Overslaan en naar de inhoud gaan

Integraal werken begint bij de inburgeraar

Anne-Marie, Lea en Ineke in gesprek

Voor inburgeraars komt er veel tegelijk op hen af. Een nieuw land, een nieuwe taal, nieuwe regels en vaak ook meerdere professionals die allemaal iets van hen vragen. Juist daarom is samenhang in de ondersteuning cruciaal. Bij Laborijn, het werkontwikkelbedrijf in de regio Achterhoek, is integraal werken geen abstract beleidsidee, maar een bewuste keuze om het traject voor inburgeraars overzichtelijker en effectiever te maken. ‘We doen dit niet omdat integraliteit zo’n mooie term is,’ zegt Anne-Marie Stellwag, strategisch adviseur inburgering bij Laborijn. ‘We doen dit omdat het voor de inburgeraar beter werkt.’

Laborijn voert voor de gemeenten Doetinchem en Aalten de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), de Participatiewet en de Wet inburgering 2021 uit. Door deze wetten en ondersteuningslijnen in samenhang te organiseren, ervaren inburgeraars meer rust, duidelijkheid en continuïteit. Eén integrale aanpak, met oog voor taal, participatie en werk, zorgt ervoor dat stappen logisch op elkaar aansluiten en professionals gezamenlijk werken aan duurzame ontwikkeling en meedoen in de samenleving. 

Eén aanspreekpunt in een complex traject

Integraal werken krijgt bij Laborijn een concrete invulling. Inburgeraars krijgen één vast contactpersoon: één regisseur die verantwoordelijk is voor zowel de Wet inburgering als voor begeleiding richting participatie en werk vanuit de Participatiewet. Achter die regisseur staat een vast, gebiedsgericht team van collega’s met verschillende expertises, zoals werkbemiddeling, training, inkomensondersteuning en – waar nodig – cultuurvertalers. Deze cultuurvertalers ondersteunen bij taal, cultuur en wederzijds begrip en zijn vanaf de start van het traject betrokken. De regisseur voert het gesprek met de inburgeraar en bewaakt de voortgang; afstemming met andere specialisten gebeurt binnen het team. Voor de inburgeraar blijft het overzichtelijk, voor professionals is snelle afstemming vanzelfsprekend.

‘De inburgeraar merkt vooral dat hij niet steeds opnieuw zijn verhaal hoeft te vertellen,’ zegt beleidsadviseur inburgering Ineke Jansen van de gemeente Doetinchem. ‘Er is één persoon die het hele traject overziet.’ Dat is geen detail. In veel gemeenten zijn inburgering, inkomen en re-integratie nog belegd bij verschillende afdelingen of zelfs organisaties. Voor inburgeraars betekent dat schakelen tussen contactpersonen – soms met tegenstrijdige signalen. Bij Laborijn is dat anders georganiseerd.

We hoeven niet eerst te denken: onder welke wet valt dit?

- Anne-Marie Stellwag, strategisch adviseur inburgering bij Laborijn

De inwoner centraal, niet de wet

Die manier van werken vraagt om een andere blik. Niet redeneren vanuit afzonderlijke wetten, maar vanuit de vraag: wat heeft deze inburgeraar nodig om stappen te zetten? ‘De wetten hebben zoveel samenhang dat het logisch is om ze bij dezelfde uitvoerder te beleggen,’ zegt Lea Hoopman, beleidsadviseur inburgering bij de gemeente Aalten. ‘Juist daardoor kun je ze elkaar laten versterken.’

