Overslaan en naar de inhoud gaan

Benchmark Statushouders & Inburgering • Jaarrapportage gezinsmigranten en overige migranten 2024

Laatste update: 19 maart 2026

1. Inburgering

Bij meer dan de helft van de gezinsmigranten en overige migranten wordt 10-weken termijn niet gehaald

Onder de Wet Inburgering 2021 hebben gemeenten tien weken om een PIP vast te stellen. Deze termijn start de dag nadat de kennisgeving Inburgeringsplicht is verstuurd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Als inburgeraars nog niet zijn ingeschreven in de gemeente waar zij gehuisvest worden op het moment dat de kennisgeving wordt verstuurd, start de termijn de dag nadat de inburgeraar is ingeschreven in de BRP. 

Er is in de Wet inburgering 2021 geen termijn opgenomen voor de afname van de brede intake. Het ligt echter voor de hand dat gemeenten de brede intake afronden voordat zij het persoonlijk PIP vaststellen. Eind 2024 werd deze 10-weken termijn bij 69% van de gezinsmigranten en overige migranten, bij wie al een beschikking PIP was afgegeven, niet gehaald.

Gezins en overige migranten met beschikking PIP met doorlooptijd groter dan 10 weken (Wi2021)

Problemen

Uit de KIS Monitor 2023 blijkt dat de helft van de gemeenten (50%) specifieke uitdagingen ondervindt bij de brede intake en het vaststellen van het PIP bij gezinsmigranten. Gemeenten ervaren vooral weerstand bij gezinsmigranten rondom het inburgeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om Turkse gezinsmigranten die sinds een wetswijziging ook inburgeringsplichtig zijn geworden, of gezinsmigranten die niet van plan zijn om zich langere tijd in Nederland te vestigen. 

Ook werkende gezinsmigranten kunnen weerstand hebben ten opzichte van de inburgeringsplicht. Men vindt inburgeren (dan) niet nodig. 

Zelf betalen

Gemeenten vinden het vaak ook lastig om gezinsmigranten te adviseren en te begeleiden bij de inburgering, terwijl gezinsmigranten de taalcursus zelf moeten betalen, eventueel via een lening DUO. Dit geldt in sterkere mate wanneer het volgen van de Z-route de beste optie voor een gezinsmigrant lijkt te zijn. Omdat er verplicht 800 uur taalonderwijs moet worden ingekocht, willen gezinsmigranten deze relatief dure route vermijden. 

Al met al verlopen de contacten met gezinsmigranten soms moeizaam: er is een hoge ‘no show’ bij afspraken, en het plannen van nieuwe afspraken gaat lastig, vooral bij werkende gezinsmigranten. 

Op gespannen voet

Tot slot constateren gemeenten dat betaald werk op gespannen voet kan staan met de verplichtingen in de Wet inburgering: men heeft te weinig tijd om inburgeringsactiviteiten te ondernemen, of het inburgeringsaanbod is alleen onder werktijd beschikbaar. 

Na vaststelling van het PIP hebben inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten maximaal drie jaar de tijd voor het behalen van hun inburgeringsplicht. Van de gezinsmigranten en overige migranten die vallen onder de Wet Inburgering 2021 is eind 2024 nog door vrijwel niemand voldaan aan de inburgeringsplicht. 

Dit is verklaarbaar, omdat deze inburgeringstermijn van drie jaar eind 2024 nog voor geen van de gezinsmigranten en overige migranten verstreken is. Eind 2024 zijn er ook nog geen ontheffingen verleend en heeft 2% een vrijstelling gekregen. 

Ontheffing

Onder de Wi2021 zijn de mogelijkheden voor een ontheffing beperkter. Er kan alleen een ontheffing worden verleend op medische gronden of vanwege Bijzondere Individuele Omstandigheden (BIO). Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om bijzonder schrijnende situaties. Deze worden niet nader omschreven en moeten op individuele basis worden omschreven en onderbouwd. 

De ontheffing vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen (AGI) is komen te vervallen. Een deel van de mensen die onder de oude wet een ontheffing AGI zou hebben gekregen, zal onder de Wi2021 naar verwachting in de Z-route geplaatst worden.