Overslaan en naar de inhoud gaan

Handreiking Leerroutes

Laatste update: 02 september 2025

1 Een leerroute

1.2 Waaraan moet een leerroute wettelijk voldoen?

De leerroute is onderdeel van het totale inburgeringstraject en bestaat uit een cursus gericht op het leren van de Nederlandse taal en het opdoen van Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Bij KNM wordt aandacht besteed aan feitelijke kennis over regels en instanties (bijvoorbeeld: naar welk nummer bel je bij brand?) en aan gewoonten, normen en waarden in de Nederlandse samenleving (bijvoorbeeld: de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen). De leerroute wordt afgesloten met inburgeringsexamens voor taal en KNM. (1)

De gemeente is verplicht cursussen in te kopen bij een aanbieder met een keurmerk dat is opgenomen in de wet- en regelgeving. Via het keurmerk wordt toezicht gehouden op taalscholen, onder meer op wat er in de klas gebeurt en via een audit. Ook wordt er gekeken of er voldoende bevoegde NT2-docenten (Nederlands als Tweede taal) voor de klas staan. De gemeente is ook verantwoordelijk om na te gaan of de aanbieder na het inkopen over het juiste keurmerk blijft beschikken. Het type cursus, de examinering en de verplichte kwaliteitseisen verschillen per route. Hierover lees je per leerroute meer in de volgende hoofdstukken.

Taalniveau

In het inburgeringsstelsel wordt volgens het Europees referentiekader (ERK) gewerkt met 6 taalniveaus voor vreemde talen: van A1 tot C2. Voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken neemt DUO examens af op de niveaus A2, B1 en B2. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk inburgeraars voor alle 4 de onderdelen op niveau B1 te laten slagen.

Op B1-niveau kunnen inburgeraars zelfstandig met taal omgaan in dagelijkse situaties en op de arbeidsmarkt. Niveau B1 is bijvoorbeeld nodig voor mbo-opleidingen (niveau 2 en 3). Een opleiding op mbo-niveau 4, hbo of wo vereist taalniveau B2.

Alfabetisering

De gemeente moet in de leerroute ook een alfabetiseringstraject kunnen aanbieden aan asielstatushouders die analfabeet zijn (niet kunnen lezen en schrijven) of anders gealfabetiseerd zijn (niet kunnen lezen en schrijven in het Latijnse schrift). Inzicht in instroom en doelgroepen maakt een schatting mogelijk van het aantal analfabeten dat een gemeente kan verwachten. Het is belangrijk om bij het inkopen van inburgeringscursussen te onderzoeken welke aanbieders de alfabetisering kunnen verzorgen.

Wanneer analfabetisme in de brede intake wordt geconstateerd, neemt de gemeente een alfabetiseringstraject op in het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) en wordt het traject onderdeel van de leerroute. Naar verwachting is de Zelfredzaamheidsroute (Z-route) voor veel analfabeten de meest passende route, met name als zij weinig of geen scholing gehad hebben. Maar de brede intake kan ook uitwijzen dat de B1-route of de Onderwijsroute haalbaar is, bijvoorbeeld als een inburgeraar weliswaar analfabeet is in het Latijnse schrift, maar hoogopgeleid is en de eigen taal vloeiend beheerst in woord en schrift.

Ligt een andere route dan de Z-route voor de hand, dan is het van belang dat daarin een alfabetiseringstraject wordt opgenomen. Afhankelijk van het aanbod en de aanbieders kan dit traject vorm krijgen. Een goede intake en maatwerk helpen deze (kleine) groep inburgeraars, die in korte tijd kan alfabetiseren en de taal relatief snel zal oppakken, hun kansen goed te benutten.

Voetnoten

  1. Uitgezonderd de Z-route