Overslaan en naar de inhoud gaan

Benchmark Statushouders & Inburgering • Jaarrapportage gezinsmigranten en overige migranten 2024

Laatste update: 19 maart 2026

2. Werk

Arbeidsparticipatie vrouwelijke gezinsmigranten blijft achter

Hoewel het aandeel werkende gezinsmigranten en overige migranten die vallen onder de Wi2021 blijft stijgen, is er nog een duidelijk verschil in de arbeidsparticipatie tussen mannen (61,0%) en vrouwen (44,8%).

Werkende gezins- en overige migranten (Wi2021)

Hoewel de arbeidsparticipatie van gezinsmigranten stijgt, blijft het aandeel werkende vrouwen achter bij dat van mannen. De oorzaken hiervoor verschillen wezenlijk van die bij andere groepen migranten, zoals statushouders.

Voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor een gezinsmigrant moet de partner in Nederland (de referent) over voldoende en duurzaam inkomen beschikken. Hierdoor is er bij binnenkomst vaak al een stabiele financiële basis in het huishouden, waardoor de directe economische noodzaak voor de gezinsmigrant om (fulltime) te werken anders kan worden gewogen dan bij groepen die instromen in de bijstand. Slechts een zeer klein deel van deze groep (ongeveer 5%) doet een beroep op een bijstandsuitkering.

Hoewel de cijfers specifiek betrekking hebben op gezins- en overige migranten, vertoont het patroon – waarbij mannen vaker werken dan vrouwen – duidelijke gelijkenissen met eerdere analyses onder statushouders. Een belangrijke verklaring voor de achterblijvende participatie van vrouwelijke statushouders ligt in de verdeling van zorgtaken en traditionele rolpatronen. Uit die analyses bleek dat zorg voor (jonge) kinderen sterk samenhangt met een lagere kans op werk en een langere afhankelijkheid van een uitkering. Het is aannemelijk dat deze sociaal-culturele factoren ook bij gezins- en overige migranten een rol spelen.