Overslaan en naar de inhoud gaan

Informeel contact: fundament onder inburgering

Laatste update: 28 mei 2026

4. Buddy to Buddy: van één ontmoeting naar een eigen netwerk

Drie maanden woont Ehab in zijn nieuwe huis in Amersfoort als hij zich iets realiseert: mensen leren kennen gaat hier niet vanzelf. ‘Ik woonde in Nederland en ik groette mijn buren’, zegt hij, ‘maar ik kende geen Nederlander.’ Hij meldt zich aan bij Buddy to Buddy. Kort daarna schuift hij aan bij een matchingsdiner en ontmoet hij zijn buddy Julia. ‘Dat was de eerste keer dat iemand echt vroeg: hoe gaat het met je?’

Ehab en Julia spreken af. Eerst voorzichtig, daarna vanzelfsprekender. Ze wandelen, drinken koffie, praten. Eén keer per week, soms vaker. Die afspraken geven houvast. ‘Je kijkt ernaar uit’, zegt Ehab. ‘Het geeft energie.’ Langzaam verandert er iets. Hij spreekt makkelijker mensen aan, stuurt berichten, legt zelf contact. Na een paar maanden viert hij zijn verjaardag. Niet meer alleen, maar met een groep van bijna veertig mensen om zich heen. ‘Ik was niet meer alleen’, zegt hij. Via zijn buddy vindt hij ook weer aansluiting bij zijn vak. Hij loopt stage in de architectuur en vindt daarna werk. Maar wat hem het meest bijblijft, is iets anders. ‘Je krijgt niet alleen een buddy’, zegt hij. ‘Je krijgt een netwerk.’
 

Willemijn en Ehab

Willemijn en Ehab van Buddy to Buddy. Foto door Lize Kraan

Hoe het werkt

Achter die ogenschijnlijk eenvoudige ontmoetingen zit een doordachte aanpak. Iedere deelnemer start met een intakegesprek. Daarin wordt niet alleen gekeken naar praktische zaken, maar vooral naar interesses, verwachtingen en motivatie. Op basis daarvan maken coördinatoren een match tussen een nieuwkomer en een inwoner. Die eerste ontmoeting vindt plaats tijdens een matchingsdiner. In een informele setting maken alle deelnemers kennis met elkaar. Pas daarna worden de definitieve koppels gevormd. 

Vanaf dat moment trekken buddy’s vier maanden met elkaar op. Ze spreken gemiddeld één keer per week af en bepalen zelf wat ze doen: wandelen, koken, sporten of gewoon praten. Die ruimte is bewust. ‘Het moet geen vrijwilligerswerk worden’, zegt oprichter en directeur Willemijn Voorham. ‘Het gaat erom dat mensen elkaar echt leren kennen.’ Tegelijk is het traject niet vrijblijvend. Gedurende de vier maanden organiseert Buddy to Buddy groepsactiviteiten en ‘buddytalks’, waarin deelnemers ervaringen delen en vragen bespreken. Coördinatoren blijven betrokken en begeleiden waar nodig. Die combinatie van vrijheid en structuur blijkt cruciaal. ‘Je hebt tijd nodig om verschillen te overbruggen’, zegt Willemijn. ‘Maar ook kaders, zodat mensen het volhouden.’ Ehab herkent dat. ‘Je weet waar je instapt’, zegt hij. ‘Dat helpt.’

Dit verandert pas als mensen elkaar leren kennen.

- Willemijn Voorham, oprichter en directeur Buddy to Buddy

Een eenvoudig idee

Het idee achter Buddy to Buddy ontstaat in 2015 in Zutphen. Willemijn ontmoet een vrouw die al jaren in Nederland woont, maar nog nooit bij iemand thuis is geweest. ‘Dat raakte me’, zegt ze. Niet lang daarna volgt een debat over de komst van een azc. Het gesprek verhardt. Het gaat over aantallen en zorgen, minder over mensen. ‘Ik dacht: dit verandert pas als mensen elkaar leren kennen.’ Ze zet een eenvoudig idee neer: koppel inwoners en nieuwkomers één-op-één, op basis van gelijkwaardigheid. Geen hulpverlening, maar contact. Binnen korte tijd meldden honderden inwoners zich aan.

Lokaal én landelijk

Wat begint in Zutphen groeit uit tot een landelijke organisatie. Inmiddels zijn er meer dan 17.000 buddy’s actief in tientallen gemeenten. De organisatie werkt volgens een social franchise-model. Dat betekent dat er een landelijke aanpak is, maar dat de uitvoering lokaal gebeurt. Elke stad of gemeente heeft een eigen team van coördinatoren en vrijwilligers. Zij kennen de lokale situatie, werken samen met partners en zorgen voor de uitvoering van het programma. Tegelijk bewaakt de landelijke organisatie de methodiek, ondersteunt nieuwe locaties en zorgt voor kennisdeling. ‘Het moet lokaal gedragen zijn’, zegt Willemijn. ‘Maar je wilt ook kwaliteit en continuïteit.’ Juist die combinatie maakt dat het concept werkt in uiteenlopende gemeenten – van grote steden tot kleinere plaatsen.

Je ziet mensen veranderen, ze worden opener, krijgen meer vertrouwen

- Ehab, coördinator bij Buddy to Buddy

Wat het oplevert

De impact is zichtbaar. Ongeveer 70 procent van de deelnemers houdt na afloop contact met zijn of haar buddy. Daarnaast groeit het netwerk van nieuwkomers. Tijdens het traject leren zij gemiddeld zes nieuwe mensen kennen, naast hun buddy. Het gaat dus niet alleen om één relatie, maar om toegang tot een bredere gemeenschap.

Voor Ehab blijft het niet bij één traject. Wat begint met een ontmoeting, verandert zijn richting. Hij werkt als architect, maar merkt hoe groot de impact van het buddycontact is – voor hemzelf en voor anderen. ‘Het verandert echt iets in je leven’, zegt hij. Hij neemt een besluit dat niet vanzelfsprekend is. Hij stopt met zijn werk als architect en gaat aan de slag bij Buddy to Buddy. Eerst als vrijwilliger, later als coördinator in Nijkerk en Utrecht. ‘Ik wilde iets doen wat echt verschil maakt.’ In die rol ziet hij dagelijks wat contact kan betekenen. Nieuwe koppels die elkaar ontmoeten. De spanning van het begin, en daarna de ontspanning. ‘Je ziet mensen veranderen’, zegt hij. ‘Ze worden opener, krijgen meer vertrouwen.’
 

Buddy to buddy in beeld

Matchingdiner

Foto’s door Buddy to Buddy

Buddy to Buddy
Buddy to Buddy

Wat vraagt dit van gemeenten?

  • Geef ruimte, maar voorkom overregulering
    Initiatieven als Buddy to Buddy werken juist omdat het contact informeel en gelijkwaardig is. Te veel regels, verantwoordingsdruk of verplichte formats kunnen dat ondermijnen. Ondersteun, maar laat de uitvoering bij de organisatie.
  • Investeer niet alleen in pilots, maar ook in continuïteit
    Het opbouwen van vertrouwen en netwerken kost tijd. Tijdelijke subsidies of projectfinanciering zorgen voor onderbreking, terwijl juist langdurige inzet nodig is om impact te maken.  
  • Versterk wat er al is en verbind met het sociaal domein
    Lokale initiatieven hebben vaak al bereik en vertrouwen. Door hen actief te betrekken en te verbinden met formele partijen (zoals welzijn, onderwijs en werk), ontstaat een sterkere keten zonder dat het informele karakter verloren gaat.

Foto door Lize Kraan