Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Niet loslaten als het ingewikkeld wordt’

Vooraanzicht van een jongere die in gesprek is met een persoon tegenover hem

‘Als jongeren morgen willen werken, hebben ze vaak morgen al een baantje. Maar daar gaat het ons niet om.’ Mariska van der Heijden zegt het beslist. Als jongerenconsulent én teamcoördinator van het jongerenteam van gemeente Oss ziet ze dagelijks hoe complex het leven van veel jongeren is geworden. ‘We ondersteunen jongeren om duurzaam te kunnen deelnemen, zodat ze over een paar jaar nóg stevig staan’

In Oss kiezen ze daarom bewust voor een andere aanpak, die aansluit bij de beweging van de Participatiewet in Balans: meer ruimte voor maatwerk, vertrouwen en menselijke maat. Jongeren kunnen al vanaf hun zestiende in beeld komen. Ze krijgen een vast aanspreekpunt en de begeleiding stopt niet zodra een jongere ergens anders aanklopt. Werk is daarbij nooit het enige onderwerp van gesprek.

Van snelle uitstroom naar duurzame participatie

Gemeente Oss werkt met tien gespecialiseerde jongerenconsulenten. Dat is relatief veel, zeker voor een middelgrote gemeente. Die keuze is bewust gemaakt. ‘We geloven heel erg in vitamine A’, zegt Mariska. ‘De A van aandacht. Alles wat je aandacht geeft, groeit.’ Die aandacht krijgt ook praktisch vorm. Jongerenconsulenten begeleiden gemiddeld 35 tot 40 jongeren, zodat ruimte ontstaat om verder te kijken dan werk of inkomen.

‘Vroeger lag de nadruk binnen de Participatiewet vaak op snelle uitstroom’, zegt Mariska. ‘Maar wij geloven daar niet in. Wij doen er liever een jaar langer over als iemand daarna op een plek terechtkomt die echt past.’ Dat betekent ook dat jongeren die nog niet klaar zijn voor werk, niet uit beeld verdwijnen. Sommige jongeren hebben eerst rust, behandeling of stabiliteit nodig. Anderen moeten schulden aanpakken of werken aan hun mentale gezondheid. ‘Wij kijken niet alleen naar wat iemand vandaag kan’, zegt Mariska. ‘We kijken vooral: wat heeft iemand nodig om uiteindelijk zelfstandig verder te kunnen? Wanneer werk nog een stap te ver is, kan een ander traject helpen om actief te worden, te werken aan structuur, afspraken na te komen of contacten aan te gaan. Hiervoor hebben we diverse mogelijkheden.’ 

Niet wachten tot problemen escaleren

Oss wacht niet tot jongeren 18 zijn. Vanaf 16 jaar werkt de gemeente samen met scholen en het Doorstroompunt voor jongeren die dreigen uit te vallen. Dat vroegtijdig signaleren blijkt essentieel. ‘De problematiek onder jongeren wordt steeds complexer’, aldus Mariska. ‘We zien meer multiproblematiek, meer mentale problemen, meer onzekerheid. Als je dan wacht tot iemand 18 is en al volledig is vastgelopen, ben je eigenlijk te laat.’

Juist daarom werkt Oss integraal. Jongeren worden niet alleen bekeken vanuit werk of inkomen, maar vanuit hun hele situatie. De gemeente sluit daarmee aan bij de zogenoemde Big5-benadering: wonen, inkomen, school of werk, sociaal netwerk en zorg.  ‘Werk is belangrijk’, zegt Mariska. ‘Maar als iemand geen stabiele woonplek heeft, schulden heeft of psychisch vastloopt, dan kun je wel blijven praten over werk - maar dan gebeurt er niks.’

Die bredere blik vraagt ook om een andere houding van professionals. Niet denken in standaardroutes, maar in mogelijkheden. Mariska: ‘We proberen jongeren niet in een systeem te duwen. Iedereen heeft een andere route nodig.’

We duwen jongeren niet in een systeem. Iedereen heeft een andere route nodig.

Geen loket, maar een gezicht

Een belangrijk uitgangspunt in Oss: jongeren moeten weten bij wie ze terechtkunnen. Daarom krijgen jongeren snel een vaste contactpersoon. ‘Binnen 48 uur krijgt iemand reactie’, vertelt Mariska. ‘En meteen een naam en telefoonnummer van iemand die betrokken blijft.’ Dat contact verloopt vaak heel anders dan traditionele dienstverlening. Jongeren appen liever dan dat ze bellen. Afspraken vinden plaats op school, in een wijkcentrum of in de bibliotheek, niet per se op het gemeentehuis. ‘We proberen zo laagdrempelig mogelijk te werken’, zegt ze. ‘Voor sommige jongeren is binnenstappen in een gemeentehuis al een enorme drempel.’

Die persoonlijke benadering maakt verschil, merkt ze dagelijks. Jongeren voelen zich sneller gezien en durven eerder hulp te accepteren. ‘Wij blijven betrokken’, benadrukt Mariska. ‘Ook als iemand ambulante begeleiding krijgt of richting GGZ gaat. We laten jongeren niet los. Juist die continuïteit maakt vaak het verschil.’

