Overslaan en naar de inhoud gaan

4. Moreel gespreksleiderschap: aandachtspunten

4.3 Logische onderbouwing

Let op een logische onderbouwing van argumenten. Een argument is een stelling (een conclusie) die ondersteund wordt door andere stellingen (premissen of redenen).

Premissen en redenen zijn vaak tussenconclusies, die zelf ook weer ondersteund worden door premissen. We noemen dat een onderschikkende argumentatie. Maar sommige premissen kunnen ook weer afzonderlijk een conclusie ondersteunen, los van een andere premisse. We noemen dat een nevenschikkende argumentatie.

Stel je voor dat jij en je collega’s een moreel beraad houden over een inwoner met problematische schulden. Op een zeker moment gaat jullie beraad over de ongezonde leefstijl van de inwoner, omdat deze volgens jullie bijdraagt aan de schuldenproblematiek. Een collega stelt dat de inwoner (onder andere) moet stoppen met roken, omdat schuldhulpverlening anders symptoombestrijding blijft. 

Schematisch kan je dit als volgt weergeven: 

Conclusie: Deze inwoner met problematische schulden moet stoppen met roken
Premisse 1:

Roken is duur (nevenschikkend)

Premisse P12: De uitgaven aan die pakjes sigaretten dragen bij aan de oplopende schulden (onderschikkend)

Premisse 2: Roken is slecht voor de gezondheid (nevenschikkend)
Premisse P2:  Roken veroorzaakt hartziekten (onderschikkend)
Premisse PP2:  De medische zorg tegen hartklachten maakt dat de inwoner ieder jaar sowieso het volle eigen risico moet betalen, dat vervolgens weer optelt bij de problematische schulden (dubbel-onderschikkend)

Tijdens een moreel beraad heb je (meestal) niet de tijd om de argumentatie zo schematisch te ontleden, en dat is ook niet nodig. Wel kun je de kwaliteit van de argumentatie versterken door je af te vragen: volgt deze stelling wel uit de redenen/premissen die zijn gegeven? Is hier sprake van een nieuw (nevenschikkend) argument, of wordt een argument verder uitgediept (onderschikkend)?