Overslaan en naar de inhoud gaan

Het centimeterwerk van het Nypelsplantsoen: ‘We ondermijnen de voedingsbodem voor ondermijnende praktijken’

Graffiti met de tekst: Nieuwegein hield op bij het Nypels

Vier flats met in totaal 360 huishoudens. Het Nypelsplantsoen. Een naam die in Nieuwegein van alles oproept. Achter de voordeuren stapelen problemen zich op, buiten worden jongeren geronseld. Sinds 2017 werkt de gemeente Nieuwegein met de integrale ‘Aanpak Nypels’, waarin zorg en veiligheid samen optrekken. Niet vanuit projecten of beleid, maar vanuit de praktijk: achter de voordeur, op de galerij en in de straat. 

Niet alle bewoners zitten op deze ‘nieuwsgierige’ ambtenaren te wachten; die kregen te maken met intimidatie en bedreigingen. Toch geloven Nynke Joustra (projectleider Openbare Orde en Veiligheid), Jeroen Alberts (senior medewerker buurtaanpak Zorg en Veiligheid) en Joey van Meurs (beleidsmedewerker OOV) in deze aanpak. ‘Er zijn hier ook veel bewoners met talenten die willen bijdragen aan de wijk, maar soms niet weten hoe.’

Blik eens terug naar 2017. Wat troffen jullie aan?

Joustra: ‘Vier flats, 360 huishoudens, 90 per flatblok, 45 per portiek. Op dat moment was dit gebied eigenlijk in de greep van een behoorlijk criminele jeugdgroep. Ik heb het niet over wat hangjongeren, maar echt jongens die in de high impact crimes zaten, en deels ook in de drugshandel en alles wat daarbij komt kijken. Ze waren ook niet vies van intimidatie.

Het Nypels was al een aandachtsgebied. Er ging al best veel geld en menskracht naartoe, maar dat waren veelal incidentele middelen. De projectencarrousel draaide hier goed, maar onder de streep bleef het resultaat uit.

We hebben toen een globale analyse gemaakt van de flats. Heel basaal. Waar zitten de politiecontacten, de huurachterstanden, de leerplichtzaken of financiële problemen. Toen bleek dat gemiddeld 35 procent van de huishoudens bekend was bij één of meerdere basispartners vanwege problematiek. Dat trekt wel recht met de andere 65 procent van de bewoners, maar dat bleek in de praktijk dus niet zo te werken.’

Wij zijn eigenlijk een vertaalbureau tussen de leefwereld en de systeemwereld

- Joey van Meurs
Wat zijn jullie met die kennis gaan doen?

Joustra: ‘We weten eigenlijk onvoldoende, was onze conclusie. En als je onvoldoende weet, weet je ook niet of je het juiste doet. De enige manier om meer te weten te komen, is door echt bij mensen op de bank te gaan zitten en te gaan luisteren. Wij noemen dat leefbaarheidsgesprekken. Met als doel: we willen eigenlijk bij al die 360 huishoudens achter de voordeur komen, horen hoe mensen wonen, leven, werken, waar ze tegenaan lopen, wat goed gaat, waar talenten zitten. Toen we begonnen, dachten we: dat doen we wel even in een jaar, anderhalf jaar. Nou, vergeet het maar. Acht jaar verder zitten we op zo’n 85 tot 90 procent.’

Van Meurs: ‘Dat dit zoveel tijd kost, zit ook in ons uitgangspunt: wij zijn van alles. Dus als we bij iemand op de bank zitten en ze vertellen over een probleem of dat nu over het afval, verlichting of iets anders gaat dan moeten we daar ook iets mee. Je kan niet zeggen: bedankt voor uw verhaal. Wij zijn eigenlijk een vertaalbureau tussen de leefwereld en de systeemwereld: we halen signalen op en proberen die te vertalen naar wat er nodig is. En andersom leggen we uit hoe het systeem werkt.’

Troosteloos speelpleintje
Wat komen jullie tegen?

Joustra: ‘Van alles. Armoede, psychiatrie, uitbuiting. Maar we voeren ook gesprekken met ouders die het lastig vinden om hun kinderen op te voeden in deze omgeving. We zijn ergens binnen geweest waar iemand in zijn woning moest koken voor een restaurant. Overal stonden horecakoelkasten, aan elkaar geplakt met duct tape. Of neem die oudere dame, die zal ik ook nooit meer vergeten. Haar huis stond vol met knuffelbeertjes. Terwijl wij daar zaten, kwam er een jonge gast aan de deur die zei: “Ik wil nu jouw auto lenen.” Hij schrok zich een hoedje toen hij ons zag zitten. Toen we later doorvroegen, bleek dit veel vaker te gebeuren. Ze betaalde ook boetes voor hem.’

Van Meurs: ‘Je loopt naar buiten en je hebt meteen tien dingen waarvan je denkt: hier moeten we iets mee. We laten ook altijd weten wat we precies doen of gedaan hebben. Dan kom je bij de volgende woning en begint het weer opnieuw. We laten ook in de openbare ruimte zien wat we doen. Bewoners zien dat we tassen met lege flessen buiten zetten voor een vereenzaamde mevrouw. Of dat we in een vervuilde woning helpen opruimen. En dan gaan mensen je anders benaderen.  We zijn niet meer ‘het systeem’.’

Je moet willen zien wat er speelt, want veel mensen willen het niet zien

- Jeroen Alberts

Joustra: ‘We zijn op huisnummerniveau bezig, maar we kijken ondertussen ook naar de grote lijnen die hierachter zitten. Dat maakt onderdeel uit van de methodiek die we inmiddels ontwikkeld hebben. We lopen vaak tegen het systeem aan; wie gaat hier nu over?