In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en het plan van aanpak vanuit de Participatiewet geen losse documenten zijn, maar samen één verhaal vormen. Wat in het ene gesprek naar voren komt, wordt direct meegenomen in het andere. ‘Als tijdens een inburgeringsgesprek blijkt dat iemand talent heeft voor ondernemerschap, kunnen we daar meteen iets mee,’ vertelt Anne-Marie Stellwag (Laborijn). ‘Dan hoeven we niet eerst te denken: onder welke wet valt dit? We kijken gewoon wat helpt om iemand verder te brengen.’ Een ander praktisch voorbeeld volgt uit de uitvoering van een proef met kamergewijze verhuur voor statushouders in de gemeente Aalten. Aalten en Laborijn kozen ervoor om inburgeraars al direct te laten instromen in het participatieaanbod, nog vóór het volledige PIP was vastgesteld. Daardoor kwamen zij sneller met elkaar en met andere inwoners in contact. Beleidsadviseur Lea Hoopman van de gemeente Aalten noemt die aanpak ‘een gigantisch succes’ voor de betrokken inburgeraars.

Juist doordat professionals vanuit verschillende expertises samen optrekken, ontstaat ruimte om signalen vroeg te herkennen. Ook cultuurvertalers spelen daarin een rol, bijvoorbeeld door te helpen duiden wat er speelt achter taal- of gedragsvragen. Zo wordt voorkomen dat misverstanden onbedoeld leiden tot vertraging of verkeerde aannames.

Anne-Marie, Lea en Ineke kijken samen naar één tablet

Ineke Jansen (gemeente Doetinchem), Anne-Marie Stellwag (Laborijn) en Lea Hoopman (gemeente Aalten)

Schaal als kracht: efficiënt én persoonlijk

Laborijn voert de Wet inburgering uit voor meerdere gemeenten. Die schaalgrootte blijkt een belangrijke randvoorwaarde voor integraal werken. Door lumpsumfinanciering is er ruimte om te investeren in expertise, infrastructuur en een breed aanbod, zonder alles op individueel niveau te hoeven verantwoorden. ‘Doordat Laborijn voor meerdere gemeenten werkt, is er voldoende massa,’ zegt Ineke Jansen (Doetinchem). ‘Dat maakt het mogelijk om efficiënt te organiseren en toch maatwerk te leveren voor inburgeraars.’ Voor gemeenten betekent dit ook iets anders: sturen op hoofdlijnen in plaats van op details. Er is bestuurlijke en ambtelijke afstemming over doelen en resultaten, maar de uitvoering krijgt ruimte.

Modulair werken aan participatie

Een zichtbaar resultaat van die ruimte is het modulaire participatieaanbod dat Laborijn heeft ontwikkeld voor inburgeraars, onder andere binnen de Z-route. Het aanbod bestaat uit modules van elk circa 100 uur, samen goed voor het vereiste participatieprogramma van 800 uur. ‘We zijn ooit begonnen met de vraag: wat heeft iemand nodig om zelfredzaam te worden?’ vertelt Anne-Marie Stellwag (Laborijn). ‘Dat hebben we stap voor stap uitgebouwd tot zeven modules, elk met een eigen focus.’ Die modules draaien het hele jaar door en kunnen flexibel worden ingezet. Sommige inburgeraars hebben baat bij herhaling, anderen kunnen modules overslaan en sneller richting werk. De regisseur bepaalt samen met de inburgeraar wat passend is. ‘Dat modulaire karakter is cruciaal,’ zegt Lea Hoopman (Aalten). ‘Geen inburgeraar is hetzelfde. Juist dan wil je niet vastzitten aan één standaardtraject.’ Die flexibiliteit leidt ook tot concrete resultaten in de praktijk, met versnelling richting werk. Wanneer blijkt dat een inburgeraar al werkfit is of specifieke talenten heeft – bijvoorbeeld in de horeca of als zelfstandig ondernemer – kan direct worden aangesloten bij bestaande leerlijnen of instrumenten uit de Participatiewet. Zo hoeft niet eerst het hele traject te worden doorlopen en kan eerder worden bemiddeld richting werk.

