Overslaan en naar de inhoud gaan

Zaanstad op zoek naar de juiste balans tussen handhaven en helpen: ‘De menselijke maat staat niet voor soft zijn’

Rick Gonggrijp en Aad Sweijen, gemeente Zaanstad

Méér aandacht voor mensen in de bijstand, betekent méér uitstroom. Daar is Aad Sweijen, hoofd Naleving bij de gemeente Zaanstad van overtuigd. Maar wie beter kijkt, ziet ook meer. ‘Uitkeringen zijn niet los te zien van de aanpak van ondermijning.’

Zaanstad heeft de samenwerking tussen afdelingen Werk en Inkomen en Naleving de afgelopen jaren ingericht. De kunst zit ‘m in de juiste balans tussen optreden en helpen, tussen handhaving en menselijke maat, zegt Rick Gonggrijp, coördinator van de taskforce met de veelzeggende naam Werken of Meedoen.

Wat zijn jullie anders gaan doen?

Sweijen: ‘We zijn een jaar of zeven, acht geleden echt anders gaan kijken. Toen constateerden we dat we sommige mensen in de bijstand al jaren niet hadden gesproken; soms al vijftien jaar niet. Dat kon zo niet langer. De gemeenteraad heeft toen unaniem besloten dat we iedereen in de bijstand minimaal één keer in de drie of vier jaar moeten spreken. Dat was het begin van een grote inhaalslag: er waren ongeveer 2.800 uitkeringen die we opnieuw gingen beoordelen op recht- en doelmatigheid. We wilden mensen in beeld krijgen, weer re-integreren. Dat zijn we gaan doen. En zo is de Taskforce Werken of Meedoen ontstaan.’

‘Die aandacht deed wonderen. Aandacht betekent per definitie méér uitstroom. Zeker als het om intensieve en persoonlijke aandacht gaat en we iemand ook echt blijven volgen. Dan ontstaat er een band. Ik heb het nu ook echt over de menselijke maat en over werken vanuit vertrouwen. Maar er zijn ook aardig wat burgers die niet te vertrouwen zijn. Daar moeten we niet naïef over zijn. Uitkeringen zijn niet los te zien van ondermijning. Wanneer een bijstandsconsulent nu het gevoel heeft dat er iets niet helemaal klopt, dan schakelt hij of zij Naleving in. Dan nemen wij het over.’

Het betekent niet dat we staan te dansen op het bureau wanneer we een uitkering beëindigen

- Aad Sweijen

Gonggrijp: ‘Dat is belangrijk, want die drempel om een onderzoek te doen naar onrechtmatige uitkeringen is echt een specialisme. Wij zijn daar volledig in geschoold. In gespreksvoering, in waarnemen, in volgen, in juridisch rapporteren. Hoe moet je iemand volgen? Welke vragen moet je wel of niet stellen? Hoe ga je om met agressie? Hoe maak je een tactisch plan?  Alle mensen die bij ons werken hebben een handhavingsachtergrond.’

Sweijen: ‘Dit betekent niet dat we staan te dansen op het bureau wanneer we een uitkering beëindigen. We beëindigen pas als we daarover hebben nagedacht. Dat is de menselijke maat. Het is logisch nadenken: wat is het gevolg van je besluit? Help je iemand echt verder of maak je het probleem alleen maar groter?’

Gonggrijp: ‘Wat je vaak ziet bij andere gemeenten is dat bijstandsconsulenten twee rollen hebben: én helpen én controleren. Dan ben je van allebei een beetje en dat werkt niet.’

Aad Sweijen, gemeente Zaanstad

Aad Sweijen

Hoe ziet de praktijk in Zaanstad er nu uit?

Sweijen: ‘De bijstandsconsulenten zetten de bijstandsaanvragen waar iets vreemds mee is, door naar naleving en daarvan leidt 62 procent tot een afwijzing, intrekking of buiten behandeling. Mensen van ons team maken ook onderdeel uit van het interventieteam bij Het Pact in Zaandam-Oost, wat specifiek ook op de aanpak van ondermijning is gericht. Zij kennen de wijk echt door en door. Wanneer er een vreemde auto ergens staat, valt hen dat op.’

