Overslaan en naar de inhoud gaan

Marjolijn Olde Monnikhof: ‘We kunnen het sociaal domein redden. Er is alleen nog een beetje Pokon nodig’

Gemiddeld gaat het supergoed in Nederland. De kwaliteit van leven is hoog. Er is sociale cohesie en vertrouwen in instituties. Veel mensen kunnen hulp zelf regelen. Tegelijkertijd sluimert een hardnekkige ongelijkheid. ‘Het is niet zo dat de kloof tóeneemt, maar het neemt ook niet af in tijden van economische voorspoed’, vertelt Marjolijn Olde Monnikhof. ‘Ik hoop dat mijn praatje niet te depri is’, waarschuwt de plaatsvervangend directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

In het kort

  • Er is sprake van hardnekkige ongelijkheid, het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein neemt toe en 1 op de 6 mensen heeft te maken met een stapeling van problemen.

  • Het SCP ziet niet alleen ‘scheidslijnen’ in economische ongelijkheid, maar juist ook in sociale verschillen en persoonskapitaal

  • Wet- en regelgeving laat nog te weinig ruimte voor maatwerk en lokaal en landelijk beleid is nu te verkokerd.

  • De uitvoering van het sociaal domein kan het verschil in iemands leven maken. Marjolein Olde Monnikhof roept op: ‘Blijf bellen tot je een oplossing hebt.’, ‘Beperk je niet tot het laaghangend fruit’ en ‘Vergeet nooit, maar dan ook nooit je morele kompas.'

Hoe tevreden ben je met je eigen leven? Het antwoord op deze vraag schommelt tussen mensen met veel en weinig hulpbronnen tussen de 8.1 en 6.8. Op de vraag ‘hoe hoog zou u uzelf op de maatschappelijke ladder plaatsen?’ antwoorden mensen bovenaan de sociale ladder met een 7.6. Mensen aan de onderkant geven zichzelf een magere 4.5. Is de overheid er ook voor jou? Maar liefst 55% van de mensen met weinig hulpbronnen vindt dat de overheid te weinig voor hen doet.

Scheidslijnen door sociale verschillen 

Kranten staan volgeschreven over de ‘kloof’. Het SCP spreekt liever over ‘scheidslijnen’. In haar zoektocht naar de wortels van brede welvaart voor iedereen, onderzoekt het planbureau niet alleen economische ongelijkheid, maar juist ook sociale verschillen en persoonskapitaal: gezondheid, netwerk en moderne vaardigheden zoals de Engelse taal en internet. ‘Verschil is oké’, benadrukt Olde Monnikhof. ‘Het gaat om situaties waarin het verschil niet te rechtvaardigen is.’ 

Verschil is oké. Het gaat om situaties waarin het verschil niet te rechtvaardigen is.

Jongvolwassenen en met name jonge meisjes ervaren bijvoorbeeld veel mentale problemen. Een goede woning voor een fatsoenlijke prijs levert 1.000 aanmeldingen op. De vraag naar voedselbanken en gratis schoolmaaltijden neemt toe. 1 op de 20 kinderen heeft geen eigen bed. Naar verwachting zijn in 2040 zijn 70% meer mantelzorgers nodig.

Gebruik voorzieningen sociaal domein neemt toe 

Mede door vergrijzing en migratie neemt het gebruik van voorzieningen in het sociaal domein toe. Daarbij heeft 1 op de 6 mensen te maken met een stapeling van problemen. Zij lopen regelmatig vast in allerlei regelingen. Olde Monnikhof illustreert dit met het verhaal van Willem, die  deels wil blijven werken. Bij een nieuwe beoordeling op arbeidsongeschiktheid zakt hij onder het bestaansminimum. En bij een foute aanvraag dreigt hij zelfs in de schulden te raken. Ook in haar directe omgeving hoort de plaatsvervangend directeur frustraties over ingewikkelde procedures. ‘Mijn zus moest voor de begeleiding van iemand met een rugzakje langs bij tien loketten … tién!’

