Het Praathuis: laagdrempelig Nederlands oefenen in de bibliotheek
Je leert een taal pas echt in de praktijk. Daarom is het voor inburgeraars belangrijk dat ze naast de wekelijkse taallessen – het formele taalaanbod – oefenen met wat ze hebben geleerd. Ze kunnen daarbij hulp krijgen van vrijwilligers, bijvoorbeeld in de bibliotheek. Dit informele aanbod vormt een goede aanvulling op de taallessen. In Heerenveen kunnen inburgeraars hiervoor twee keer per week naar het Praathuis in de bibliotheek.
Drie tips voor gemeenten
- Houd het laagdrempelig. Kies een vertrouwde plek waar mensen makkelijk durven binnenlopen, zoals de bibliotheek.
- Sluit aan op het formele taalaanbod. Zorg dat klantmanagers en taalaanbieders weten welk informeel aanbod er is en actief kunnen doorverwijzen.
- Maak gebruik van bestaande middelen. Kijk hoe informeel taalaanbod kan aansluiten bij de aanpak van laaggeletterdheid.
In Heerenveen werken gemeente, taalaanbieders en bibliotheek nauw samen om inburgeraars zo goed mogelijk te ondersteunen bij het leren van Nederlands. Stavoor en Firda verzorgen het formele taalaanbod. Daarbij is Stavoor verantwoordelijk voor de Z-route en de B1-route, en Firda voor de Onderwijsroute.
Het aanbod voor inburgeraars valt binnen de brede aanpak van laaggeletterdheid van de gemeente. ‘We werken met een aanjager laaggeletterdheid die samen met partners nieuw aanbod ontwikkelt en bestaande initiatieven met elkaar verbindt’, vertelt Johan Tijsma, beleidsregisseur sociaal domein bij de gemeente Heerenveen. ‘Met de komst van de Wet inburgering 2021 werd duidelijk dat ook veel inburgeraars behoefte hebben aan extra taalondersteuning. Die behoefte konden we mooi verbinden aan onze bestaande aanpak van laaggeletterdheid. Samen met de bibliotheek hebben we geregeld dat het Praathuis er kwam.’
Laagdrempelig oefenen in kleine groepjes
De bibliotheek financiert het Praathuis. ‘We doen dit vanuit onze rol op het gebied van basisvaardigheden, waar taal en digitale vaardigheden bij horen’, vertelt Anke de Jong, domeinspecialist basisvaardigheden bij Bibliotheken Mar en Fean. ‘Mijn collega Lisette de Bruijn organiseert het Praathuis twee keer per week, samen met een groep vrijwilligers. Iedereen is welkom om op een laagdrempelige manier Nederlands te oefenen. De vraag van de deelnemers staat hierbij altijd centraal. Ze oefenen bijvoorbeeld een gesprek met de buurman of bij de huisarts. Dat doen ze in kleine groepjes van twee of drie personen.’ Het Praathuis heeft ongeveer vijftien deelnemers per keer, meestal inburgeraars die de Z-route volgen, maar ook mensen die het inburgeringstraject al hebben afgerond. Want ook dan blijft het belangrijk om de Nederlandse taal zoveel mogelijk te oefenen.
Ik kom naar het Praathuis om mijn Nederlands te verbeteren en om mee te doen. Er gaan nieuwe deuren voor me open. Hier kan ik extra oefenen met dingen die ik moeilijk vind en vragen stellen over belangrijke dingen. Ik heb veel nieuwe uitdrukkingen geleerd en dingen geleerd over gebruiken, tradities en feestdagen.
Mensen op de wachtlijst komen vast in aanraking met de taal
Sommige mensen komen zelf op het Praathuis af. Maar de gemeente en de taalaanbieder bieden de optie ook actief aan inburgeraars aan. ‘Soms verwijzen we mensen door die nog op de wachtlijst staan voor de Z-route of B1-route bij Stavoor’, vertelt Johan. ‘Ze kunnen dan in elk geval vast met de taal in aanraking komen en mensen ontmoeten. Anders zitten ze alleen maar te wachten. En inactiviteit kan leiden tot passiviteit, wat natuurlijk geen goede start van de inburgering is. Door naar het Praathuis te gaan, blijven ze betrokken.’
Statushouders oefenen in het Praathuis met vrijwilligers de Nederlandse taal.
Fotografie: Majella Geerdink
Ik kom naar het Praathuis om goed Nederlands te leren. In het Praathuis leer ik beter lezen, praten en schrijven. Het is fijn dat je in kleine groepjes les krijgt.
Samen op pad met Praat Buiten
Sinds eind 2024 biedt de bibliotheek in samenwerking met de buurtsportcoaches van Sport Fryslân ook Praat Buiten aan. Al wandelend gaan de deelnemers met elkaar in gesprek. Johan: ‘Deelnemers vinden dit heel prettig. Je praat soms makkelijker als je naast iemand loopt dan wanneer je tegenover elkaar zit.’ Tijdens de wandeling doen de deelnemers vaak extra beweegoefeningen. ‘Ook gaan ze tijdens zo’n wandeling langs de sportvoorzieningen van Sportstad Heerenveen of lopen ze even een museum binnen’, vertelt Anke. ‘Zo maken ze meteen kennis met allerlei voorzieningen in Heerenveen.’
Goede aanvulling op het formele taalaanbod
Het Praathuis laat zien hoe informeel taalaanbod een goede aanvulling is op het formele taalaanbod. Inburgeraars durven buiten de veilige omgeving van de taalschool hun Nederlands te oefenen en leren meteen nieuwe dingen over de Nederlandse cultuur. Doordat informeel taalaanbod aansluit bij de brede aanpak van laaggeletterdheid, kunnen gemeente en bibliotheek dit aanbod met bestaande middelen organiseren en flexibel inzetten naast de taallessen.
Belang van taalcoaching als aanvulling op taalles
Een van de belangrijkste factoren voor het succesvol leren van een taal is taalcontact. Juist dat blijkt een grote uitdaging: veel anderstaligen geven aan dat ze weinig contact hebben met mensen die Nederlands spreken. Taalcoaching door vrijwilligers (informeel aanbod) vormt een essentiële aanvulling op formele taalles om taalcontact te bevorderen, meters te maken en het netwerk van nieuwkomers te vergroten.
Lees meer over het belang van taalcoaching in de handreiking Kwaliteit van taal in de inburgering.