Divosa spreekt zich in een brief aan minister Aartsen uit tegen het kabinetsvoornemen om de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) af te schaffen. Hoewel we de wens om het stelsel van inkomensvoorzieningen te vereenvoudigen begrijpen, waarschuwen we voor de ingrijpende gevolgen voor een groep inwoners. ‘Zonder deze regeling dreigen oudere zelfstandigen tussen wal en schip te vallen’, stelt procesmanager bij Divosa Kim Kruisdijk.
Het kabinet wil de IOAZ per 1 januari 2028 sluiten voor nieuwe instroom. Volgens het kabinet draagt dit bij aan vereenvoudiging van het stelsel van inkomensvoorzieningen. Divosa begrijpt die ambitie, maar plaatst vraagtekens bij de gevolgen voor oudere zelfstandigen die hun bedrijf noodgedwongen moeten beëindigen.
In het sociaal domein zien we dat de IOAZ een specifieke en cruciale functie vervult. Het biedt een gerichte en haalbare exit voor oudere zelfstandigen die hun bedrijf vanwege gezondheids- of marktredenen noodgedwongen moeten beëindigen. Het kabinet stelt dat de Participatiewet een volwaardig alternatief vormt, maar de gemeentelijke praktijk laat een heel ander beeld zien. We vragen ons dan ook hardop af op welke analyse die conclusie is gebaseerd.
De IOAZ is een relatief kleine regeling. Volgens CBS StatLine ontvingen in 2024 ongeveer 2.100 mensen een IOAZ-uitkering. Juist omdat het om een beperkte doelgroep gaat, vindt Divosa het belangrijk dat zorgvuldig wordt onderzocht welke gevolgen de afschaffing voor deze groep én voor gemeenten heeft.
Buffers opmaken en ongelijkheid
De Participatiewet kent een wezenlijk ander uitgangspunt dan de IOAZ. Bij de bijstand wordt opgebouwd vermogen dat vastzit in bedrijfsactiva, grond of de eigen woning als voorliggend beschouwd. Voormalige zelfstandigen moeten daardoor eerst hun volledige buffer opmaken voordat zij recht hebben op inkomensondersteuning.
Dit creëert een grote ongelijkheid met werknemers, die hun opgebouwde pensioenrechten wel mogen behouden. Het dwingen van ondernemers om hun oudedagsvoorziening op te eten verhoogt het risico op armoede en langdurige afhankelijkheid van gemeentelijke ondersteuning.
Problemen verschuiven naar de gemeente
Zonder een passend beëindigingsinstrument zoals de IOAZ, signaleren onze leden dat ondernemers te lang blijven doorwerken met een bedrijf dat niet meer levensvatbaar is. Ze modderen noodgedwongen aan tot er zware schulden en gezondheidsproblemen ontstaan. De afschaffing voorkomt volgens Divosa niet dat problemen ontstaan, maar vergroot het risico dat zij zich later en in ernstiger vorm manifesteren. Dit leidt op termijn juist tot hogere maatschappelijke kosten voor schuldhulpverlening, zorg en langdurige bijstand.
Daarnaast raakt het vervallen van de regeling cruciale sectoren zoals de land- en tuinbouw en de detailhandel. Bij familiebedrijven is een bedrijfsoverdracht financieel vaak nauw verweven met de beëindiging: de overdrager laat vaak een deel van de overnamesom in het bedrijf zitten. De Participatiewet biedt hiervoor onvoldoende ruimte, waardoor zorgvuldige bedrijfsopvolging onnodig wordt gefrustreerd.
Oproep van Divosa
Wij vragen het ministerie om de uitvoeringspraktijk nadrukkelijk mee te wegen en de volgende stappen te nemen:
- Voer een integrale maatschappelijke kosten-batenanalyse uit, waarin de stapeling van gemeentelijke kosten en de effecten op bedrijfsoverdrachten eerlijk worden meegewogen.
- Zie af van de afschaffing zolang niet overtuigend is aangetoond dat de Participatiewet deze specifieke functie adequaat kan overnemen.
- Onderzoek gerichte alternatieven, waaronder het verkennen van een hogere instroomleeftijd en het behoud van gerichte vermogensvrijlatingen voor oudere zelfstandigen, zodat opvolging en continuïteit in sectoren niet onnodig worden gefrustreerd.
Meer informatie?
Wil je de volledige argumenten en de reactie van Divosa nalezen? Bekijk dan onze volledige brief aan de minister.