Overslaan en naar de inhoud gaan

Cohortrapportage 2014 Benchmark Statushouders & Inburgering

Laatste update: 24 augustus 2026

1. Inburgering

Percentage genaturaliseerde statushouders blijft toenemen

Na een succesvolle inburgering en een minimaal (achtereenvolgens) verblijf van 5 jaar in Nederland met een geldige verblijfsvergunning, kunnen statushouders een aanvraag voor naturalisatie bij hun gemeente doen. Na 10 jaar in Nederland was eind 2024 94,6% van de statushouders uit cohort 2014 genaturaliseerd. Voor meer dan de helft van deze groep vond de naturalisatie in 2020 plaats.

Omdat deze statushouders in de loop van het kalenderjaar 2014 hun verblijfsvergunning ontvingen, bereikten zij exact 5 jaar later − in de loop van 2019 − de wettelijk vereiste grens van minimaal 5 jaar onafgebroken en legaal verblijf in Nederland. Vanaf dat moment mochten zij de officiële aanvraag indienen bij hun gemeente. Omdat een naturalisatieprocedure bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de uiteindelijke uitnodiging voor de gemeentelijke naturalisatieceremonie gemiddeld enkele maanden tot een jaar in beslag neemt, leidde de aanvraaggolf van 2019 tot een massale doorstroom in 2020.

Het percentage genaturaliseerde statushouders bleef ook in de jaren daarna gestaag stijgen. Deze latere instroom betreft met name de inburgeraars die door medische redenen, analfabetisme of de complexe trajecten rondom aantoonbaar geleverde inspanningen, meer tijd nodig hadden om hun inburgeringsdiploma te behalen. Pas nadat zij deze hobbels hadden genomen, konden ook zij hun naturalisatietraject succesvol afronden.

Percentage en aantal geneutraliseede statushouders

Het laatste onderdeel van het naturalisatieproces is het fysiek bijwonen van de naturalisatieceremonie. Pas na deze ceremonie en het afleggen van de ‘verklaring van verbondenheid' is de naturalisatie officieel. Echter, het grootste deel van de statushouders uit cohort 2014 naturaliseerde in 2020. Gezien de lockdowns en anderhalvemetermaatregelen die in een groot deel van 2020 van kracht waren, besloot het ministerie samen met de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) om gemeenten tijdelijk toestemming te geven om de ceremonie schriftelijk af te handelen. Statushouders mochten de verklaring thuis ondertekenen en per post retourneren, waarna het Koninklijk Besluit aangetekend werd opgestuurd.