Overslaan en naar de inhoud gaan

Werk en inkomen

Wi2021: In (zeer) sterk stedelijk gebied werken vrouwelijke statushouders vaker

Wanneer we kijken naar het type gemeente (inwoneraantal en stedelijkheid), dan zien we geen duidelijk verschil in arbeidsparticipatie bij de groep vrouwelijke statushouders onder de Wi2013. Bij de statushouders die inburgeren onder de Wi2021 lijkt er wel een samenhang te zijn tussen meer arbeidsparticipatie en het wonen in een grotere stad. Dit geldt voor vrouwen en mannen. 

We moeten ons blijven realiseren dat de populatie onder de Wi2013 groter is en al langer in Nederland woont. De twee groepen zijn daarom niet helemaal vergelijkbaar.

Grafiek: aandeel werkende statushouders tov gemeentegrootte onder de wi2013
Grafiek: aandeel werkende statushouders tov stedelijkheid onder de wi2013
Grafiek: aandeel werkende statushouders tov gemeentegrootte onder de wi2021
Grafiek: aandeel werkende statushouders tov stedelijkheid onder de wi2021

Er zijn een aantal mogelijke verklaringen mogelijk voor het feit dat vrouwelijke statushouders onder de Wi2021 in stedelijkere gebieden iets vaker lijken te werken. Zo zouden er in sommige gebieden meer mogelijkheden zijn om taalcursussen op hogere niveaus te volgen dan in kleine dorpen. Dit is erg belangrijk, omdat uit onderzoek blijkt dat het leren van de Nederlandse taal een belangrijke hindernis is bij het vinden van betaald werk. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

Ook blijkt het voor kleine(re) gemeenten lastiger om tijdens de brede intake een goed beeld te vormen van de (arbeids)participatiemogelijkheden en wensen van inburgeraars. Waar grotere gemeenten vaak een introductieprogramma aanbieden waaruit veel overzichtelijke informatie verkregen wordt, is het introduceren van dergelijke programma's voor kleine(re) gemeenten lastig, vanwege de lage aantallen inburgeraars en de onzekerheid over het moment van huisvesting.

Regionale verschillen

Daarnaast blijkt uit onderzoek naar vergunninghouders die eind jaren ‘90 naar Nederland kwamen dat de regio waarin zij zich vestigen veel invloed heeft op arbeidskansen. De kans op het vinden van werk en de kwaliteit van de arbeidsmarkt variëren per regio, waarbij de kans dat vergunninghouders na tien jaar een baan hebben in sommige regio’s (meer stedelijke regio's als Midden-Utrecht en Midden-Holland) tot anderhalf keer hoger is dan in andere regio’s (regio’s als Zuid-Limburg). Stedelijke gebieden bieden over het algemeen een bredere en meer diverse arbeidsmarkt, die mogelijk beter aansluit op de vaardigheden en aspiraties van (mannelijke en vrouwelijke) statushouders. 

Als we de cijfers van arbeidsparticipatie van de totale populatie onder de Wi2013 op arbeidsmarktregioniveau vergelijken, dan zien we een aantal regio’s waar relatief veel vrouwelijke statushouders aan het werk zijn. In een aantal regio’s is de algehele arbeidsparticipatie hoog, maar is er nog steeds een groot procentueel verschil tussen mannelijke en vrouwelijke statushouders:

  • Noordoost Brabant: 30% van de vrouwelijke statushouders aan het werk, met een verschil van 17 procentpunt tussen aandeel werkende vrouwelijke en aandeel mannelijke statushouders.
  • Groot-Amsterdam: 29% vrouwelijke statushouders aan het werk, met een verschil van 13 procentpunt tussen vrouwen en mannen.
  • Flevoland: 27% vrouwelijke statushouders aan het werk, met een verschil van 12 procentpunt tussen vrouwen en mannen.