Overslaan en naar de inhoud gaan

6 10% van de gezinsmigranten zit in de bijstand

6.1 10% in de bijstand

9,8% van de gezinsmigranten die sinds 2014 in Nederland woont, zit eind 2021 in de bijstand. Dit aantal is in de loop der jaren iets gedaald. In 2018 was het percentage nog 12%.

Inburgeringsplichtige gezinsmigranten zitten veel minder vaak in de bijstand dan statushouders. Onder deze groep zit 56% eind 2021 in de bijstand. 

Gezinsmigranten mogen alleen maar naar Nederland komen omdat hun in Nederland wonende partner aan bepaalde inkomenseisen voldoet. Dat inkomen moet voldoende hoog zijn en een bepaalde duur hebben. Ondanks deze maatregel belandt een deel van de gezinsmigranten uiteindelijk dus toch in de bijstand.

Omdat we een groep volgen die tussen 2014 en 2021 naar Nederland is gekomen, is het percentage bijstandsgerechtigden onder deze groep mogelijk te verklaren doordat de situatie van mensen door de tijd heen verandert. Er zitten immers ook gezinsmigranten tussen die al meerdere jaren in Nederland zijn. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat de partner die de migrant naar Nederland heeft gehaald, het werk verliest waardoor het huishouden, eventueel na een periode van WW, in de bijstand belandt. Zeker onder groepen die zijn aangewezen op flexibel en laagbetaald betaald werk, is dit een realistisch scenario.

Ook kan de bijstandsafhankelijkheid het gevolg zijn van een scheiding. Gezinsmigranten die geen eigen inkomen hebben, belanden na een scheiding in de bijstand als zij in Nederland mogen blijven wonen.

Tot slot kan het gaan om jongeren. Als zij op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen, lopen ze kans op een achterstand in het onderwijs en lukt het niet altijd om een startkwalificatie te behalen. De kans dat zij dan als volwassene in de bijstand belanden, is dan ook groter.