Gonggrijp: ‘Vanuit de nalevingskant zien we vooral kleine criminelen, veel drugsdealertjes. Zij willen allemaal een uitkering en een adres. Dan heb je voor de Nederlandse overheid inkomsten en word je met rust gelaten. Dat is wat er bij andere gemeenten vaak gebeurt. Een cliënt komt niet opdagen of wordt agressief, en dan denkt een consulent: laat maar zitten. Dan heb je het ultieme: iemand zit in de uitkering, is misschien crimineel actief en wordt met rust gelaten. Zo gaat dat hier niet. Wanneer een consulent op bankafschriften bijvoorbeeld veel tikkies van tien euro voorbij ziet komen, dan gaat er een belletje rinkelen en komt dat dossier bij ons terecht. Wij duiken erin en laten niet meer los.

Wanneer we veel tikkies van tien euro voorbij zien komen, dan gaat er een belletje rinkelen

- Rick Gonggrijp

We zien ook veel mensen die hier een briefadres hebben, maar ergens anders wonen. Zij hebben helemaal geen zin om op gesprek te komen, ze willen met rust worden gelaten. Dus ze gaan de boel frustreren: komen niet opdagen, hebben een grote mond. Maar dat werkt bij ons niet. We gaan aan die boom rammelen, we leggen een korting op. Soms zijn dat soort acties nodig om te laten zien dat we het menen.

Dit alles kost tijd. Wanneer iemand niet op komt dagen of zich ziek meldt bij een nieuw re-integratietraject, dan gaan we wel even thuis langs. Deze intensieve aanpak vraagt heel veel tijd.

We hebben nu met de raad afgesproken dat we 800 dossiers per jaar kunnen oppakken. Daarvoor zijn we uitgebreid met 10,6 fte. We zitten nu op 36 mensen bij naleving. Dit zijn aantallen waar collega’s in andere gemeenten vaak jaloers op zijn. Maar dit stelt ons in staat om op deze manier te werken.’

Rick Gonggrijp, gemeente Zaanstad

Rick Gonggrijp

Wat levert dit allemaal op?

‘Toen we hiermee begonnen ging de helft van de uitkeringen naar Zaandam-Oost en dat is sinds vorig jaar niet meer het geval. Dat is niet alleen zo met de uitkeringen. We zien heel veel lijnen afbuigen. Al die maatregelen en alle samenwerkingen in Oost hebben dus effect. Instanties merken het ook, schuldhulpverlening neemt af. Er wordt ontzettend veel geld gestoken in scholen, in extra uren voor kansarme kinderen. Ik denk dat we echt bezig zijn met een kanteling, en daarom houden we ook zo vast aan deze aanpak.’

De aanpak van Zaanstad oogst niet alleen maar lof, in de media verschenen eerder verhalen over de ‘schaduwzijde van de keiharde aanpak van Zaanstad tegen ondermijning en hoe de gemeente ingrijpt in het privélevens van mensen.’  De jacht op ‘verdachte inwoners’ zou uit de hand lopen?

Sweijen: ‘We liggen onder een vergrootglas, dus we moeten altijd alert en scherp zijn op wat we doen. Dat het klopt en juridisch houdbaar is. We beginnen altijd met een aanleiding. Als die aanleiding er is, dan gaan we zorgvuldig te werk.’

Gonggrijp: ‘Wij hebben altijd te maken met regels: wanneer mogen we een onderzoek doen, wat is proportioneel. Maar een crimineel heeft maar één doel en dat is doorgaan met zijn activiteiten, geld verdienen. Die zal alles uit de kast trekken om dat te blijven doen. Kijk, dit is echt ingewikkelde materie, dat weet onze burgemeester ook. Gelukkig staat hij helemaal achter deze aanpak en die back-up is zo belangrijk. Het is toch een moeras waarin we roeren.’