Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Bijzondere bijstand

Laatste update: 28 mei 2024

1. Achtergrond

Inleiding

De bijzondere bijstand is in artikel 35 van de Participatiewet geregeld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen individuele en categoriale bijzondere bijstand.

Participatiewet - artikel 35 lid 1 - Individuele en categoriale bijzondere bijstand

“Onverminderd paragraaf 2.2 [algemene bijstand], heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen”.

In feite staat de toekenning van bijzondere bijstand los van de inkomensbron en de hoogte van het inkomen. Iemand kan in staat zijn om zelfstandig in de algemene bestaanskosten te voorzien, maar onvoldoende hebben om bepaalde noodzakelijke kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden, te betalen. Het gaat om de draagkracht.