Afval kwam bijvoorbeeld in elk gesprek wel terug. Het was ook een grote bende, veel grofvuil op straat. Spullen werden soms vanaf de bovenste verdieping naar beneden gegooid. We hebben een keer een grote opruimactie gedaan; wat we toen allemaal niet tegenkwamen…

Maar we wilden dit dus structureel aanpakken. Een groot probleem bleken die afgesloten ondergrondse containers, die met een paslezer opengingen. Er werd zoveel afval naast die containers gezet. Bewoners wilden die wel weggooien, maar ze waren bang dat ze dan meer afvalheffing moesten betalen. Dat bleek niet zo te zijn. Onze oplossing: laten we die containers openzetten. Ha, dat bleek zo eenvoudig niet. We zijn daar een half jaar mee bezig geweest.’

Vuilnis op straat
Met wie werken jullie samen?

Van Meurs: ‘De aanpak Nypels is eigenlijk één grote samenwerking, met bestaande partners die al betrokken zijn, dus dat is de woningcorporatie, de politie, het brede welzijnswerk. Maar ook zorgpartijen en schuldhulpverlening. Eigenlijk iedereen die achter de voordeur komt. Je hebt elkaar nodig, want niemand ziet het hele plaatje. Juist door samen te werken en signalen te delen, krijg je beter zicht op wat er speelt en kun je ook eerder iets doen.’

Alberts: ‘Wat je nu vaak ziet, is dat er heel veel hulpverleners betrokken zijn bij één gezin. En die weten het soms niet eens van elkaar. Iedereen doet z’n eigen stukje, maar niemand heeft het totaaloverzicht. Dan gebeurt er dus eigenlijk van alles, maar verandert er weinig.’

Niet iedereen is blij met de aanpak rond de Nypelsplantsoen. Jullie kregen ook te maken met intimidatie en bedreigingen. Wat kwamen jullie tegen?

Joustra: ‘We hebben een bewoner gehad die juist iets wilde veranderen in de wijk. Hij zag elke avond vanaf z’n balkon jongens plastic tasjes in de bosjes verstoppen en die beste meneer begon filmpjes te maken. Maar het Nypels is het Nypels, dat wordt gezien. En daarop werd gereageerd. Zijn vrouw werd bedreigd, zijn zoontje werd onderweg naar het winkelcentrum lastiggevallen en zijn centjes werden afgepakt. Dit alles heeft enorme impact op het gezin gehad en zij zijn uiteindelijk verhuisd.’

Alberts: ‘Op het moment dat jij daar als overheid op gaat zitten en zegt: we gaan hier iets aan doen, dan raak je belangen. En dan komt er weerstand.’

Wat is het resultaat van deze aanpak?

Joustra: ‘Wat het ons vooral heeft gebracht, is dat we veel beter weten wat er echt speelt achter de voordeur. Op papier lijkt het vaak overzichtelijk, maar als je daar binnenkomt, zie je pas hoe complex levens zijn. Tegelijkertijd zie je ook hoeveel veerkracht en talent er zit. Dat vond ik misschien nog wel het meest opvallend: we kijken vaak naar problemen, maar er is ook zóveel potentieel dat onbenut blijft. Juist doordat we daar dichter op zitten, kunnen we daar ook iets mee doen.’

Dit is geen aanpak waarbij je snel resultaat ziet. Het is echt centimeterwerk.

- Nynke Joustra

Alberts: ‘We ondermijnen de voedingsbodem voor ondermijning. Ondermijning zit niet alleen in criminaliteit, maar juist in de omstandigheden daaromheen: armoede, schulden, wantrouwen, mensen die zich niet gezien voelen. Want zo gaat dat in de praktijk: een buurman zegt tegen z’n buurvrouw die het moeilijk heeft: ga vooral niet naar de gemeente, want dan halen ze je kinderen uit huis. Kom maar bij mij. Ik help je wel. Dan doe jij een keer een klusje voor mij. Of je zoon? Als je daar niets aan doet, blijft het bestaan. Door aanwezig te zijn, relaties op te bouwen en eerder te signaleren wat er speelt, proberen we dat stap voor stap kleiner te maken.’

Joustra: ‘Dit is geen aanpak waarbij je snel resultaat ziet, het is echt centimeterwerk. Je bouwt relaties op, je blijft terugkomen, je laat zien dat je betrouwbaar bent. Ondertussen leer je ook heel veel over je eigen systeem: waar het vastloopt, waar regels in de weg zitten, waar mensen tussen wal en schip vallen. We zijn daar beter in geworden. Uiteindelijk maakt dát dat je eerder kunt handelen en beter kunt aansluiten bij wat er nodig is.’

Alberts: ‘Een belangrijke tip: je moet willen zien wat er speelt. Want veel mensen willen het niet zien. Zolang het hen niet raakt, kijken ze weg.’

Tips uit Nieuwegein: wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?

  • Ga achter de voordeur: de werkelijkheid zit niet in systemen, maar in het dagelijks leven van bewoners.
  • Werk vanuit vertrouwen én grenzen: wees nabij, maar wees ook duidelijk over wat wel en niet kan.
  • Stop met de projectencarrousel: investeer in continuïteit en langdurige aanwezigheid.
  • Organiseer je rondom de leefwereld: niet vanuit regels, maar vanuit wat mensen nodig hebben.
  • Geef frontlijnprofessionals ruimte en rugdekking: zodat zij kunnen handelen op wat ze zien en ervaren.