Hoe onderwijs, RBL en Werk & Inkomen in Arnhem naadloos samenwerken rond kwetsbare jongeren
‘We wachten niet tot een jongere uitvalt’
Een jonge vrouw zonder diploma wil graag verder leren. De motivatie is er, maar haar situatie is complex. Ze is zwanger en maakt zich zorgen over inkomen, begeleiding en haar toekomst. Een terugkeer naar school is op dat moment niet haalbaar.
In Arnhem kijken onderwijs, het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL) Midden Gelre, jongerenregisseurs en Werk & Inkomen dan niet eerst naar regels of verantwoordelijkheden. Ze kijken wat nodig is om rust en perspectief te creëren. Een half jaar later start deze jongere alsnog met haar opleiding. Dat voorbeeld staat niet op zichzelf, zegt Cristy Rosario, jongerenregisseur bij de gemeente Arnhem. ‘Jongeren melden zich zelden met één afgebakende vraag. ‘Achter een wens om te werken of een opleiding te volgen schuilt vaak een veel bredere situatie.’ Juist daarom werken onderwijs en gemeente in Arnhem al ruim tien jaar nauw samen rond jongeren die extra ondersteuning nodig hebben.
Volgens de betrokken professionals ligt de kracht niet in een nieuwe methodiek of organisatievorm. Natasja Salemink (adviseur bedrijfsbureau Werk & Inkomen), Kiki Breijer (RBL), Christy Rosario (jongerenregisseur en ambassadeur entree, MBO2) en Marith Berntsen (doorstroomcoördinator) zien vooral meerwaarde in de manier waarop professionals elkaar weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor jongeren.
Niet het loket, maar de jongere centraal
Vaak komen gemeenten pas in beeld wanneer een jongere een uitkering aanvraagt of vastloopt. In Arnhem begint de samenwerking vaak al eerder. De basis werd ruim tien jaar geleden gelegd vanuit een gezamenlijke vraag: hoe voorkomen we dat jongeren tussen onderwijs, werk en ondersteuning terechtkomen? Al snel werd duidelijk dat geen enkele organisatie dat alleen kan. Volgens Natasja Salemink begint de samenwerking daarom niet bij regels of verantwoordelijkheden, maar bij de ondersteuningsbehoefte van de jongere : ‘We hebben steeds gekeken: wat heeft deze jongere nodig? Pas daarna komt de vraag wie daarin welke rol heeft.’
Waar het RBL zicht heeft op schoolloopbanen, opleidingen en studiekeuzes, brengt Werk & Inkomen kennis in over participatie, ondersteuning en voorzieningen. De jongerenregisseur vormt daarbij de verbindende schakel. Die kent de jongere, overziet de verschillende leefgebieden en brengt de juiste partijen bij elkaar wanneer dat nodig is. Dat sluit goed aan bij de beweging die met Participatiewet in Balans wordt ingezet: minder denken vanuit systemen en meer vanuit wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen.
Geen overdracht, maar samen optrekken
De samenwerking speelt zich niet af in een overlegstructuur die eens per kwartaal bijeenkomt. In de praktijk trekken professionals rondom jongeren dagelijks samen op. Doorstroomcoaches van het RBL brengen samen met jongeren mogelijkheden voor onderwijs en ontwikkeling in kaart. Wanneer blijkt dat er meer speelt dan een studiekeuze alleen, wordt de jongerenregisseur betrokken. Die kijkt breder naar de situatie van de jongere en schakelt waar nodig met Werk & Inkomen of andere partners.
Volgens Kiki zit de kracht juist in het combineren van verschillende perspectieven. ‘Niet alle jongerenregisseurs hebben kennis van het onderwijs. En dat hoeft ook niet: wij kennen de scholen, de routes en de mogelijkheden. Die expertise brengen we mee, zodat jongeren sneller op de juiste plek terechtkomen.’ Dat gebeurt niet via formele overdrachten, maar door voortdurend contact tussen de betrokken professionals. Ze bespreken casussen, stemmen af over vervolgstappen en raadplegen elkaar wanneer een jongere dreigt vast te lopen. Daardoor ontstaat sneller een compleet beeld van wat nodig is.
Ook de samenwerking zelf wordt regelmatig tegen het licht gehouden. De betrokken organisaties kijken jaarlijks naar het aantal doorverwijzingen, de resultaten van trajecten en de redenen waarom jongeren wel of niet succesvol doorstromen. Zo blijft de samenwerking zich ontwikkelen en kunnen werkwijzen waar nodig worden aangepast. Deze manier van werken vraagt om vertrouwen, merkt Kiki: ‘Je leert elkaar echt kennen door samen naar jongeren te kijken. Dan begrijp je beter waarom iemand tot een bepaalde conclusie komt.’
