Overslaan en naar de inhoud gaan

Cohortrapportage 2014 Benchmark Statushouders & Inburgering

Laatste update: 24 augustus 2026

3. Werk

Arbeidsparticipatie stabiliseert

De overstap van het cohort 2014 naar de Nederlandse arbeidsmarkt laat over de jaren heen een duidelijke stijging zien, die inmiddels lijkt te stagneren. Waar eind 2018 nog 35,3% van de statushouders een baan had gevonden, steeg dit percentage in de jaren daarna gestaag door.

Eind 2022 werd met 42,0% de piek in de arbeidsparticipatie bereikt. Sinds die tijd is de groei gestopt en is het aandeel werkenden eind 2024 met 41,7% nagenoeg stabiel gebleven. Dit betekent dat na tien jaar in Nederland iets meer dan twee op de vijf statushouders uit dit cohort actief is op de arbeidsmarkt.

Percentage werkende statushouders

Hoewel het aantal werkende statushouders na 2022 stabiliseert, stagneert hun ontwikkeling op de arbeidsmarkt niet. Dit komt duidelijk naar voren in de CBS Cohortstudie Asiel en Integratie, die de ontwikkeling van specifiek cohort 2014 goed in kaart brengt. Uit deze cijfers blijkt dat statushouders uit dit cohort na verloop van tijd steeds vaker in grotere banen gaan werken: twaalf maanden na het verkrijgen van de vergunning werkte nog maar 9% van de werkenden in voltijd, maar na 90 maanden (7,5 jaar) was dit aandeel gestegen naar 47%. Vanaf dat moment stabiliseert dit cijfer zich rond de 45%.

Hoewel we de exacte deeltijd- en voltijdpercentages binnen de Divosa Benchmark niet specifiek voor cohort 2014 kunnen isoleren, ligt het in de lijn der verwachting dat deze positieve trend ook voor hen geldt. Kijken we naar de gehele populatie statushouders onder de Wi2013 binnen de benchmark, dan zien we namelijk een vergelijkbaar, krachtig beeld van groeiende baanomvang: waar men vaak begint in kleine deeltijdbanen of als oproepkracht, werkt eind 2024 een ruime meerderheid van de totale doelgroep werkende statushouders (59% in 2024) in een substantiële baan van 0,8 fte of meer.