Gemeente Oss werkt binnen het sociaal domein steeds meer wijkgericht. Professionals werken nauw samen in wijkteams en proberen ondersteuning zo dichtbij mogelijk te organiseren. Voor jongerenconsulenten geldt daarbij één belangrijk uitgangspunt: de relatie met de jongere staat centraal. Ook als een jongere verhuist naar een andere wijk - iets wat binnen deze doelgroep regelmatig gebeurt - blijft dezelfde consulent betrokken.

We laten jongeren niet los.

Integraal samenwerken betekent samen optrekken

De jongerenaanpak in Oss draait om intensieve samenwerking met andere partijen. Jongerenconsulenten werken dagelijks samen met Wmo-professionals, wijkteams, scholen, ambulante begeleiding, schuldhulpverlening en zorgorganisaties. Volgens Mariska zit de meerwaarde vooral in hóé die samenwerking wordt ingevuld. ‘Veel jongeren verdwalen als ze van loket naar loket worden gestuurd’, zegt ze. ‘Dus wij proberen juist samen op te trekken.’ Dat gebeurt soms heel praktisch. Een consulent gaat bijvoorbeeld mee naar de huisarts om een verwijzing naar GGZ te regelen. Of ondersteunt een jongere bij gesprekken met hulpverlening. ‘Sommige jongeren hebben prachtige plannen’, zegt ze. ‘Maar het lukt nog niet om die zelfstandig uit te voeren. Dan zijn wij tijdelijk die stok achter de deur.’ Die aanpak vraagt flexibiliteit van professionals. Niet standaard verwijzen, maar maatwerk organiseren. ‘Het is echt creatief omgaan met regels, budgetten en mogelijkheden’, zegt Mariska. ‘Steeds opnieuw kijken: wat helpt deze jongere nu écht verder?’

Vertrouwen als vertrekpunt

De aanpak in Oss vraagt ook om een andere kijk op handhaving en verplichtingen. De gemeente kiest bewust voor vertrouwen en motivatie in plaats van snelle sancties. ‘We leggen relatief weinig maatregelen op’, zegt Mariska. ‘We zoeken eerst de toenadering. Wat speelt er? Waarom lukt iets niet? Wat heeft iemand nodig?’ Dat betekent niet dat alles vrijblijvend is. Jongeren worden wel degelijk aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Maar de insteek blijft: aansluiten bij intrinsieke motivatie. ‘Als jongeren voelen dat iemand naast hen staat in plaats van tegenover hen, ontstaat er veel meer beweging.’ Volgens Mariska sluit juist dat goed aan bij de ontwikkeling richting Participatiewet in Balans. ‘De wet geeft steeds meer ruimte voor maatwerk en menselijke maat. Maar uiteindelijk zit het verschil vooral in hoe je als professional kijkt naar jongeren.’

‘We blijven, ook als het moeilijk wordt’

De jongerenaanpak in Oss is geen kant-en-klare blauwdruk voor andere gemeenten. Maar Mariska hoopt wel dat andere professionals zich herkennen in de uitgangspunten. ‘Je hoeft niet meteen alles om te gooien’, zegt ze. ‘Maar kijk kritisch naar je eigen processen. Hoe toegankelijk ben je echt? Hoeveel ruimte krijgen professionals? En voelen jongeren dat er iemand naast hen staat?’ Volgens haar begint succesvolle jongerenparticipatie uiteindelijk bij relaties. ‘Jongeren hebben vaak al veel teleurstellingen meegemaakt’, zegt ze. ‘Dan maakt het ontzettend veel uit als iemand blijft. Ook als het even misgaat.’ En precies daar zit volgens haar de kern: ‘Jongeren hebben geen behoefte aan nóg een loket. Ze hebben behoefte aan mensen die blijven kijken wat nodig is om weer verder te kunnen.’

Zo versterkt Oss het netwerk van jongeren met de JIM-methodiek

Gemeente Oss werkt binnen de jongerenaanpak met de JIM-methodiek: Jouw Ingebrachte Mentor. Daarbij kiest een jongere zelf een vertrouwd persoon uit het eigen netwerk die actief betrokken wordt bij de begeleiding. Dat kan een familielid zijn, maar ook een buur, docent, coach of andere belangrijke volwassene. De aanpak helpt om ondersteuning minder afhankelijk te maken van professionals alleen. Juist een stabiel netwerk zorgt voor meer rust, vertrouwen en continuïteit. ‘Professionele hulp is belangrijk’, zegt Mariska van der Heijden-Savelkoels. ‘Maar uiteindelijk wil je ook dat jongeren mensen om zich heen hebben op wie ze kunnen terugvallen.’

Wat levert de JIM-methodiek op?

  • Jongeren houden meer regie;
  • Het informele netwerk wordt versterkt;
  • Ondersteuning blijft minder afhankelijk van professionals;
  • Er ontstaat meer continuïteit;
  • Jongeren voelen zich sneller gesteund.

Mariska: ‘Je ziet dat jongeren sterker worden als steun niet alleen van professionals komt. Juist mensen uit het eigen netwerk blijven vaak langdurig betrokken.