Q&A: Model Re-integratieverordening Participatiewet (gewijzigd model, december 2025)
Tijdens de presentatie van 8 januari 2026 over de Model Re-integratieverordening Participatiewet (gewijzigd model, december 2025) zijn een aantal vragen gesteld. Deze zijn verzameld, samengevoegd en gegroepeerd. De antwoorden zijn afgestemd met de VNG, het Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt en het ministerie van SZW.
-
Nee, artikel 8 van de Model Re-integratieverordening Participatiewet wijzigt niet. Jongeren tot 27 jaar blijven uitgesloten van de participatieplaats. De grondslag op basis waarvan jongeren niet voor een participatieplaats in aanmerking komen wijzigt wel in het systeem van de Participatiewet, maar het is niet nodig om het artikel in de verordening te wijzigen. De VNG heeft wel haar toelichting geactualiseerd, maar nu de gemeenteraad geen toelichtingen vaststelt kan deze gewijzigde toelichting ook niet door de raad worden vastgesteld (zie Igr. 8, vijfde lid, van de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever - vierde, herziene editie 2023) (PDF).
Het is wel belangrijk dat de uitvoering weet wat de grondslag is op basis waarvan jongeren zijn uitgesloten van de participatieplaats. Deze is niet langer gelegen in artikel 7, achtste lid, van de Participatiewet, maar volgt nu uit artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Participatiewet in samenhang met artikel 10a, eerste lid, van de Participatiewet.
-
Ja, jongeren kunnen ook in aanmerking komen voor een proefplaats. Op grond van artikel 7a, eerste lid, van de Participatiewet heeft het college de bevoegdheid om jongeren ondersteuning aan te bieden bij of gericht op arbeidsinschakeling en een voorziening aan te bieden indien het college dat noodzakelijk acht. Dat in artikel 8a, tweede lid, van de Participatiewet geen verwijzing is opgenomen naar artikel 7a, betekent dat de gemeenteraad niet verplicht is regels te stellen over het aanbieden van een proefplaats aan jongeren. Dit doet niet af aan de bestaande bevoegdheid van het college op grond van artikel 7a, eerste lid, van de Participatiewet om jongeren een voorziening aan te bieden. Het is overigens voor de gemeenteraad wel mogelijk om regels te stellen hierover. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet een bevoegdheid om regels te stellen over het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden voor voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in (onder andere) artikel 7a van de Participatiewet.
Om eventuele onduidelijkheid op dit punt weg te nemen en ervoor te zorgen dat de proefplaats ook eenduidig aan jongeren wordt aangeboden, is SZW voornemens om de doelgroep van artikel 7a van de Participatiewet met de Verzamelwet SZW 2027 aan artikel 8a, tweede lid, aanhef en onder d, van de Participatiewet toe te voegen. De gemeenteraad krijgt daarmee bij inwerkingtreding van de Verzamelwet 2017 (voorzien per 1 januari 2027) de verplichting om bij verordening regels te stellen over onder welke voorwaarden het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet om op een proefplaats gedurende twee maanden, met mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten.
-
Artikel 14q van de Model Re-integratieverordening Participatiewet regelt hoe de gemeente omgaat met een verzoek om ondersteuning dat afkomstig is van een school of onderwijsinstelling. Het is wenselijk om daar transparant over te zijn. Dit draagt bij aan een goede samenwerking met scholen en onderwijsinstellingen. De VNG adviseert dan ook deze modelbepaling over te nemen. De Participatiewet verplicht gemeenten echter niet om dit te regelen.
-
Ondersteuning van jongeren wordt gefinancierd uit het re-integratiebudget. Voor de uitvoering van artikel 7a van de Participatiewet zijn extra structurele middelen beschikbaar van jaarlijks € 9,9 miljoen. Deze middelen worden via een decentralisatieuitkering (DU) uitgekeerd vanaf de komende meicirculaire. De verdeling van de DU is gebaseerd op de risicoscore op voortijdig schoolverlaten (VSV) en het aantal MBO-gediplomeerden (entree-opleiding en BOL/BBL niveau 2) per gemeente.
De centrumgemeenten ontvangen voor hun coördinerende taken in de arbeidsmarktregio ook een aanvullende DU van €75.000. Voor de contactgemeente van de doorstroompuntregio is een specifieke uitkering beschikbaar gesteld. Voor het regionaal programma, dat zich richt op jongeren met een hoog risico op schooluitval of werkloosheid, is jaarlijks € 93,9 miljoen beschikbaar. In de 40 Doorstroompuntregio’s nemen scholen en gemeenten maatregelen die aansluiten bij hun regionale situatie.
