De menselijke maat: hoe pak je de ruimte?
Laatste update:Een juridische gereedschapskist voor de menselijke maat - Gijsbert Vonk
Afgelopen jaar is Gijsbert Vonk, hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, helemaal in de ‘fascinerende wereld van gemeentelijke regelingen’ gedoken met als onderzoeksvraag: hoe kan de menselijke maat daar centraler gesteld worden?
Wil je als gemeente de menselijke maat toepassen zonder in strijd te komen met het recht? Verdiep je dan in deze gereedschapskist.
Vonk trapt af met een reflectie op de Toeslagenaffaire. Hij ziet parallellen met het gemeentelijk sociaal domein, met name bij de uitvoering van de bijstand. Vonk: ‘Er is een systeem gecreëerd dat erg de nadruk legt op verplichtingen en waarbij de rechten van de mens wat zijn weggemoffeld. Dit verstoort de balans tussen rechten en plichten.’ Het resultaat? Een enorme machtsconcentratie met veel juridische bevoegdheden bij de overheid.
De hoogleraar verwijst naar checks and balances, waarbij de inwoner ook tegenmacht moet kunnen organiseren; via het parlement of via de rechter. ‘Het probleem dat we bij de toeslagenaffaire zien is dat de planeten van de rechter, uitvoering en de wetgever lange tijd in dezelfde lijn zijn komen te staan. En elkaar niet meer corrigeerden. Totdat het hele systeem in elkaar is gedonderd.’
Zoektocht naar de heilige graal
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het ministerie van Sociale Zaken, de rechterlijke macht en de uitvoering doen momenteel aan soulsearching, of wat Vonk ‘de herontdekking van de menselijke maat en een zoektocht naar de heilige graal’ noemt. Volgens Vonk kijken veel gemeenten naar het ministerie van Sociale Zaken; kan de Participatiewet niet veranderd worden? Het ministerie kijkt op haar beurt naar de uitvoering. En de voorzitter van de centrale raad van beroep vindt dat het van de wetgever moet komen. Vonk: ‘Er wordt teveel naar elkaar gekeken. De uitdaging is om eigen verantwoordelijkheid te nemen.’
Een verkeerd denkbeeld
‘In de uitvoering van de Participatiewet valt het mij op dat het beeld is ontstaan dat het nu eenmaal zo moet, omdat dat juridisch verplicht is’, zegt Vonk. ‘Terwijl het denkbeeld dat er maar één manier is om de Participatiewet te interpreteren en toe te passen, niet juist is.’ Als voorbeeld noemt Vonk het giftenbeleid. In de gemeentelijke regelingen worden deze gezien als middelen en daarmee van de van de bijstandsuitkering afgetrokken. Terwijl in de Participatiewet het omgekeerde staat.
Een meer diverse bezwaarschriftencommissie
Bezwaarschriftprocedures zijn het voorportaal van de rechterlijke toets. Vonk: ‘Het is belangrijk ervan bewust te zijn dat dit een deel van de tegenmacht is.’ Hij merkt op dat bezwaarschriftencommissies zich vaak identificeren met ‘gestolde wetstoepassing’ en daardoor minder corrigeren op de menselijke maat. ‘Vaak worden die commissies bemenst door ambtenaren uit andere gemeenten. Ik denk dat je daarmee heel erg zelfbevestigend bezig bent’, zegt Vonk. Een diverse samenstelling van de bezwaarcommissie is volgens hem belangrijk om het echt anders te gaan doen.
Juridische gereedschapskist voor de menselijke maat
Wat kunnen gemeenten nog meer doen om de menselijke maat centraler te stellen? Vonk: ‘De rechtsstaat reikt allemaal gereedschap aan om in individuele situaties en soms nog ruimer dan dat van de strikte wettelijke norm af te wijken.’ Vonk geeft een opsomming van de belangrijkste juridische gereedschappen: 1. opportuniteit; 2. open normen; 3. inherente afwijkingsbevoegdheid; 4. het harmonisatiewet-arrest: wat de wetgever niet bedacht heeft, hoeft ook niet te worden uitgevoerd; 5. evenredigheidstoetsing; 6. grondrechten; 7. buitenwettelijk begunstigd beleid.
‘Wil je als gemeente de menselijke maat toepassen zonder in strijd te komen met het recht? Verdiep je dan in deze gereedschapskist. Samengevat betekent het namelijk dat je nooit strenger mag besluiten dan de wet, maar wel altijd gunstiger voor je cliënt’, sluit Vonk af.