Overslaan en naar de inhoud gaan

Heerenveen blijft werken aan betere manieren om inwoners te bereiken

De gemeente Heerenveen bereikt steeds meer inwoners met vroegsignalering, maar ziet tegelijkertijd dat het vasthouden van contact een blijvende uitdaging is. Het afgelopen jaar nam de gemeente deel aan de NVVK Expeditie Vroegsignalering, waarin de werkwijze kritisch werd geëvalueerd. De inzichten die dat opleverde, helpen Heerenveen om te blijven zoeken naar manieren om inwoners ‘binnenboord’ te houden.

Heerenveen, met bijna 52 duizend inwoners en zo’n 24 duizend huishoudens, startte in 2021 met vroegsignalering, aanvankelijk als pilot. Inmiddels is het een vaste werkwijze, uitgevoerd door twee vroegsignaleerders. ‘Wij hebben geen vaste beoordelingscriteria voor de signalen’, vertelt Danny Jongejan, kwaliteitsadviseur voor onder andere schulddienstverlening. ‘Op het moment dat meldingen bij ons binnenkomen, wordt er beoordeeld waar we op afgaan. Waarbij signalen als twee maanden huurachterstand natuurlijk wel voorrang hebben.’ 

Tegelijk kijkt de gemeente breder dan alleen de zwaarste signalen. ‘Als collega’s bij iemand aan de deur staan en zien dat er van een adres in dezelfde straat of buurt eveneens signalen zijn binnengekomen, wordt daar ook aangebeld. Dat is dan niet per se afhankelijk van de grootte of van de ernst van het signaal.’ Op die manier probeert Heerenveen zoveel mogelijk inwoners te bereiken.

Van de 2780 meldingen die het afgelopen jaar binnenkwamen, kon de gemeente contact leggen met 1011 mensen. In 343 gevallen gebeurde dat via een huisbezoek. Uiteindelijk werden 161 inwoners geholpen, waarvan 49 zijn doorgeleid naar schuldhulpverlening.

Als je bij iemand aanbelt, krijg je toch net wat meer informatie

Persoonlijk contact speelt een grote rol in de aanpak. Heerenveen kiest daarom steeds vaker voor huisbezoeken. ‘We merken dat we daarmee veel meer informatie krijgen’, zegt vroegsignaleerder Anna IJdema. ‘Aan de deur zie je bijvoorbeeld of de brievenbus vol zit; je krijgt vaak extra context die je telefonisch mist.’

Ook het eerste contactmoment wordt continu verbeterd. Zo is het niet-thuiskaartje aangepast. ‘De nieuwe heeft veel minder tekst en een QR-code, die verwijst naar onze website met informatie over wat wij doen als vroegsignaleerders’, aldus Anna. ‘Op de website staan foto’s en rechtstreekse telefoonnummers van ons, zodat mensen direct met ons in contact kunnen komen en niet eerst bij het klantcontactcentrum terechtkomen.’

Die zichtbaarheid helpt om vertrouwen te vergroten. Danny: ‘Mensen zijn weleens wat voorzichtig om iemand zomaar binnen te laten of om informatie te delen.’ Door herkenbaarheid en transparantie over hun werkwijze probeert de gemeente die drempel te verlagen.

Thuiskaartje Vroegsignalering gemeente Heereveen

Niet-thuiskaartje gemeente Heerenveen

Informatie delen

Samenwerking vormt een belangrijk onderdeel van de aanpak. Binnen de gemeente wordt actief afgestemd tussen verschillende collega’s. ‘Als we in contact zijn met een inwoner en er wordt bijvoorbeeld een bijstandsuitkering aangevraagd, dan overleg ik dat met de collega die dat in behandeling heeft’, zegt Anna. ‘Zo trek je samen op en ben je niet allemaal als losse schakels met dezelfde inwoner bezig.’

Ook op regionaal niveau wordt intensief samengewerkt. Elk jaar komen de Friese gemeenten bij elkaar tijdens de Friese Vroegsignaleringsdag, die om en om door een gemeente wordt georganiseerd. Daar worden ervaringen uitgewisseld en van elkaar geleerd. Daarnaast is er een gezamenlijke groepsapp waarin informatie en casussen worden gedeeld.

De gemeente Heerenveen zet daarnaast in op het geven van gastlessen. Zo vertellen de vroegsignaleerders op middelbare scholen over geld en de risico’s die jongeren daarbij kunnen tegenkomen. Om de verhalen concreet te maken, gebruiken ze voorbeelden uit de praktijk.

Mensen haken af in de overgang van vroegsignalering naar schuldhulpverlening

Heerenveen blijft de werkwijze doorontwikkelen en wil niet alleen beter zichtbaar zijn in Heerenveen zelf, maar ook in de omliggende dorpen die bij de gemeente horen, zegt Danny. ‘Het plan is om meer aanwezig te zijn op spreekuren in de wijken en dorpen, zodat mensen ons daar kunnen vinden wanneer ze vragen hebben of contact willen met een vroegsignaleerder. We zijn er nog mee bezig om dat vorm te geven.’

Overgang naar schuldhulpverlening

Een ander aandachtspunt is de overgang van vroegsignalering naar schuldhulpverlening. ‘Intern verloopt de samenwerking en overdracht van dossiers goed’, stelt Danny. ‘Maar we merken dat inwoners uitvallen in de overgang tussen vroegsignalering, waarbij het initiatief bij de gemeente ligt, en de schuldhulpverlening, waarbij het initiatief bij de inwoner komt te liggen.’

Die overgang vraagt volgens hem veel van inwoners. ‘Ze moeten zelf in actie komen, afspraken nakomen en bijvoorbeeld informatie aanleveren of naar het gemeentehuis komen. Daar zien we mensen op afhaken.’ Een pasklare oplossing is er nog niet. ‘We hebben het gesignaleerd, we zien dat het speelt. We willen daar nu aandacht voor hebben en zijn nu aan het onderzoeken hoe we dat kunnen verbeteren, bijvoorbeeld met een warmere overdracht of andere ondersteuning.’

Tips:

  • Zet in op persoonlijk contact, bijvoorbeeld via huisbezoeken, om meer context te krijgen.
  • Maak het eerste contact laagdrempelig met duidelijke informatie en directe contactmogelijkheden (zoals een niet-thuiskaartje met QR-code en telefoonnummer).
  • Werk intern nauw samen, zodat betrokken collega’s rond één inwoner goed op elkaar zijn afgestemd.
  • Zoek actief de samenwerking op met andere gemeenten en deel ervaringen en casussen.
  • Blijf zichtbaar in de wijken en dorpen via spreekuren op locatie.
  • Besteed aandacht aan de overgang van vroegsignalering naar schuldhulpverlening, omdat inwoners daar kunnen afhaken.

Hoofdconclusies uit de Jaarrapportage Monitor Vroegsignalering 2025:

  • Gemeenten ontvingen meer vroegsignalen (ruim 1 miljoen) van vastelastenpartners: verhuurders, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven.
  • Het ging om 4,6 signalen per 1000 inwoners per maand.
  • Van de signalen is 83 procent opgepakt door gemeenten.
  • 20 procent van de meldingen leidde tot contact met de inwoner. 35 procent van dit bereik leidde tot hulpacceptatie.

Contactpersoon