Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Bijzondere bijstand

Laatste update: 28 mei 2024

1. Achtergrond

1.3 Bijzondere bijstand binnen het lokaal minimabeleid

De gemeente ondersteunt inwoners die niet in staat zijn om bepaalde noodzakelijke kosten zelf te bekostigen. De bijzondere bijstand wordt gezien als een onderdeel van het lokale minimabeleid. De gemeente kent verschillende vormen van inkomensondersteuning vanuit verschillende lokale wetgeving.

Lokale inkomensondersteuning Beschreven in: 
Bijzondere bijstand Participatiewet - artikel 35
Individuele inkomenstoeslag Participatiewet - artikel 36
Studietoeslag Participatiewet - artikel 36b
Regelingen ter bevordering van maatschappelijke participatie, zoals een gemeentelijke kortingspas of een kindregeling Gemeentewet
Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen Belastingwetgeving - invorderingswet

Hieronder is schematisch weergegeven hoe het lokaal minimabeleid is opgebouwd en welke vormen van inkomensondersteuning hieronder vallen. 

De studietoeslag was tot 1 april 2022 ook een vorm van bijzondere bijstand; dit is nu een zelfstandige uitkering op grond van de Participatiewet.

De wijze waarop gemeenten de kwijtschelding boeken, verschilt. Sommige gemeenten brengen die in mindering op de inkomsten uit de gemeentelijke belastingen, soms wordt het last van de gemeente geboekt. Hiermee is het lastig om een goed inzicht te krijgen in het totaal aan bestedingen rondom de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. 

De uitgaven aan bijzondere bijstand zelf kunnen geregistreerd worden onder twaalf verschillende clusters. In bijlage 1 staat een korte beschrijving per cluster. Niet iedere gemeente boekt dezelfde uitgave onder hetzelfde cluster. Hoewel het merendeel van de gemeenten grote uitgavenposten, zoals beschermingsbewind, de energietoeslag, kosten voor woninginrichting en de TONK, op hetzelfde cluster boekt, is het niet volledig hetzelfde. Zo blijkt uit de Extra uitvraag bijzondere bijstand van het CBS dat 83% van de gemeenten de kosten voor beschermingsbewind onder 'Financiële transacties’ boekt, 11% onder ‘Kosten uit maatschappelijke zorg’ en 7% onder ‘Overige kosten’. De TONK-uitgaven zijn door 90% van de gemeenten onder hetzelfde cluster geboekt, namelijk de ‘Voorzieningen wonen’.