Overslaan en naar de inhoud gaan

Cohortrapportage 2014 Benchmark Statushouders & Inburgering

Laatste update: 24 augustus 2026

Inleiding

De cijfers in deze cohortrapportage van de Divosa Benchmark Statushouders & Inburgering geven een beeld van de inburgering, onderwijsdeelname, arbeidsmarktpositie en bijstandsafhankelijkheid van statushouders. 

Aan de benchmark nemen 194 gemeenten deel. De cijfers zijn echter gebaseerd op de data van 342 gemeenten, omdat we de data benaderen op het niveau van arbeidsmarktregio’s. In deze publicatie presenteren we cijfers tot en met eind 2024 en focussen we alleen op de groep statushouders.

Wet inburgering 2013

In deze rapportage maken we gebruik van data over (ex-)statushouders die inburgeringsplichtig zijn geworden in het kalenderjaar 2014 onder de Wet inburgering 2013 (Wi2013). Een aanzienlijk deel van deze groep heeft hun asielverzoek al vóór 2014 ingediend of ontving vóór 2014 een verblijfsvergunning, maar is pas in 2014 in een Nederlandse gemeente komen wonen na het ontvangen van een vergunning.

We presenteren de cijfers over de ontwikkeling van de groep statushouders op landelijk niveau. Onder de definitie ‘Statushouders Wi2013’ vallen alle personen die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), inclusief nareizigers en gezinsherenigers. De samenstelling van deze groep verandert door de jaren heen, omdat er statushouders uit Nederland vertrekken.

IJkpunt

Het cohort van 2014 is eind 2024 exact tien jaar in Nederland, wat een uitstekend ijkpunt is om de balans op te maken. We kijken hoe het nu met deze groep gaat en waar zij in het eerste decennium in Nederland mee te maken heeft gekregen op het gebied van werk, onderwijs en uitkeringen.

Vanaf nu herhalen we deze methodiek elk jaar voor het cohort dat op dat moment de grens van tien jaar aanwezigheid bereikt. Na het publiceren van deze rapportage wordt het cohort als aparte, zelfstandig in te ziene groep uit de benchmark gehaald. De gegevens gaan echter niet verloren: ze blijven op overkoepelend groepsniveau bewaard in het systeem, maar het cohort kan vanaf dat moment niet meer afzonderlijk worden geanalyseerd.