Gemeenten moeten alert zijn op het financiële reilen en zeilen van aanbieders van jeugdhulp. Dat zegt Divosa naar aanleiding van onderzoek dat in opdracht van het ministerie van VWS is uitgevoerd: bij bijna de helft van de onderzochte aanbieders is er mogelijk iets niet in de haak. Het gaat daarbij om zaken als rendementen, kosten van onderaannemers, huur en leasekosten, loonkosten en personeelskosten. Uit het onderzoek blijkt verder dat bijna eenderde van de jeugdhulpaanbieders rendementen van meer dan 7% behaalt. Een hoger rendement dan 7% wordt als buitensporig gezien.

De meeste van deze jeugdhulpaanbieders maken gebruik van onderaannemers en vaak maken ze deel uit van ‘grotere juridische structuren’, zo staat in het onderzoek dat is uitgevoerd door adviesbureau EY. Jeugdhulpaanbieders van bescheiden omvang hebben doorgaans een lichtere verantwoordingsplicht, waarbij vaker interne toezichthouders, zoals raden van toezicht en cliëntenraden, ontbreken. Juist bij die groep is er aanleiding om waakzaam te zijn, zo komt uit het onderzoek naar voren.

Het onderzoek is relevant voor gemeenten in het licht van de hoge en almaar oplopende kosten van jeugdzorg. De uitkomsten betekenen niet gelijk dat er sprake is van dubieuze praktijken of fraude, maar het kan geen kwaad als gemeenten hun aanbieders langs de lat van de onderzoekscriteria gaan leggen, zegt Divosa. Gemeenten doen dit al meer dan in het verleden, maar ze mogen hier toch wel extra gas op geven.

EY heeft de aanbieders waarbij er mogelijk iets mis is, nader onderzocht. Daaruit is naar voren gekomen dat de hulpinstellingen die het slechtst scoren eerder zijn onderzocht door de inspectie, na signalen van cliënten, ouders, of onenigheid met gemeenten over de bedrijfsvoering. Het gaat hierbij om aanbieders van lichtere vormen van jeugdhulp, zoals zorgboerderijen. Verder blijkt dat jeugdhulpaanbieders die eigendom zijn van private equitypartijen minder goed scoren in vergelijking met de ‘gehele jeugdhulppopulatie’. Het gaat hier wel om een relatief klein aantal aanbieders.

De onderzoekers pleiten naar aanleiding van de uitkomsten onder meer voor beter toezicht. Daarnaast zijn er strengere regels nodig voor partijen die willen toetreden, bijvoorbeeld door het instellen van een keurmerk of vergunning. Als blijkt dat een aanbieder niet integer is, kan de gemeente de vergunning weer intrekken, aldus het rapport.

Meer informatie

Contactpersoon

Jos Huijts

procesmanager Bedrijfsvoering en Dienstverlening