Overslaan en naar de inhoud gaan

Voorzichtig positief over inburgeringscursus

Mensen die inburgeren zijn voorzichtig positief over hun inburgeringscursus en voelen zich gehoord door hun gemeente. Dit blijkt uit de tweede rapportage van het Onderzoek perspectief inburgeraars door Regioplan, BMC en OpenEmbassy. Hieraan deden ruim 4000 inburgeraars mee.

Leerpunten zijn er ook: het lange wachten voordat inburgering start kan beter benut worden, de informatievoorziening over het vinden van werk en studie kan beter en gezinsmigranten, die zelf hun inburgering moeten betalen, hebben behoefte aan informatie over goedkope taalscholen. 

Specifieke inburgeringscursussen voor bepaalde groepen

Sommige cursisten hebben moeite het tempo van de inburgeringscursus bij te houden, terwijl anderen juist sneller willen gaan. Het soms grote verschil in leeftijd en leervermogen in de klassen, is ook een obstakel. Gemeenten en taalaanbieders zouden hier rekening mee kunnen houden door specifieke cursussen aan te bieden, gericht op bepaalde groepen. Zeker voor gemeenten met hogere aantallen inburgeraars raadt Divosa aan te kijken of dit te realiseren is. In de pas geactualiseerde Handreiking kwaliteit van taal in de inburgering staat hoe gemeenten en taalaanbieders hier mee om kunnen gaan.  

Inburgeraars voelen zich gehoord

Uit het onderzoek blijkt tevens dat bijna driekwart van de inburgeraars vindt dat de gemeente tijdens de brede intake goed naar ze luistert. Ook is 65% van de asielmigranten tevreden met de uitleg van gemeenten over wat ze moeten doen om in te burgeren. Om de inburgering te laten aansluiten bij hun persoonlijke ambities, vinden inburgeraars het belangrijk zich gehoord te voelen. De aanwezigheid van tolken tijdens gesprekken is hiervoor essentieel. 

Ook geven de respondenten aan sterke behoefte te hebben aan informatie over het vinden van werk en studie. Gemeenten zouden hiervoor meer samen kunnen werken met het onderwijs- en werkveld. Regionale verbinders statushouders kunnen helpen in de coördinatie van deze samenwerking.

Behoefte aan goedkope taalscholen en informeel taalaanbod

Voor gezinsmigranten geldt dat zij een sterke behoefte hebben aan informatie over goedkope taalscholen. Gezinsmigranten moeten, in tegenstelling tot asielstatushouders, de inburgering zelf betalen. Voor ruim zeven op de tien gezinsmigranten spelen de kosten een (hele) belangrijke rol bij de keuze van een taalschool. Zij zijn huiverig een schuld op te bouwen. Daarom gebruiken zij ook alternatieven zoals zelfstudie of informeel taalaanbod (taalcafé, taalmaatjes, etc.).

Het varieert sterk of informeel taalaanbod wordt gefaciliteerd door gemeenten. Inburgeraars in gemeenten die dit wel faciliteren, waarderen dit zeer. Gemeenten zouden er dus goed aan doen dergelijk aanbod te hebben of lokale initiatieven hierin te stimuleren, voor zowel gezinsmigranten als asielstatushouders. Het informeel oefenen van de taal kan ook worden ingezet als participatie-activiteit (zie de handreiking Participatie in de inburgering).

Verlies van motivatie door lang wachten

Uit het onderzoek blijkt ook dat een deel van de statushouders die nog op een azc verblijven omdat er geen woning voor hen beschikbaar is, hun (wacht)tijd daar beter willen benutten. Vooral zouden zij nog meer willen oefenen met de Nederlandse taal. Van hen volgt 41% al Nederlandse taallessen en doet 25% vrijwilligerswerk. 

Naast de wachttijd in een azc, kan er ook wachttijd zijn wanneer mensen in een gemeente komen wonen. Bijvoorbeeld door schakeltrajecten, een observatieperiode of beperkte instroommomenten bij inburgeringscursussen. Het lange wachten kan zorgen voor verlies van motivatie en het gevoel dat kostbare tijd verloren gaat. Divosa roept daarom nogmaals op statushouders zo snel mogelijk te laten starten met hun inburgering.