Q&A: Extra impulsmiddelen energiearmoede. Wat betekent dit voor gemeenten?
Om te voorkomen dat er een gat ontstaat tussen het beëindigen van het Tijdelijk Noodfonds Energie en de komst van het publieke energiefonds in de winter van 2026–2027, stelt het Rijk in totaal € 30 miljoen beschikbaar aan gemeenten.
Met deze eenmalige impulsmiddelen kunnen gemeenten inwoners met energiearmoede ondersteunen binnen de bestaande dienstverlening, zoals energiecoaches, energiebesparende maatregelen en hulp bij het aanvragen van regelingen. Daarnaast ontvangen gemeenten middelen om in contact te treden met huishoudens die zich bij het Tijdelijk Noodfonds Energie hebben gemeld en om extra hulp hebben gevraagd. In deze Q&A vind je achtergrondinformatie, financiële kaders en praktische handvatten.
Algemeen
-
Om huishoudens opnieuw te ondersteunen bij het betalen van hun energierekening, heeft het kabinet onderzocht of het mogelijk was om ook komende winter een subsidie toe te kennen via het Tijdelijk Noodfonds Energie. Dit bleek echter niet haalbaar binnen een publiek-private constructie. De redenen hiervoor zijn beschreven in de kamerbrief van 7 november.
Er is gezocht naar alternatieve manieren om huishoudens te ondersteunen. Dit gebeurde ook om uitvoering te geven aan de motie van Tweede Kamerlid Timmermans, die oproept tot een snel op te zetten publiek energiefonds en steun voor huishoudens die hun energierekening niet kunnen betalen. In samenwerking met de VNG zijn bestuurlijke oplossingen verkend. Voor de winter van 2025-2026 zijn vervolgens afspraken gemaakt tussen het Rijk en de VNG om inwoners te helpen via de bestaande gemeentelijke dienstverlening. Hiervoor ontvangen gemeenten een eenmalige bijdrage van 30 miljoen euro. Er wordt ingezet om vanaf de winter 2026-2027 een duurzaam publiek energiefonds in te richten.
-
Het bedrag van € 30 miljoen is tot stand gekomen vanuit twee bewegingen:
-
€ 20 miljoen van de middelen voor gemeenten is bedoeld om een extra impuls te geven aan de lokale aanpak energiearmoede, zoals deze in veel gemeenten met de Specifieke Uitkering (SPUK) aanpak energiearmoede is opgezet. Deze regeling heeft als doel huishoudens met energiearmoede te ondersteunen door middel van het toepassen van energiebesparende en energierekening verlagende maatregelen Deze SPUK middelen zijn in 2022 en 2023 uitgekeerd aan gemeenten en gemeenten mogen dit tot en met 2027 naar eigen inzicht besteden.
Voorbeelden:a. Energiehulp: energiecoaches of energiefixers die bewoners adviseren en helpen met kleine en middelgrote energiebesparende maatregelen. In het verlengde wordt ook voorzien in materialen zoals tochtstrips en radiatorfolie.
b. Witgoedregeling: (gedeeltelijke) vergoedingen voor energiezuinige apparaten zoals een koelkast of wasmachine.
c. Samenwerking NIP: het combineren van de SPUK-middelen met die van het Nationaal Isolatie Programma om huishoudens te ondersteunen bij het aanbrengen van bijvoorbeeld vloer- en dakisolatie.Ben je benieuwd naar voorbeelden uit het land? Op de website van Platform31 vind je verschillende praktijkverhalen van gemeenten, inclusief voorbeelden van wat er goed ging en welke knelpunten zij in hun aanpak zijn tegengekomen.
-
De overige € 10 miljoen van de middelen voor gemeenten is beschikbaar gesteld om inwoners te benaderen en beter te bereiken die bij de aanvraag van het Tijdelijk Energie Noodfonds in de winter van 2024-2025 hebben aangegeven open te staan voor ondersteuning bij het verlagen van hun energierekening en hebben toestemming gegeven om hun gegevens met gemeenten te delen. Het gaat om 151.000 huishoudens en het ministerie van SZW, Stichting TNE en de VNG ontwikkelen de mogelijkheid om de gegevens van deze huishoudens te delen met gemeenten.
De middelen zijn bedoeld voor:d. Extra personele inzet om deze groep te benaderen.
e. Met inwoners te bekijken wat er nodig is en waar inwoners voor in aanmerking komen binnen
het bestaande aanbod:
i. Potjescheck / berekenuwrecht / voorzieningenwijzer
ii. Minimaregelingen en bijzondere bijstand bij gemeenten
iii. Aanbod vanuit de lokale aanpak energiearmoede
f. Inwoners te ondersteunen bij een aanvraag van reeds bestaand landelijk of lokaal aanbod.
g. De verhoogde uitgaven door een toestroom naar het bestaande gemeentelijke aanbod, bekostigen.
-
-
Het is niet mogelijk om rechtstreeks inkomenssteun te bieden aan inwoners voor hun energielasten. De middelen en afspraken laten geen ruimte om een aparte lokale inkomensregeling voor energiearmoede in te richten, zoals bij de energietoeslag.
Wél kan worden gekeken of inwoners recht hebben op het bestaande aanbod. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, toegang tot de stadspas of de collectief aanvullende verzekering kan de benodigde ondersteuning bieden, afgestemd op de persoonlijke situatie van de inwoner en los van de energielasten.
