Overslaan en naar de inhoud gaan

Ondermijning en het sociaal domein: een nieuw perspectief

Laatste update: 10 augustus 2026

Twintig rozen

Livde

Twintig rozen staan er op haar lichaam. Ze staan symbool voor de twintig instellingen waar ze heeft gewoond en vaak wegliep. Livde leerde op jonge leeftijd al te overleven. ‘Bang? Dat leer je wel af. In de jeugdzorg en op straat is het eten of gegeten worden.’

Haar verhaal had heel anders uit kunnen pakken. Livde vertelt hoe een vriend haar overtuigde om met een man te slapen voor geld. Ze had zich mooi opgetut, van de vriend had ze een nieuw lingeriesetje gekregen. ‘Ik stapte daarbinnen, zag die man liggen en ben omgedraaid. Ik kon het niet.’ Livde was vijftien.

Het was een belangrijke grens die ze voor zichzelf trok. Haar lichaam verkopen deed ze niet. Maar ze moest wel aan geld komen. Ze was voor de zoveelste keer weggelopen uit een jeugdinstelling. Vrienden stelden voor om een pizzabezorger te beroven. ‘Ik heb zelf niet echt iets gedaan, maar wist wel wat ze van plan waren. Ze hebben mijn telefoon gebruikt om te bellen.’

Ze glimlacht. ‘Mensen hebben geen idee, ze kennen die wereld niet. Iedereen in Rotterdam zat wel met een half of heel been in de criminaliteit. Snel geld verdienen was die tijd zo makkelijk en vanzelfsprekend.’

Iedereen in Rotterdam zat met een half of heel been in de criminaliteit

Blauwe plekken

Dat de wereld niet eerlijk was, ontdekte ze als kind al. Thuis speelde er van alles. Na de scheiding groeiden de geldzorgen en begon haar moeder haar te slaan. Op school ging Livde zich anders gedragen. ‘Aandacht vragen op de verkeerde manier’, noemt ze het nu. 

‘Ik kwam soms met blauwe plekken naar school, ik begon tegen een juf te praten. En die dag vergeet ik nooit meer. Ik kwam thuis en toen zaten er twee vrouwen op de bank. “We gaan jou meenemen”, vertelden ze. Ik begreep er helemaal niets van. Hoezo halen jullie mij weg? Waarom praten jullie niet met mijn moeder? Zeg gewoon dat ze niet meer mag slaan!’

Livde kwam in een crisisopvang terecht. ‘Ik miste haar heel erg, weigerde te eten. Ik wilde alleen maar naar huis. Na een half jaar ben ik weer teruggegaan naar huis. Een jaar lang ging het goed. We stonden nog onder toezicht. Maar toen dat was afgelopen begon het weer, de dag dat de laatste hulpverlener verdween. "Nu ben ik weer de baas in huis", zei ze.’

Eten of gegeten worden

Het geweld ging door. Op haar twaalfde werd ze opnieuw uithuisgeplaatst. ‘Ik heb daarna nooit meer thuis gewoond. Ik heb op twintig verschillende locaties gezeten, twintig keer mijn koffers gepakt. Door heel Nederland. Daarom heb ik ook deze rozen laten tatoeëren.’ De jeugdzorg heeft haar gevormd, klinkt het sarcastisch. ‘Ik zat met jongeren die zichzelf snijden, die drinken, die vechten. Bang zijn, angstig? Dat leer je snel af. Het is echt eten of gegeten worden.’ 

Lange tijd woonde ze samen met heel veel beschadigde jongeren. Ze sloot zichzelf af, bouwde achter die vrolijke lach een enorme muur. Liep weg. Werd opgepakt voor ‘domme dingen’. ‘Elke keer ging ik weer terug naar Rotterdam. Ik kreeg dat vriendje dat me in de prostitutie wilde laten werken.’ 

Af en toe had ze contact met haar voogd. Ze had een goede band met haar. Het was lange tijd een van de weinige constante mensen in haar leven. ‘Ik weet nog dat justitie me zocht en me niet kon vinden. Maar mijn voogd wel. Ik sprak haar elke week.’

Uitzicht op zendmast

Ze heeft lange tijd in een overlevingsmodus gestaan, zegt ze. Ze vertelt over die gewapende overval op de pizzakoerier. Over de jongen die het pistool als grap tegen haar hoofd hield. ‘Het was echt leipe shit, gewoon.’  

Na de overval kwam ze in de gesloten jeugdzorg terecht. ‘De officier van justitie zag me ook als slachtoffer, was bang dat ik werd gedwongen.’ Dat gebeurde vaker met meiden, weet ze. ‘En dat weten de mannen natuurlijk ook. Daarom zetten zij graag vrouwen of meiden in. Minder verdacht.’

Gewerkt

Livde leerde voor zichzelf te zorgen. ‘Ik heb vanaf mijn zeventiende altijd wel gewerkt. In de horeca, heel veel uren gemaakt, ben nog met een koksopleiding begonnen.’ Corona gooide echter haar leven overhoop. Haar relatie ging uit, geen werk meer en wel huur van 800 euro. Ze liet zich overhalen vijftig hennepplanten op zolder te zetten. ‘Ik zou één draai doen.’ 

Op een avond, ze kwam thuis met een vriendin, bleek haar zolder te zijn leeggehaald. ‘Ik meteen die mensen van de planten bellen. Stonden er ineens gewapende mannen in de kamer. Ik was zo boos, zo boos. Ze wilden mij verantwoordelijk stellen. Dat gaan we niet doen, heb ik gezegd. Ik heb geen geld en jullie krijgen helemaal niets.’ Niet veel later viel de politie binnen. ‘Ik moest een nacht op het bureau slapen, heb niets gezegd. Ik ga de rest van mijn leven niet over mijn schouder lopen kijken.’

Voor Livde was die periode een keerpunt. ‘Ik was toen ook net zwanger van mijn dochter, werkte weer in de horeca. En besloot mijn leven 180 graden om te gooien. Ik wil niets meer te maken hebben met criminaliteit.’

Moeder en kind

Of het snelle geld niet meer trekt?

‘Tot op de dag van vandaag wordt er nog wel eens in mijn oor gefluisterd. Wil je dit doen, wil je dat doen? Maar ik wil dat gewoon niet meer. Je moet stevig in je schoenen staan, het wordt je zo makkelijk gemaakt. Maar als je gepakt wordt, dan ben je veel verder van huis. Ik ben nu zelf de studie social work begonnen. Ik wil als ervaringsdeskundige aan het werk.’

Ze wil al die harde lessen die ze zelf heeft geleerd, inzetten om jonge meiden te helpen. Ze loopt nu stage bij Team Enkelband. Ze weet hoe belangrijk de houding van een hulpverlener is. Al bij die eerste kennismaking kan veel fout gaan. ‘Ik heb er zoveel professionals voorbij zien komen. En dan zat er weer iemand die zei dat ze me begreep. Ik klapte vaak helemaal dicht. Zeg dat niet, je hebt geen idee. Je weet helemaal niets.’

Luisteren, zonder oordeel. Daar gaat het om. En niet loslaten. ‘Ik denk echt dat jongeren vaak boos zijn en veel tegengas geven omdat ze zich niet begrepen, niet gezien voelen.’ En wanneer het over boze meiden gaat? ‘Wees je ervan bewust dat ook vrouwen al diep in de criminaliteit kunnen zitten, zonder dat iemand het doorheeft. Ze spelen soms de slachtofferrol. Dat heb ik zelf ook gedaan. Dat is overleven.’