Overslaan en naar de inhoud gaan

Cohortrapportage 2014 Benchmark Statushouders & Inburgering

Laatste update: 24 augustus 2026

2. Onderwijs

Jongere statushouders studeren fors minder na tien jaar

Wanneer we specifiek inzoomen op de jongere doelgroep (18 tot 33 jaar), is de afname in onderwijsdeelname nog groter. Eind 2018 volgde bijna een kwart van deze jongeren (23,2%) nog een studie. Dit percentage is de afgelopen jaren scherp gedaald: eind 2022 studeerde nog 15,3% van de jongeren, en eind 2024 is dit percentage nog 6,3%.

Net als voor de totale groep is dit een logisch gevolg van de tijd. De relatief kleine groep die na tien jaar nog binnen deze leeftijdscategorie valt, is inmiddels 28 tot 33 jaar oud en heeft de reguliere studiefase veelal afgerond.

Aantal en percentage onderwijs gevolgd (18-33 jaar)

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat de stap naar regulier onderwijs voor veel jonge statushouders uit de periode rond 2014 erg groot was. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelt dat veel statushouders graag een ambachtelijk beroep wilden uitoefenen, maar er in Nederland achter kwamen dat hiervoor vaak een mbo-diploma vereist is. Het traject naar zo'n diploma bleek door strenge formele opleidings- en taaleisen vaak lang en te hoog gegrepen.

Daarnaast constateerde de Algemene Rekenkamer destijds een grote bureaucratische en psychologische drempel voor jongeren die aan een mbo-opleiding wilden beginnen. Hoewel de Wi2013 wel voorzag in een automatische verlenging van de inburgeringstermijn voor wie een Nederlandstalige opleiding (mbo niveau 2 of hoger) volgde, was deze regeling aan strikte voorwaarden verbonden. De uiteindelijke vrijstelling was immers gekoppeld aan het daadwerkelijk behalen van het diploma. Bij vroegtijdige uitval of het volgen van een Engelstalige studie gold deze regeling niet, waardoor studenten alsnog het risico liepen op boetes en het onmiddellijk moeten terugbetalen van hun DUO-lening.

De angst voor deze financiële risico's en de complexiteit van de regelgeving verklaren deels waarom een groot deel van de jongeren uiteindelijk het onderwijs vroegtijdig heeft verlaten om direct te gaan werken.