Bijzondere bijstand voor energielasten is mogelijk wanneer de hoge energielasten voortkomen uit een bijzondere situatie, bijvoorbeeld door een chronische ziekte of beperking. Dit is vaak geregeld in de meerkostenregeling. Als deze bijzondere situatie ontbreekt dan krijg je voor energiekosten geen bijzondere bijstand, omdat deze kosten (hoe hoog ook) worden beschouwd als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en niet als een bijzondere situatie.
Gemeenten kunnen mensen met een laag inkomen en hoge energielasten dus ondersteunen binnen het bestaande aanbod.
-
Inwoners die (extra) bereikt worden, kunnen worden doorverwezen naar het bestaande aanbod. De extra kosten die hierdoor ontstaan, mogen worden gefinancierd uit de eenmalige impulsmiddelen van € 30 miljoen euro.
Financieel
-
- € 10 miljoen uit de SZW-begroting
- € 20 miljoen uit het amendement Grinwis (van in totaal € 50 miljoen, de overige € 30 miljoen gaat naar het meerjarige publieke energiefonds)
-
De middelen mogen door gemeenten naar eigen inzicht worden ingezet, passend bij de lokale situatie. Er is geen vaste verdeling van de € 30 miljoen; alles wordt via één Decentrale Uitkering verstrekt, ook al vindt de begrotingstechnische toekenning op verschillende momenten plaats. De tweesplitsing – een deel voor het bereiken van inwoners en een deel voor het bestaande lokale aanbod of de energieaanpak − is slechts een advies en kan geheel naar eigen inzicht worden toegepast.
-
- € 10 miljoen euro met de decembercirculaire
- € 20 miljoen euro met de meicirculaire
Gemeenten mogen op de uitbetaling vooruitlopen.
-
De energiearmoedepercentages van 2024 worden gebruikt in het verdeelmodel, zie dit document. Zelfstandig adviseur Martijn Schut heeft een berekening gemaakt wat dit voor jouw gemeente betekent.
-
Nee, de middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds en zijn ongeoormerkt. Gemeenten hoeven daarom niet apart te verantwoorden waaraan deze middelen worden besteed. Via het portaal waarmee de gegevens van TNE worden gedeeld, kunnen gemeenten wel enkele monitoringsvragen invullen. Dit geeft inzicht in het gebruik van de gegevens, bijvoorbeeld of het om nieuwe doelgroepen gaat, of contact mogelijk is en of passend hulpaanbod kan worden geboden. Deze inzichten worden gebruikt bij de inrichting van het meerjarige publieke energiefonds.
-
Nee, omdat het ongeoormerkte middelen zijn, zijn er geen voorschriften hoe snel deze middelen uitgegeven moeten worden. Tegelijkertijd moeten de uitgaven passen binnen de algemene begroting en jaarrekening. Zorg er daarom voor dat de middelen ook naar 2026 kunnen worden meegenomen. Controleer dit zorgvuldig binnen je gemeente.
-
Nee, deze middelen zijn niet bedoeld ter vervanging van de rol die het Tijdelijk Noodfonds Energie de afgelopen jaren heeft vervuld bij het bieden van directe inkomensondersteuning aan huishoudens. Het is ook niet de bedoeling dat gemeenten deze winter met de impulsmiddelen huishoudens op dezelfde wijze ondersteunen.
Ook al kunnen gemeenten deze winter geen structurele oplossingen bieden, de middelen maken het mogelijk om huishoudens via de data van TNE, en daarbuiten, aanvullend te ondersteunen binnen de bestaande gemeentelijke dienstverlening. Vooral voor gemeenten die hun middelen voor energiearmoede via de SPUK al hebben ingezet, vormen de impulsmiddelen een mogelijkheid om steun te bieden aan huishoudens die dat nodig hebben.
Gegevensuitwisseling Tijdelijk Noodfonds Energie
-
De gegevens van 151.000 huishoudens die openstaan voor ondersteuning kunnen worden gedeeld met gemeenten via een portaal. Op basis hiervan kunnen gemeenten inwoners benaderen en onderzoeken welke ondersteuning passend is. Begin december ontvangen gemeenten een samenwerkingsovereenkomst om deel te nemen aan de datadeling. Voor meer informatie hierover vind je op de website van VNG.
Inmiddels is het portaal, dat TNE in opdracht van het ministerie van SZW heeft gebouwd, gereed en hebben zo’n zes tot acht pilotgemeenten in november de data ontvangen. Na een (tussen)evaluatie met deze gemeenten in de eerste helft van december, is het doel dat alle gemeenten deze winter de mogelijkheid krijgen om de data van de huishoudens uit hun gemeente te ontvangen via het portaal. Op basis van die lijst kunnen gemeenten deze inwoners benaderen, met hen in gesprek over zorgen en vragen om vervolgens te onderzoeken waar ondersteuningsmogelijkheden zijn.
De VNG zal een handreiking opstellen over deze gegevensuitwisseling en de mogelijkheden voor het benaderen en bereiken van huishoudens. Deze ondersteuningsproducten worden tegelijk met het beschikbaar stellen van de gegevens voor alle gemeenten beschikbaar gemaakt, naar verwachting in januari 2026.
-
Na een succesvolle pilot in het najaar van 2025 is de samenwerking tussen het Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en gemeenten nu in een fase van gecontroleerde opschaling. Inmiddels zijn ruim 50 gemeenten aangesloten. In deze fase wordt getoetst hoe de data over huishoudens met een hulpvraag het beste kan worden ingezet om effectieve hulp te bieden bij energiearmoede.
Meer lezen? Ga naar vng.nl >
Staat jouw vraag er niet tussen? Meld het bij Erika Dekens. We vullen de Q&A aan met alle vragen die nog binnenkomen.