Overslaan en naar de inhoud gaan

Handreiking Gemeentefonds Participatie

Laatste update: 12 april 2022

3 Rekentool en toelichting op de rekentool

3.2 Toelichting blok G

Blok G heeft een iets andere opbouw. In dit blok staan de bedragen per eenheid om te komen tot de functionele indeling. Aan de hand daarvan kan het bedrag in het cluster vertaald worden naar de verschillende kostencategorieën (functionele indeling). We geven eerst een toelichting op de structuur van dit blok. Vervolgens onderbouwen we de bedragen per eenheid. 

De uitvoeringskosten bestaan uit de kosten die worden gemaakt voor de uitkeringsverstrekking (inclusief handhaving) en voor het verstrekken van de loonkostensubsidie (inclusief de loonwaardebepaling). Voor de berekening van het bedrag voor de uitvoeringskosten, hanteren we een bedrag per bijstandsontvanger en een bedrag per verstrekte loonkostensubsidie. We baseren ons op de gemiddelde bedragen per bijstandsontvanger, zoals berekend bij de herijking van het cluster in 2015 (bron: Herijking gemeentefonds sociaal domein, AEF, 2020). Het bedrag is geïndexeerd. Het bedrag per loonkostensubsidie is berekend door het totaalbedrag in het cluster voor loonkostensubsidies (circa €6.500,-) te verminderen met het bedrag voor begeleidingskosten (zie hierna). 

De begeleidingskosten hebben betrekking op de nieuwe groepen in de Participatiewet. Het gaat om mensen die voorheen in de Wsw en/of de Wajong zouden zijn terecht gekomen. Vaak gaat het om mensen met een loonkostensubsidie. Als basis voor de berekening van het bedrag voor deze activiteit hanteren we een bedrag per verstrekte loonkostensubsidie. We gaan uit van de geïndexeerde begeleidingskosten die zijn berekend door het ministerie van SZW bij de invoering van de Participatiewet. 

Voor de re-integratiemiddelen gaan we uit van het bedrag dat per inschrijving in het doelgroepenregister in het gemeentefonds zit en van een bedrag per bijstandsgerechtigde. Het totaal bedrag is gelijk aan het bedrag in het gemeentefonds dat samenhangt met het doelgroepenregister. Het bedrag per bijstandsgerechtigde is berekend aan de hand van het totaalbedrag dat voor klassieke re-integratie en voor voormalig Wajong in de algemene uitkering in het gemeentefonds is geplaatst. 

Voor het minimabeleid berekenen we een bedrag dat gelijk is aan het bedrag in het cluster Participatie voor de maatstaf huishoudens met een laag inkomen. Daarbovenop komt een bedrag per bijstandsgerechtigde. Het bedrag per  bijstandsgerechtigde is gelijk aan het bedrag voor minimabeleid dat in 2023 in het gemeentefonds is geplaatst minus het bedrag voor lage inkomens, gedeeld door het aantal bijstandsgerechtigden. 

Voor de berekening van de functionele indeling tellen de bedragen per bijstandsgerechtigde op tot het totaalbedrag dat per bijstandsontvanger in het gemeentefonds zit (circa €6.500,-). Datzelfde geldt voor het aantal loonkostensubsidies (eveneens €6.500,-).