Overslaan en naar de inhoud gaan

Leren van criminelen? Waarom Preventie met Gezag juist hoop geeft

groepje jongeren

Ik werd ronduit verdrietig van de berichtgeving over Preventie met Gezag (PmG). Woorden als ‘mislukt’, ‘rommeltje’ en ‘chaos’ vlogen over de tafel na de uitzending van Zembla en een artikel in Binnenlands Bestuur. Waarom me dat raakt? Omdat dit oordeel totaal voorbijgaat aan de ontwikkeling die gemeenten doormaken.

Sinds de decentralisaties in 2015 bouwen gemeenten aan een samenhangend sociaal domein. Een enorme transformatie waarvoor niemand een blauwdruk heeft. In de beginfase dachten we vooral in grote beleidsvisies vanuit de systeemlogica van de organisatie. Dat is inmiddels anders. Nu zie ik hoe gemeenten werken aan nabijheid, doen wat nodig is en bouwen vanuit de uitvoeringspraktijk. Dat blijft vallen en opstaan. Want hoe verbind je de  veelvormige en soms rauwe leefwereld van een inwoner met instrumentele wet- en regelgeving? Gemeenten zijn er nog niet, maar het doel om het beter te doen krijgt steeds meer vorm.

De eerste verdedigingslinie

Toen het programma PmG vanuit het Rijk landde, bracht dat een taai vraagstuk met zich mee: ondermijning. Een schimmige wereld die per definitie onzichtbaar wil blijven. Veiligheid en ondermijning waren nooit een groot onderdeel van het sociaal domein; we dachten lang dat dit een taak voor de politie was. Gemeenten moesten dus opereren in een onbekend veld. Ze moesten signalen leren herkennen en ontdekken hoe niet alleen 'te helpen en zorgen', maar ook 'te investeren én begrenzen'. Inmiddels spreken we bij Divosa over het sociaal domein als de eerste verdedigingslinie tegen ondermijning. 

Creatiever dan een format

De lijst met lokale initiatieven — van escaperooms tot trainingen — is inmiddels enorm. Juist daar richtte de kritiek zich op (en niet altijd onterecht). Maar laten we niet weer in de valkuil trappen om deze veelvormige werkelijkheid in strakke formats te proppen, zoals critici suggereren. De criminele wereld is vele malen creatiever en vindingrijker dan keurig geordend beleid op papier. Kwetsbare jongeren voelen zich daar menigmaal (weliswaar op de korte termijn) wél gezien en gehoord.

Als gemeenten dit proberen te doorbreken met een veelheid aan initiatieven, is dat geen chaos. Het is een noodzakelijke proeftuin. Dit is hoe een lerende overheid werkt: experimenteren, evalueren en ontdekken wat écht aanslaat in de frontlijn. Het is een proces van vallen en opstaan. We betalen leergeld, nemen afscheid van interventies die niet werken en gebruiken ervaringen die wel positieve effecten hebben opgeleverd. Als Divosa ondersteunen we deze zoektocht door dit ingewikkelde veld te duiden, de positie van het sociaal domein te formuleren, voorbeelden te geven, samen in gemeenten handelingsperspectieven vorm te geven. Want gemeenten verdienen hierin rugdekking, geen afwijzing.

Hoe kijk jij hiernaar? Moeten we de ruimte voor deze lerende zoektocht beschermen, of pleit je toch voor strakkere kaders?

Meer informatie

Contactpersoon