Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Eenvoud in regels is de grootste winst voor inwoners én uitvoering’

In de gemeente Raalte waait geen radicaal nieuwe politieke wind na de verkiezingen, maar de opgaven in het sociaal domein zijn er niet minder om. Domeinmanager Sociaal Tamara Schrör vertelt hoe vroegtijdige raadsbetrokkenheid, eenvoud in regelgeving en een stevige cultuuromslag op de werkvloer nodig zijn om koers te houden. ‘We moeten het rechtmatigheidsdenken durven loslaten.’

De formatie in Raalte lijkt soepel te verlopen en je hebt een brede portefeuille onder je hoede. Hoe staat het sociaal domein er bij jullie voor?

‘We hebben het voordeel van continuïteit. Drie jaar geleden zijn we al begonnen met het laten vaststellen van de koers voor het sociaal domein door de raad. Die koers is afgelopen januari definitief vastgesteld. Dat geeft ons een helder beeld van waar we naartoe willen, gebaseerd op de drie pijlers: bestaanszekerheid, vitaal ouder worden en kansengelijkheid. De raad heeft veel vertrouwen in het sociaal domein, mede omdat we hen vroegtijdig meenemen in waar we staan en welke keuzes eraan komen. Dat helpt enorm in een tijd waarin de druk op de uitvoering groot is.’

Toch zijn er ook zorgen, zeker met de financiële tekorten in het vooruitzicht. Waar heb je op dit moment echt ‘buikpijn’ van?

‘Allereerst de jeugdzorg. De tijdelijke middelen houden op en de onzekerheid over de financiering na 2028 hangt boven de markt. Raalte voert een sociaal beleid, maar na 2028 staan de middelen enorm onder druk. Dat dwingt ons tot een ingewikkeld gesprek: moeten we rechten gaan inperken om de middelen over te houden voor de mensen die het écht nodig hebben? Wij zetten sinds de decentralisaties al in op een sterk voorveld en zien daar nu echt de positieve effecten van. Als de middelen onder druk staan, wordt de discussie al snel over de inzet op preventie gevoerd, terwijl die inzet ons juist geholpen heeft om onze totale uitgaven in de hand te houden. 

Daarnaast is de uitvoering van de Spreidingswet complex. We hebben een doorstroomlocatie voor statushouders die bij ons in de bijstand zitten. De BUIG-budgetten lopen uit de hand en het proces om aanspraak te maken op de vangnetuitkering is ingewikkeld. De oorzaak van het tekort is de doorstroomlocatie en toch laat het Rijk ons hier door te veel hoepels springen, terwijl de financiële consequenties voor een gemeente als de onze enorm zijn.’

Hoe bereid je de politiek voor op het maken van die lastige keuzes?

‘‘We hebben als MT een brief opgesteld met de punten die wij de komende jaren belangrijk vinden. Daarnaast hebben we samen met Berenschot een rapport laten maken dat per beleidsterrein inzichtelijk maakt hoeveel beleidsvrijheid we eigenlijk hebben. Dat rapport is bewust feitelijk en objectief: waar gaat het geld naartoe, waar kunnen we sturen en waar niet? Het is nu aan de politiek om te bepalen welke keuzes daarbij horen.’

Je spreekt over de mate van beleidsvrijheid, maar in de praktijk lopen medewerkers vaak vast in complexe regels. 

‘Eigenlijk is de boodschap: maak de regelingen eerst eenvoudiger. Het is nu nodeloos ingewikkeld, zeker rondom toeslagen en tijdelijke regelingen. We moeten toe naar één overzichtelijk systeem. Oók op het gebied van ICT. Ik spreek geen enkele collega die tevreden is over de huidige ICT-systemen; de pakketten waar we nu mee werken ondersteunen de uitvoering onvoldoende. Een mooie stap voorwaarts is het traject met het CJIB om te voorkomen dat we boete op boete stapelen bij mensen met schulden. Data moet ons juist helpen om schulden en afbetalingsregelingen in beeld te krijgen vóórdat het misloopt. Pas dan ondersteunt techniek de uitvoering in plaats van deze te hinderen.’

De kaders zijn dus gesteld en de ICT moet volgen. Hoe zorg je dat deze koers nu echt op de werkvloer landt?

‘De afgelopen vier jaar hebben we de kaders vastgesteld; nu is het tijd voor de doen‑fase. Dat vraagt vooral een cultuuromslag. Hoe krijg je die integrale blik tussen de oren van medewerkers. We zijn gestart met een opleidingsprogramma dat niet draait om kennis, maar om een nieuwe werkwijze door met een andere bril naar casuistiek te kijken. De overgang van strikt rechtmatigheidsdenken naar integraal werken vraagt tijd en vertrouwen. Dat is even wennen,  maar we zien dat de weerstand afneemt nu we echt gaan doen.’ 

Esther Boonstra van gemeente Lansingerland vroeg zich in het vorige interview af: wat vraagt het convenant voor sterke lokale teams volgens jou om de beweging van papier naar praktijk te maken?

‘Het vraagt dat we de uitvoering écht de ruimte geven om hun werk te doen. Wetten en regels moeten de inwoner helpen, niet hinderen. In Raalte geloven we in samengestelde teams binnen de gemeentelijke organisatie die integraal naar casuïstiek kijken, zowel voor jeugd als volwassenen. De teams zijn ingedeeld naar doelgroep: -27-jarigen en +27-jarigen. We hebben de jeugdprofessionals per januari in eigen dienst genomen, omdat aanbesteden niet hielp bij wat we wilden bereiken. Privacyregels leiden nu soms nog af van de inhoud, maar als je de vraag van de inwoner echt centraal stelt, de uitvoering daarop aanpast en schotten weghaalt, kan je echt het verschil maken voor de inwoner.’

De volgende keer spreken we Rob Lub van de gemeente Zutphen. Welke vraag wil je hem voorleggen?

‘In Raalte experimenteren we voorzichtig met AI en Copilot in de uitvoering. Dat roept interessante ethische discussies op: hoe borg je dat we nog steeds kunnen duiden wat waar is en wat niet? Ik ben benieuwd hoe zij in Zutphen aankijken tegen de inzet van AI bij het ondersteunen van inwoners en waar zij de grens trekken tussen efficiëntie en menselijke maat.’

Tamara Schrör

Tamara Schrör is domeinmanager Sociaal bij de gemeente Raalte (circa 39.000 inwoners). In haar brede portefeuille verbindt zij onderwijs, sport en het sociaal domein. Zij zet zich in voor een krachtige uitvoering waarin de inwoner centraal staat.

Tamara Schror

Meer interviews

Dit interview is onderdeel van een reeks waarin Divosa-leden vertellen over de praktijk in verkiezingstijd.

lees meer verhalen