Oorzaken in beleid en wet- en regelgeving 

In haar analyse benoemt Olde Monnikhof een aantal oorzaken:  

  • Landelijke wet- en regelgeving biedt te weinig ruimte voor maatwerk. ‘Zelfs de nieuwe aanpassingen van de Participatiewet bieden nog onvoldoende handvatten om volwaardig mee te kunnen doen.’ Ook leveren de conflicterende mensbeelden van Participatiewet en Wmo problemen op.
  • Landelijk beleid is te verkokerd. ‘Wij roepen dit al jaren. Ik hoor dat er op kabinetsniveau goed in samenhang over wordt gepraat, maar ik zie dat helaas nog te weinig terug in beleid.’ 
  • Ook lokaal speelt verkokering. Gemeentelijke afdelingen en aanbieders hebben vaak verschillende doelstellingen en financieringsstromen.

Ik hoor dat er op kabinetsniveau goed in samenhang over domeinen wordt gepraat, maar ik zie dat helaas nog te weinig terug in beleid.

Claim de ruimte die er wél is! 

‘Nou wil ik natuurlijk niet vanuit een ivoren toren schuld en boete uitstrooien,’ vervolgt Olde Monnikhof. ‘Ik zie dat er in de uitvoering van het gemeentelijk sociaal domein weinig tijd en geld is voor complexe situaties. En men door regels en procedures weinig ruimte voelt.’ Ze wil de zaal juist een hoopvolle oproep meegeven: ‘Claim de ruimte die er wél is. Jullie kunnen die ene persoon zijn die het verschil in iemands leven maakt. Dat vraagt lef. Dat vraagt moed. En dat vraagt om snode plannen.’

Vergeet nooit, maar dan ook nooit je morele kompas 

Wat betekenen lef, moed en snode plannen in de praktijk?

  • ‘Blijf bellen tot je een oplossing hebt.’
  • ‘Ga met wethouders en de gemeenteraad in gesprek. Stel met hen een ondergrens vast waar mensen niet onder mogen zakken.’
  • ‘Beperk je niet tot laaghangend fruit. Draag bij aan een betrouwbare overheid.’ 
  • ‘Durf vooruit te lopen op de landelijke politiek.’ 
  • ‘Wees realistisch over zelfredzaamheid, maar stuur ook op eigen regie.’ 
  • ‘Investeer in de sociale basis en preventie.’ 
  • ‘Werk zoveel mogelijk zonder kokers en stimuleer samenwerking.’ 
  • ‘Durf afstand te nemen van je eigen mensbeelden.’ 
  • En tot slot: ‘Vergeet nooit, maar dan ook nooit je morele kompas.’ 

Conclusie: 'We kunnen het sociaal domein redden. Er is alleen nog een beetje Pokon nodig.'

Over Marjolijn Olde Monnikhof

Marjolijn Olde Monnikhof is sinds 2017 in dienst bij het SCP. Zij is daar momenteel plaatsvervangend directeur. Daarvoor was zij vanaf 2014 programmadirecteur bij de Inspectie SZW. Van 2009 tot 2014 heeft zij in de functie van kwartiermaker/directeur de transitie van de Commissie Gelijke Behandeling naar het College van de Rechten van de Mens vormgegeven. Olde Monnikhof begon haar loopbaan als onderzoeker, eerst bij de Erasmus Universiteit Rotterdam en vervolgens bij het ITS.

Daarnaast is Olde Monnikhof expertlid van het Maatschappelijk Impact Team, lid van de Commissie Bestaansminimum, lid van de Taskforce Macrodoelmatigheid en lid van de Evaluatiecommissie Regieorgaan SIA. Olde Monnikhof studeerde Arbeid en Organisatie Psychologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, tevens behaalde ze een Master of Science in Occupational Health aan de NSOH in Amsterdam.