Drie lessen uit de praktijk van Laborijn

Wat andere werkontwikkelbedrijven kunnen meenemen:

  1. Begin bij een breed beeld van de inburgeraar
    Integraal werken start met inzicht in alle levensgebieden van de inburgeraar. Door de regie bij één professional te leggen, ontstaat samenhang in ondersteuning en besluitvorming.
  2. Organiseer maatwerk structureel
    Door de inzet van modulair aanbod hoeft maatwerk geen uitzondering te zijn. Flexibele trajecten maken het mogelijk om in te spelen op verschillen tussen inburgeraars.
  3. Benut bestaande infrastructuur slim
    Door de infrastructuur van instrumenten, leerlijnen en expertise uit de Participatiewet ook voor inburgeraars in te zetten, ontstaat meer ruimte voor ontwikkeling dan binnen één wet mogelijk is.

Als gemeenten ons vertrouwen geven, kunnen wij de wetten gebruiken als hulpmiddel.

- Anne-Marie Stellwag, strategisch adviseur inburgering bij Laborijn

Niet meer sturen op detailniveau

Voor gemeenten zit de meerwaarde van deze manier van werken niet alleen in betere ondersteuning van inburgeraars, maar ook in rust en duidelijkheid in de uitvoering. ‘Het belangrijkste voor ons is dat we niet meer op detailniveau hoeven te sturen,’ zegt Ineke Jansen. ‘We maken afspraken over doelen en resultaten en laten de vertaling naar de praktijk bij Laborijn. Dat geeft ruimte én het werkt beter voor inburgeraars.’ 

Ook Lea Hoopman ziet die winst. ‘Doordat inburgering en participatie integraal zijn belegd, krijgen we sneller en duidelijker signalen. We zien meer samenhang en minder ruis. Dat maakt samenwerken eenvoudiger en effectiever.’ Vanuit Laborijn wordt de kern in één zin samengevat. ‘Voor ons gaat het erom dat we kunnen doen wat nodig is voor deze inburgeraar, precies op het moment dat het nodig is,’ zegt Anne-Marie Stellwag. ‘Als gemeenten ons daarin vertrouwen geven, kunnen wij de wetten gebruiken als hulpmiddel in plaats van als grens. Dáár zit voor mij de essentie van integraal werken.’

Heldere rollen en wederzijds vertrouwen

De ervaringen van gemeenten en Laborijn laten zien dat integraal werken pas echt tot zijn recht komt als rollen helder zijn en er wederzijds vertrouwen is. Gemeenten sturen op doelen en maatschappelijke effecten, de uitvoering krijgt de ruimte om professioneel te handelen vanuit de dagelijkse praktijk. Daardoor kunnen wetten hun functie vervullen zonder leidend te zijn in elk besluit. 

Zoals strategisch adviseur inburgering Anne-Marie Stellwag het samenvat: ‘Als je zo werkt, ben je op een gegeven moment niet meer bezig met wáár iets onder valt, maar met wat deze inburgeraar nodig heeft. En dat is precies de bedoeling.’ Wat overblijft, is een manier van werken waarin ondersteuning logisch en samenhangend is – en waarin integraal werken niet voelt als een systeemkeuze, maar als vanzelfsprekend handelen in het belang van de inburgeraar.

Toekomstbestendige inrichting werkontwikkelbedrijven

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 is er veel veranderd in de sociale infrastructuur. De toegang tot de Sociale Werkvoorziening (SW) is gesloten, en dat geldt ook grotendeels voor de Wajong, waardoor de samenstelling van de groep mensen in de bijstand sterk is veranderd. Dat vraagt een andere aanpak van gemeenten en van de SW-bedrijven die de slag naar werkontwikkelbedrijven nog moeten maken. 

Daarom heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vanaf 2025 extra middelen beschikbaar gesteld om deze transitie succesvol te laten verlopen. Ter ondersteuning daaraan heeft SZW ook een ondersteuningsprogramma opgezet in samenwerking met VNG, Cedris en Divosa. Op de Divosa projectpagina vind je meer  informatie over de toekomstbestendige inrichting van de werkontwikkelbedrijven.

Contactpersoon