelf gezamenlijk plaatsvindt. Dat vraagt van professionals dat zij hun eigen kader expliciet maken en tegelijkertijd openstaan voor andere belangen en invalshoeken

Veerle van der Leemputte, Kristina Boher en Nadine van de Griendt in gesprek

Van links naar rechts: Veerle van der Leemputte, Kristina Boher en Nadine van de Griendt

Geen extra overleg, wel andere keuzes

De collegiale ontmoetingen zijn nadrukkelijk geen praatcircus. Ze zijn gericht op het maken van keuzes die in de uitvoering verder helpen. Uit het gesprek volgen afspraken die meerdere domeinen raken, zoals een gezamenlijk gesprek met de inburgeraar, afstemming met een werkgever of het betrekken van een ketenpartner. Opvallend is dat Dommelvallei geen extra controlemechanismen heeft ingericht. Afspraken worden niet gemonitord of afgevinkt. ‘Dat is ook niet nodig,’ zegt Nadine. ‘Omdat de oplossing gezamenlijk is bedacht, voelt iedereen zich verantwoordelijk. Mensen gaan met huiswerk weg en pakken dat ook echt op.’ Wel wordt elke bijeenkomst kort vastgelegd. De belangrijkste afwegingen en gekozen richtingen zijn voor alle collega’s terug te lezen, zodat het leren breder landt dan alleen bij de aanwezigen.

Opbrengst voor de inwoner

De opbrengst van deze manier van werken wordt vooral zichtbaar voor degene die inburgert. Een voorbeeld is een jonge man in de onderwijsroute die onder druk stond om te gaan werken zodat hij geld naar familie kon sturen. Vanuit inkomen speelde de verplichting tot participatie en vanuit inburgering het belang van onderwijs op de lange termijn. In het overleg werd besloten om gezamenlijk het gesprek met hem aan te gaan, contact te leggen met de werkgever waar hij al aan de slag was en aanvullende ondersteuning te verkennen. ‘Zonder dit overleg had iedereen iets anders gedaan’, zegt Veerle. ‘Nu werkten we samen aan één richting.’

Eén gezamenlijk verhaal, geen losse boodschappen

Die gezamenlijke lijn wordt ondersteund door een voortgangsdocument waarin afspraken uit de Participatiewet en de Wet inburgering 2021 samenkomen. Voor elke inburgeraar is zichtbaar waar hij of zij staat, wat is afgesproken en wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat voorkomt tegenstrijdige boodschappen vanuit verschillende afdelingen en vergroot de duidelijkheid voor de inwoner. ‘Dat helpt enorm, zegt Veerle. ‘Je ziet in één oogopslag waar iemand staat en wat er van hem verwacht wordt. Dat maakt het voor iedereen overzichtelijker.’

Van interne afstemming naar bredere samenwerking

De collegiale ontmoetingen vormen de kern van de integrale aanpak, maar niet de grens. Vanuit deze basis wordt het eenvoudiger om ook andere domeinen te betrekken, zoals schuldhulpverlening, maatschappelijke ondersteuning of GGZ. ‘Als werk, inkomen en inburgering elkaar begrijpen en vertrouwen’, zegt Nadine, ‘wordt het ook makkelijker om samen met anderen op te trekken.’

De ervaring in Dommelvallei laat zo zien dat integraal werken geen abstract idee hoeft te zijn: door het gesprek structureel te organiseren, echte casussen centraal te stellen en gezamenlijke afwegingen leidend te maken, wordt samenwerking onderdeel van het dagelijks werk. Of zoals Veerle het samenvat: ‘Integraliteit ontstaat niet vanzelf. Je moet het organiseren – en vervolgens blijven doen.’

‘Niet meer mijn probleem, maar ons probleem’

We vroegen twee professionals bij Dommelvallei naar wat het intercollegiaal overleg hen oplevert. Voor werkconsulent Kristina Boher was het intercollegiaal overleg meteen herkenbaar als iets wat in de praktijk hard nodig is. Ze werkt met verschillende doelgroepen, waaronder statushouders, en loopt daarbij regelmatig tegen dilemma’s aan die zich niet binnen één domein laten oplossen. ‘Je wilt iemand vooruithelpen richting werk of participatie, maar je loopt tegelijk aan tegen regels, beperkte mogelijkheden en persoonlijke overtuigingen’, zegt ze. ‘Dat zijn precies de vraagstukken die je niet alleen moet willen dragen.’

Een casus die zij inbracht ging over een statushouder met jonge kinderen die haar participatie-uren moest maken bij een kringloopwinkel. Daar golden kledingvoorschriften die botsten met haar religieuze overtuigingen. ‘Formeel kun je zeggen: dit is de plek, dit zijn de regels. Maar zo voelt het niet’, vertelt Kristina. ‘Je zit dan echt in een moreel én professioneel dilemma.’ In het overleg bleek hoe waardevol het is om dat dilemma te delen. ‘Dan is het niet meer mijn probleem, maar óns probleem. Ook beleid denkt mee. Dat lucht op én het brengt beweging.’ 

Voor consulent inburgering en huisvesting Linda zit de opbrengst vooral in de manier van kijken. ‘We werkten al samen, maar dit dwingt je om structureel breder te kijken’, zegt ze. ‘Niet alleen vanuit je eigen rol, maar echt vanuit de vraag: wat heeft deze persoon nodig?’

Het helpt daarbij dat niet altijd je eigen casus centraal staat. ‘Dan kun je er relaxter naar kijken’, legt Linda uit. “Je zit minder in je eigen beperkingen en ziet makkelijker mogelijkheden.’ Dat werkt door in de dagelijkse praktijk. ‘Je weet elkaar sneller te vinden, je denkt minder in dat kan niet, en je staat steviger in gesprekken met inwoners.’

Beide professionals benadrukken dat het intercollegiaal overleg niet wordt beleefd als wéér een extra overleg, maar als een investering die zich terugbetaalt. ‘Je staat dichter naast de inwoner’, zegt Linda. ‘En uiteindelijk is dat waar we het voor doen.’

Van werkatelier naar werkwijze

De collegiale ontmoetingen bij de Dienst Dommelvallei zijn niet spontaan ontstaan. Ze vinden hun oorsprong in een Divosa-werkatelier over de samenloop van de Participatiewet en de Wet inburgering 2021. Vanuit Dommelvallei nam een brede afvaardiging deel: consulenten werk, consulenten inburgering en beleidsadviseurs. 

Dat werkatelier bood meer dan inhoudelijke verdieping. Deelnemers kregen de ruimte om intensief te werken aan hun eigen uitvoeringspraktijk. ‘Je loopt daar niet alleen met een leuk idee weg, maar met tooling om iets te gaan doen’, benadrukt Veerle van der Leemputte van Dommelvallei. 

Vanuit die sessies ontstonden concrete instrumenten, zoals een gezamenlijk format en een visueel voortgangsdocument voor inburgeraars. De werkdocumenten delen ze graag met andere gemeenten. Veerle werkte er eerder mee in de gemeente Oss en paste ze aan voor Dienst Dommelvalei. 

Het werkatelier fungeerde daarmee als katalysator. Niet door een kant-en-klare blauwdruk aan te reiken, maar door gemeenten te stimuleren zelf te experimenteren met samenwerking rond casuïstiek. In Dommelvallei kreeg dat vervolg in maandelijkse collegiale ontmoetingen waarin werk, inkomen en inburgering gezamenlijk afwegingen maken.

Contactpersoon