Dat wederzijdse begrip maakt het mogelijk om snel te handelen wanneer een jongere ondersteuning nodig heeft. En precies daarin zit volgens de Arnhemse professionals de kracht van hun aanpak: niet eerst bepalen wie verantwoordelijk is, maar samen kijken wat een jongere nodig heeft om verder te komen.
Achter een hulpvraag zit vaak meer
De doelgroep veranderde de afgelopen jaren aanzienlijk. Jongeren die weinig ondersteuning nodig hebben, vinden hun weg meestal zelf. De jongeren die wél bij het RBL of gemeente terechtkomen, hebben steeds vaker te maken met problemen op meerdere leefgebieden. Daarom kijken de betrokken professionals bewust breder. Problemen rond onderwijs, werk, inkomen, wonen en gezondheid hangen vaak nauw met elkaar samen. Wie alleen naar school of werk kijkt, mist een belangrijk deel van het verhaal. Christy ziet dat vrijwel dagelijks terug in haar werk als jongerenregisseur. ‘Als je wilt dat een opleiding of baan slaagt, moeten vaak eerst andere dingen op orde zijn.’ Het gaat daarbij niet alleen om praktische zaken als inkomen of huisvesting, maar ook om mentale gezondheid, schulden of een gebrek aan steun vanuit de omgeving. ‘Je moet weten wat er speelt en zorgen dat de randvoorwaarden geregeld zijn.’ Juist doordat onderwijs, RBL en Werk & Inkomen hun kennis combineren, ontstaat een completer beeld van wat een jongere nodig heeft.
Een diploma als einddoel, niet altijd als eerste stap
De jonge vrouw uit het begin van dit artikel laat zien hoe dat in de praktijk werkt. Tijdens de eerste gesprekken werd al snel duidelijk dat een terugkeer naar school op dat moment niet realistisch was. Ze was zwanger en had andere zorgen die eerst aandacht vroegen. Tegelijkertijd zagen de betrokken professionals dat onderwijs op termijn wel de beste route bood.
Voor jongerenregisseur Christy was de vraag daarom niet óf zij terug zou gaan naar school, maar wat er eerst nodig was om die stap mogelijk te maken. Samen met de jongere en de betrokken partners werd gewerkt aan meer stabiliteit en perspectief. Pas toen daar voldoende basis voor was, kwam een opleiding weer in beeld. Een half jaar later kon zij alsnog starten. Volgens Kiki komen dit soort situaties regelmatig voor. ‘Je weet soms dat onderwijs uiteindelijk de beste route is. Maar dat betekent niet dat iemand daar vandaag al klaar voor is.’
Juist daar zit volgens de Arnhemse professionals de meerwaarde van hun samenwerking. Doordat RBL en Werk & Inkomen samen optrekken, ontstaat ruimte om verder te kijken dan de directe hulpvraag. Niet vanuit een vast traject, maar vanuit de vraag welke stap voor deze jongere op dit moment wél mogelijk is.
De wet sluit aan bij wat al werkt
Met de Wet van school naar duurzaam werk en de veranderingen vanuit Participatiewet in Balans krijgt deze manier van werken een stevigere basis. Voor Arnhem voelt dat vooral als een bevestiging. Volgens Marith sluit de wetgeving goed aan bij de ontwikkeling die zij de afgelopen jaren ziet. ‘De vraagstukken van jongeren laten zich niet opdelen in onderwijs, werk of ondersteuning. Die lopen steeds vaker door elkaar heen. Juist daarom is het belangrijk dat scholen, gemeenten en andere partners gezamenlijk optrekken en niet pas in actie komen als iemand uitvalt.’
De wet biedt daarvoor meer houvast, maar volgens Marith blijft de praktijk uiteindelijk mensenwerk. Goede samenwerking ontstaat niet vanzelf door wetgeving, maar doordat professionals elkaar weten te vinden, informatie delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben. Daarom wordt in de regio verder gewerkt aan kennisdeling, gezamenlijke scholing en het versterken van de samenwerking met scholen en ketenpartners. Uiteindelijk draait het volgens de Arnhemse professionals om één vraag: wat heeft deze jongere vandaag nodig om morgen verder te kunnen? Juist door die vraag gezamenlijk te beantwoorden, voorkomen zij dat jongeren tussen systemen verdwijnen.
Wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?
De Arnhemse professionals noemen drie lessen.
1. Begin bij de leefwereld van de jongere
Niet onderwijs, werk of inkomen zijn het vertrekpunt, maar de vraag wat nodig is om een volgende stap mogelijk te maken.
2. Maak samenwerking persoonlijk
Korte lijnen ontstaan niet tussen organisaties, maar tussen mensen. Investeer daarom bewust in onderlinge relaties en gezamenlijke casusbesprekingen.
3. Voorkom overdrachten, trek samen op
De grootste meerwaarde ontstaat wanneer onderwijs, RBL, jongerenregisseurs en Werk & Inkomen niet na elkaar, maar tegelijkertijd betrokken zijn.