De budgetten voor scholen, gemeenten en doorstroompunten vind je hier: 2026 Beschikbare budgetten Wetsvoorstel van School naar Duurzaam Werk (PDF).
-
Informatie over wat van (centrum)gemeenten verwacht wordt is te vinden in de Handreiking implementatie van school naar duurzaam werk (PDF).
-
Nuggers moeten voldoen aan de voorwaarden die gelden om in aanmerking te komen voor een re-integratievoorziening op grond van de verordening. Artikel 3 van de Model Re-integratieverordening Participatiewet bevat een aantal van deze voorwaarden. Belangrijk is dat men bijvoorbeeld meewerkt aan noodzakelijk onderzoek om te bepalen welke voorziening het beste past en dat men zich gedurende het traject naar behoren inzet. Aan nuggers die niet voldoen aan de in de gemeentelijke verordening opgenomen voorwaarden kan een voorziening worden geweigerd of een reeds aan hen verstrekte voorziening kan worden beëindigd.
-
Artikel 47 van de Participatiewet verplicht gemeenten tot het hebben van een verordening die de cliëntenparticipatie regelt. De participatie met betrekking tot de wijziging van de verordening zal conform de in deze verordening vastgelegde procedures moeten plaatsvinden. Het is mogelijk dat er aanvullende participatie vereist is op grond van een lokale participatieverordening.
-
De VNG komt niet met specifieke producten voor gemeenten die een integrale verordening voor het sociaal domein hebben. Deze gemeenten kunnen de wijzigingen die de VNG in haar model heeft doorgevoerd als basis gebruiken om hun eigen lokale integrale verordening te wijzigen.
-
De gemeente kan de werkwijze met betrekking tot het opleggen van een tegenprestatie alvast aanpassen aan de werkwijze die zal gaan gelden voor maatschappelijke participatie. Dan gaat het bijvoorbeeld om het bieden van meer zeggenschap aan de inwoner bij de manier waarop de tegenprestatie zal worden ingevuld. Zie ook de Tweede Kamer brief over de gedoogde onderdelen van Participatiewet in balans (PDF). De VNG beoogd in Q1 van 2026 hier nog een nadere publicatie aan te wijden.
-
Nee, het is niet mogelijk om de lokale verordening al aan te passen, zolang de Wet Participatiewet in balans op dit punt nog niet in werking is getreden. De gemeente moet rechtsgeldige besluiten kunnen blijven nemen en dat kan alleen op basis van een verordening die voldoet aan de actuele eisen zoals die zijn vastgelegd in de Participatiewet. Het is niet mogelijk om een alvast een verordening in werking te laten treden die vooruitloopt op een (mogelijk) toekomstige wijziging van de Participatiewet. Bovendien wijzigt de grondslag voor de re-integratieverordening als de Wet Participatiewet in balans in werking treedt (zie ook de vraag hieronder).
-
De grondslag voor de huidige Re-integratieverordening wordt onder andere gevormd door artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, van de Participatiewet. Deze grondslag is te vinden in de aanhef van de verordening.
De Wet Participatiewet in balans wijzigt en verlettert artikel 8a, eerste lid. Dit is geregeld in artikel I, onderdeel F, onder 3.
De aanhef van een regeling wordt niet gewijzigd door middel van een wijzigingsbesluit. Dit is een regel van wetgevingstechniek die is vastgelegd in Aanwijzing 6.7 Aanwijzingen voor de regelgeving. Hoewel gemeenten hier niet aan zijn gebonden volgt de VNG wel de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever - vierde, herziene editie 2023 die mede op deze aanwijzingen zijn gebaseerd (PDF).
-
Nee, de Wet van school naar duurzaam werk verplicht gemeenten tot het aanpassen van hun lokale verordening per 1 januari 2026. Dit is in het belang van de nieuwe doelgroep, om hen zo snel mogelijk van passende ondersteuning te voorzien.
-
Ja, de VNG komt met een nieuwe Model Re-integratieverordening in verband met de Wet Participatiewet in balans. Ook komt de VNG met een opvolger van de Model Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ. De verschijning van deze modellen is afhankelijk van de parlementaire behandeling van de Wet handhaving sociale zekerheid.
Meer informatie
- Presentatie 8 januari (VNG • januari 2026)
-
Model Re-integratievordering (VNG • december 2025)
- Overzichtspagina Van school naar duurzaam werk
- Overzichtspagina Participatiewet in Balans
- Actuele informatie over de Wet van school naar duurzaam werk van de ministeries van OCW en SZW