Overslaan en naar de inhoud gaan

Signalen van niet integer handelen door aanbieders

Met de uitbreiding van gemeentelijke taken in het brede sociaal domein zijn er nieuwe uitdagingen ontstaan op het gebied van fraudebestrijding. Gemeenten moeten nog ervaring opdoen met handhaving en naleving. Exacte cijfers over de totale omvang van fraude in het sociaal domein zijn niet beschikbaar. Wel is duidelijk dat het om aanzienlijke bedragen kan gaan die voor criminelen aantrekkelijk zijn, gezien de grote sommen geld die omgaan in sectoren als de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet.

Daar waar de fraudebestrijding onder de Participatiewet wellicht te zwaar op de hand was, blijkt uit een aantal onderzoeken dat de fraudealertheid in het brede sociaal domein laag te noemen is. In Jeugdzorg, WMO en Schuldhulpverlening ligt het (financieel) grootste risico op fouten, fraude, misbruik van cliënten, onjuiste facturering en overbehandeling door de aanbieders. Dit is anders en veel lastiger dan gemeenten vaak verwachten vanuit hun ervaring met de bijstandswetgeving, waar het immers meestal de bijstandsgerechtigde is die gecontroleerd wordt. Het vraagt om andere kennis en vaardigheden van medewerkers. 

We worden vanwege de lage fraudealertheid nog regelmatig opgeschrikt door berichten over fraude en oplichting in het sociaal domein door (medewerkers van) aanbieders. Gemeenten die met enige regelmaat controleren of hun leveranciers integer zijn lopen tegen een waaier van signalen aan dat er iets mis is. Toch blijkt er met deze signalen (te) weinig te worden gedaan. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend, maar gebrek aan kennis, tekort aan deskundige medewerkers, de angst om bepaalde voorzieningen niet meer te kunnen garanderen, (politieke) gevoeligheid ten aanzien van de persoon van de aanbieder of simpelweg wegkijken, komen we allemaal tegen.

Gesteld kan worden dat fraude in het sociaal domein een serieus probleem is dat aandacht verdient. Door bewustwording, preventie en gerichte handhaving kunnen gemeenten en andere betrokken partijen bijdragen aan het terugdringen van fraude en het waarborgen van een rechtmatige besteding van zorggelden.

We onderscheiden verschillende signalen van niet-integer handelen, variërend van foutjes in de administratie tot regelrecht crimineel handelen:

  • Leveren van meer of andere, in de regel duurdere voorzieningen dan gevraagd.
  • Declareren van meer of andere (duurdere) voorzieningen dan daadwerkelijk geleverd of zelfs declareren van voorzieningen zonder deze daadwerkelijk te leveren, de zogenaamde spookzorg
  • Misbruik van persoonlijke gegevens van cliënten of het gebruik van vervalste VOG's (Verklaring Omtrent Gedrag) en diploma's van medewerkers.
  • Mishandeling en verwaarlozing van cliënten die afhankelijk zijn van gemeentelijke voorzieningen of diefstal van hun bezittingen.
  • Aanbieders gebruiken ingewikkelde bedrijfsconstructies om toezicht te bemoeilijken. Ze gaan failliet bij de start van een onderzoek en de eigenaars/directeuren duiken elders op met een nieuwe onderneming.
  • Onveilige werk- en leefomgeving. Dit betreft signalen over onveilige situaties voor zowel cliënten als zorgverleners.
  • Betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit. Sommige aanbieders werden gelinkt aan andere criminele activiteiten, met name drugshandel.
  • Schenk bijzondere aandacht aan de integriteit van bureaus die voorzieningen als PGB’s of schuldenbewind grootschalig aanvragen en beheren voor hun klantenbestand met een homogene samenstelling. Soms religieus van aard, soms naar land van herkomst. Laat je daarbij niet afschrikken door de onvermijdelijke beschuldigingen van discriminatie.

Door hetgeen in deze handreiking staat te volgen en waakzaam te blijven voor signalen van niet-integere praktijken, kun je als manager een belangrijke bijdrage leveren aan een effectieve en verantwoorde inkoop in het sociaal domein.