Tussenevaluatie Wet inburgering: gemeenten pakken hun regierol actief op
Gemeenten pakken hun regierol actief op. Ook al ervaren zij deze rol als intensief en tijdrovend. Dit blijkt uit de Tussenevaluatie Wet inburgering 2021 die op 28 januari 2026 uitkwam. Daarin staat onder meer dat gemeenten over het algemeen goed zicht hebben op de voortgang van de inburgeringstrajecten van de mensen die zich in hun gemeente vestigen. Divosa beaamt dit, maar ziet ook dat het nog beter kan. Daarbovenop stelt het op dezelfde dag uitgekomen onderzoek van de Algemene Rekenkamer over de werking van de inburgeringswet dat het ministerie het lerend stelsel voortvarender zou moeten benutten. ‘Stuur sneller bij op door de uitvoering gesignaleerde knelpunten, zoals bedoeld in de wet.’
Belangrijkste conclusies uit de Tussenevaluatie Wet inburgering 2021
- Gemeenten pakken de regierol actief op, maar komen niet uit met de uitvoeringskosten en ervaren een hoge caseload;
- Een tijdige start van de inburgering komt moeilijk van de grond;
- De meeste inburgeraars zijn nog bezig, degenen die al examen hebben gedaan deden dit op B1 niveau of hoger;
- Voor veel inburgeraars is het moeilijk om werk en taallessen te combineren door allerlei andere verplichtingen, zoals zorg voor het gezin (roostercomplexiteit).
- Inburgeraars waarderen maatwerk dat gemeenten kunnen inzetten;
- Het merendeel van de inburgeraars geeft aan dat ze door inburgering veel leren over de Nederlandse samenleving;
- In de Wi2021 doorlopen inburgeraars verschillende stappen in het inburgeringstraject die sterk van elkaar afhankelijk zijn. Als er bij één onderdeel sprake is van vertraging, loopt het gehele traject vaak vertraging op. Daarnaast spelen verschillende externe factoren een belangrijke rol in het functioneren van de inburgering, zoals lange doorlooptijden in de asielketen, wachttijden voor vestiging in gemeenten, verhuisbewegingen als gevolg van tijdelijke woonvoorzieningen en capaciteitsproblemen in de uitvoering bij zowel het COA en gemeenten als bij taalscholen. Zowel de onderlinge afhankelijkheden tussen opeenvolgende stappen binnen het stelsel als externe factoren hebben een grote invloed op de werking en op de efficiëntie van de inburgering.
Belangrijkste aanbevelingen uit het onderzoek Onbenut potentieel van de Algemene Rekenkamer
- Benut het lerend stelsel voortvarender. Stuur sneller bij op door de uitvoering gesignaleerde knelpunten, zoals bedoeld in de wet.
- Registreer werkervaring en opleiding op een eenduidige manier.
- Ontwerp integraal inburgeringsbeleid. Maak duidelijke en realistische keuzes over het doel van inburgering en aanpalende wetgeving, waaronder de Participatiewet en de wet Versterking regie volkshuisvesting.
- Ga uit van het potentieel, dit betekent:
- Laat inburgeraars ‘participeren naar vermogen’, dat is het doel van inburgeren. Bijvoorbeeld door het makkelijker te maken om met behoud van uitkering deel te nemen aan werkgeversopleidingen in de tekortsectoren. Dan gaat de Wi2021 voor op de Participatiewet.
- Zorg voor voldoende B2 taalonderwijs.
- Ga voor Z-route deelnemers uit van hun potentieel. Bijvoorbeeld door het aanbieden van op hen gerichte praktijkopleidingsroutes.
Vergroot maatwerk.
Beter samenwerken met partners
Sinds de invoering van de wet stimuleert Divosa samenwerking en ziet dat er hierdoor veel geleerd en verbeterd is tussen lokale en landelijke partners en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Toch liggen er vooral in de samenwerking tussen gemeenten, het COA en taalaanbieders nog veel kansen. Statushouders die nog in de asielopvang wonen willen soms meer en beter geïnformeerd kunnen worden over inburgering, werk en studie. Dit helpt hen ook de motivatie om in te burgeren niet te verliezen. Daarnaast is het belangrijk dat gemeenten en taalaanbieders beter met elkaar communiceren rondom bijvoorbeeld voortgang en verzuim. Dit komt de dienstverlening aan inburgeraars ten goede.
Dienstverlening integraal aanpakken
De regierol op inburgering geeft gemeenten de kans om hun dienstverlening aan nieuwkomers integraal aan te pakken. Bijvoorbeeld door een koppeling te maken met de Participatiewet. Veel gemeenten doen dit al. Divosa stimuleert dit en roept gemeenten op om voor inburgeraars nog meer koppelingen te maken met de sociale basis en het brede sociaal domein. ‘Inburgeraars zijn gewone inwoners die op verschillende manieren ondersteuning van de gemeente kunnen gebruiken. Daarom moeten we vanuit het brede sociaal domein kijken: wat doen we regulier en wat zou er nodig zijn om de inburgeraars die in die koker zitten, mee te nemen in het reguliere werk?,’ aldus Mirjam Gietema, projectleider inburgering bij Divosa.
Lerende uitvoering werpt vruchten af
Divosa faciliteert het leren in de uitvoering van de Wet inburgering 2021. In diverse leervormen brengt Divosa professionals van verschillende gemeenten en andere uitvoeringsorganisaties bij elkaar om ervaringen uit te wisselen, knelpunten op te sporen en oplossingen te ontwikkelen. Enkele signalen behoefden aanpassingen die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn (of nog worden) doorgevoerd.
Divosa blijft de uitvoeringspraktijk stimuleren om de ruimte te verkennen en kansen te benutten die de Wi2021, andere wetten en domeinen bieden. Gemeenten en (lokale) uitvoeringsorganisaties ervaren tijdens uitwisselingen bij Divosa dat binnen de wettelijke kaders vaak meer mogelijk is dan gedacht.
Waarom een tussenevaluatie?
Bij de invoering van de Wet inburgering 2021 is in het plan Monitoring en evaluatie van het ministerie van SZW besloten dat drie jaar na inwerkingtreding van de wet een tussenevaluatie wordt uitgevoerd. Deze tussenevaluatie bestaat uit een onderzoek naar de werking van de maatschappelijke begeleiding, een kostenonderzoek en een syntheseonderzoek van verschillende onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd. Deze evaluatie geeft inzicht in de werking, doeltreffendheid en doelmatigheid van de wet zodat potentiële verbeteringen in de wet- en regelgeving of de uitvoering in beeld komen.
In 2027, vijf jaar na de inwerkingtreding, volgt de evaluatie waarin de doeltreffendheid en doelmatigheid van het stelsel wordt beoordeeld.
Meer informatie
- Tussenevaluatie Wet inburgering 2021 (Regioplan • januari 2026)
- Kosten Wet inburgering 2021 (Cebeon • januari 2026)
- Onbenut potentieel (Algemene Rekenkamer• januari 2026)
- Onderzoek Perspectief inburgeraars (Regioplan, BMC, OpenEmbassy• juni 2025)
- Kamerbrief Kabinetsreactie Tussenevaluatie Wi2021 (ministerie van SZW • januari 2026)
- Bestuurlijke reactie op conceptrapport Onbenut Potentieel (ministerie van SZW • december 2025)