Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Bijstandsbudget 2021

Laatste update:

1 Terugblik 2021

In deze terugblik 2021 gaan we uit van de toen bestaande gemeenten. In de overige hoofdstukken gaan we uit van de gemeenten zoals die bestonden in 2022. Dit verbetert de vergelijkbaarheid over de jaren heen. Wel kan dat een enigszins vertekend beeld opleveren: fusiegemeenten vallen nu eerder onder de categorie ‘grote gemeenten’, terwijl de voormalige gemeenten vaak onder de categorie ‘kleine’ of ‘middelgrote gemeenten’ vielen.

In oktober 2022 zijn de definitieve inkomsten en uitgaven van gemeenten over 2021 bekendgemaakt. Op basis hiervan kunnen we zien hoe deze uitgaven zich verhouden tot het vastgestelde macrobudget. Over 2021 is er sprake van een landelijk overschot van 244 miljoen euro.

Budget

Het budget voor de bijstand bedroeg in 2021 6.385 miljoen euro. Hiervan worden de kosten voor de Vangnetregeling (2019) afgetrokken. Het totaal te ontvangen budget voor de bijstandsuitkeringen komt daarmee in 2021 op 6.372 miljoen euro.

Bedragen in euro’s 2021  
Macrobudget gebundelde uitkering € 6.385,3 miljoen
Kosten vangnetregeling (2019) € 13,8 miljoen
Totaal baten (terugvordering en verhaal BUIG-uitkeringen) € 127,3 miljoen
Bijstandslasten € 6.268,4 miljoen
Netto-lasten (lasten – baten) € 6.141,1 miljoen
Restsaldo (budget - netto-lasten) € 244,2 miljoen

Uitgaven

De totale lasten bedroegen in 2021 6.268 miljoen euro. Dat resulteert in een restsaldo van 244,2 miljoen euro. Dit is 3,8% van de 6.489 miljoen euro aan beschikbare middelen (budget + baten).

Overschotten en tekorten

Ten opzichte van 2020 zijn er in 2021 iets meer gemeenten met een tekort geweest. Maar dit aandeel ligt lager dan in 2019 en 2018. Kijken we naar het totaal tekort (restsaldo) van deze gemeenten, dan ligt dit met 56 miljoen euro wel lager dan in 2020 (66 miljoen euro).

Bij een uitsplitsing van de verdeling van tekorten en overschotten in 2021 naar gemeentegrootte, valt in de vergelijking met het voorgaande jaar (2020) op dat er bij alle gemeentegrootten meer tekorten zijn. Maar bij de grootste en kleinste gemeenten is het verschil het sterkst. Het is goed om hierbij in ogenschouw te nemen dat dit ook kleinere populaties gemeenten (32 en 41) zijn.

Vangnetuitkering

Gemeenten met een groter tekort dan de eigen risicodrempel, kunnen een beroep doen op de Vangnetuitkering. De kosten voor deze vangnetuitkeringen worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen.

Een gemeente komt in aanmerking voor de regeling als er een tekort van meer dan 7,5% op het definitieve budget van 2021 is én er sprake is van een cumulatief tekort van meer dan 7,5% over de jaren 2019, 2020 en 2021, berekend over het definitieve budget 2021. Gemeenten die in aanmerking komen voor de vangnetregeling krijgen de helft van hun tekort tussen 7,5 en 12,5% vergoed. Alles boven de 12,5% krijgen zij volledig vergoed. 

Voor de aanvraag van een vangnetuitkering dient een gemeente een verklaring op te stellen met een analyse van de oorzaken van het tekort en welke maatregelen zijn genomen om het tekort terug te dringen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. De Toetsingscommissie vangnet Participatiewet beoordeelt deze aanvragen en adviseert de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioen over het al dan niet toekennen van een vangnetuitkering. Voor 2021 is aan 7 gemeenten een vangnetuitkering Participatiewet toegekend voor in totaal 1,2 miljoen euro.